Columns


Een selectie van eerdere columns op www.ember.tk en www.roemenie.com zijn gebundeld. Klik hier om het boek Roemeense figuren - circa 150 columns te bestellen bij internetuitgeverij Unibook.

Er verschijnen geregeld nieuwe stukjes, dus bezoek de website! De nieuwste teksten staan bovenaan in de inhoudsopgave (klik aldaar). Voor alle columns geldt © Frans Brinkman, România, 2008-2010.


Inhoudsopgave

Zomertijd
Hutjemutjemens
Eindtijd
Schoonfamilie(1)
Schoonfamilie(2)
Vegetariër
De buurjongen
Hollands
Libellen
Dood
Frisse lucht
De kok van Marbe
Roemeense vezels
Zonder rede
Pylonen
Ouder & school
Telefoondansen
Myriam
Psychose
Kapster
Autowegterreur
Rep-rap
Drogen
De Rroma en de school
Carnaval
Apartheid
Koud
Puberaal
Mistig
India
Allochtonencrisis
Integratie
Oorsprong Nederland
Vetpotten
Op het randje
Kanarie
Bebouwde kom
Dolce vita
Ruimtegebruik
Zigeuner
Vreemdeling
Wind
Speels met clichés
1 mei
Licht pasen
Pasen, nog maar eens
Een wandeling
Wij
Islam
Gehakt
Roemeense tuthola's
Etnisch dromen
Hoofddoekjes
Lipscani
Ritme van buiten
Loopse honden
Voorjaar
Barre tocht
Stemming (2)
Stemming (1)
Afgunst
Opa's en oma's
Integratie
Bruiloft op til
Bascule
Paringsmanoeuvres
Turbulentie
Kerstreces
Abba
De gegijzelde hond
Gebroken mijmering
Kerstmis
Niet thuis
Heimwee
Duitse meisjes
Negatief reisadvies
Sinterklaas (2)
Sinterklaas
Prikbord
Paardenseks
Autopraat
Kaas en verkazing
God
Boekarest
Ruimte en doel
Hout hakken
Uitstapjes
Bâldana-Texas
Roemeen worden
Interessant




Zomertijd

Tussen 15 juni en 15 september zijn we gesloten. Ooit was het in Nederland erg in de mode om te onthaasten. Melk moet, onthaasten moet. Hier hoeft niks en we lijden nergens onder in de zomer - in de perioden rond Kerst en Pasen evenmin. We doen alles na de zomer en na de feestdagen, die allemaal naadloos in elkaar overlopen.

Het liefst doen we niks. Rond 1 september is het even slikken. Het tv-journaal zegt: de herfst is begonnen. Het klinkt als: de tijdelijke dood is begonnen. Dan weet je wat je te doen staat: werken nota bene tot half december met een bontmust op en oorwarmers bij de hand. De overgang is genadeloos. Dat het vandaag 25 graden is, is van geen belang. Zelfs de kinderen klagen dat het koud is. Rot op, zeg ik, naar Siberië. Droog is het in onze zuidelijke streken. Alleen hobbyisten en gekken hebben bloementuinen. Ook groenten verbouwen is tobben. We hebben water zat. De rivieren en beken vallen niet droog. De putten blijven putten. Drie maanden lang sijpelt alle wateroverlast in het noorden naar ons. De GGD van Boekarest besproeit iedereen door hitte bevangen. We zitten op via Holland rozen uit Afrika. Alle bloemenkramen spuiten water.

Zomertijd is kindertijd. Speeltijd. Er is nu een generatie stedelingen zonder ouders op het platteland. Alle andere kinderen gaan naar opa en oma. Boekarest is vijfenzeventig procent provincialen. Ze smalen de provincie, maar zijn er ieder weekend, hun kinderen maanden - dat kun je van Amsterdammers niet zeggen. Nou weten Amsterdammers ook niks van zomertijd. Luie ouders met geld doen hun kind hier op zomerkamp. Met minder geld ook gewoon tijdens de Roemeense dictatuur. Ouders werken en werken en kinderen staan dat niet in de weg. Het is van overal en alle tijden. Hoe mooi en speels het weer ook is.

Het land kalm: tussen 15 juni en 15 september zijn we min of meer gesloten en in augustus zijn we ook niet gesloten maar wel afwezig. In mijn wereld van herkomst roept een christelijke premier op tot een 24-uurs economie met VOC-mentaliteit. Hurry up en 't kan ons niks verdommen. De zomertijd is met minder en je komt ook ergens. Er is een breedtegraad te matchen met het ontstaan van de Europese beschaving (en de VS). Toch een raadsel waar de fanatici vandaan komen. Verhitte ambities die in de zomer niet afkoelen?

terug





Hutjemutjemens

Engeland schijnt dichter bevolkt te zijn dan Nederland. Daar ben ik blij om. Een gezeur minder van mensen die nog nooit in Mexico City zijn geweest over Nederland is zwaar overbevolkt. Ik was er ook nooit en ik weet dat de helft van Nederland leeg staat. Mijn geliefde land is een raar land.

In Roemenië hebben we grote steden. De grootste stadsregio omvat Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht ineen. Laten we relativeren: NY bevat heel NL qua inwoners. Na Boekarest komen hier de grote steden meteen ver onder de miljoen. Dorpen op wereldschaal. Oké, ik was ook nooit in Bombay. U wel? Hier wonen minder mensen per km2. Het worden er zelfs steeds minder, terwijl het land niet krimpt. Niet altijd heb je dat gevoel, want altijd doemt er een dorp op. Met een camper op zoek naar een goed plekje buiten een bebouwde kom heb je toch nog wel eens een probleem. De stedelijke concentraties staan op zich, de natuurgebieden ook, maar op het platteland nemen Roemenen de ruimte. Een huis + erf en een grondje ergens (1 hectare) is niet ongewoon.

Het dictatoriale regime joeg mensen naar de stad. Mensen doen dat ook vrijwillig: Limburg ontvolkt, Moldova ook met alle plezier, lees ik in de krant, maar dat terzijde. Mensen houden van op elkaar zitten. Raar maar waar. Als ik morgen naar buiten kijk zie ik niemand en dat is goed. Er kan nog van alles gebeuren. Waarschijnlijk niet nu of straks of zelfs niet vandaag. Hutjemutje wonen is dat er geen niks is. Alles is ingevuld met net nog wel en niet en zou moeten en moet en kijk daar is de volgende prikkel. Gezond is het niet: drugs, depressie, fanatisme, agressie, corruptie, list en bedrog. En virussen en bacteriën. Fijnstof.

Fijnstof zegt niks. Alleen de samenstelling telt en hier zijn minder mensen die er eventueel aan dood gaan. Het groen en de ruimte kunnen meteen ook alle boze geesten met gemak een plek geven. Dan wonen ze niet in mensen. Plaats zat voor extern ieder huis heeft zijn kruis. Het is niet gegarandeerd dat haat hier minder is. De uitwijk is groter. Het is gemoedelijker. Is de geestelijke gesteldheid van hutjemutje-mensen net zo begrensd en overbezet als hun dagelijkse leefwereld? Is de psyche van de plattelander net zo wijds en ontvankelijk als zijn uitzichten? Om de vraag te beantwoorden moet je geen van beiden zijn?

terug





Eindtijd

In een impasse of bij wegdromen lijkt de tijd ver weg. Met religie, kunst, seks, drugs en rock&roll kan het ook. Extases. Erich Fromm schreef er veel over. Op het Roemeense platteland is de tijd altijd op afstand. Met respect, niet altijd zinvol en nuttig. Een kans op ruimte die hutjemutje-mensen ontberen.

Tussentijd en vrije tijd. Hutjemutje-mensen doen zelden niks. Hier zijn veel mensen daar goed in; ik bekwaam me in de maatvoering. Op internetfora is alles dichtbij en dichtgetimmerd in meningen, een spervuur 7x24u p/w. Opmerkelijk: er is vooral oneindigheid en eeuwigheid. Zolang er stroom is. Zoals godsdienstigen en religieuzen en spirituelen nooit denken over God & Ziel zonder kracht en energie. Het stroomt. In mijn wegdromerij denk ik op een onbewaakte moment dat iemand er de stekker uittrekt. Zo'n moment is onbewaakt en mooi en brengt je tot gedachten waarvan je niet wist dat je ze zou kunnen hebben. Ze geven je hoop, boezemen angst in of je schrikt van jezelf, en je weet niet wat waar is.

Onbewaakte momenten geven vrijspel aan het onderbewuste. In Nederland is de 'cultural clash' als operette in uitvoering. Religies verketteren elkaar en omarmen humanisten en omgekeerd en binnenste buiten. Sloeg iemand de zekering uit de Verlichting, associeerde ik melig. Wie streeft er naar het opheffen van mijn tussentijd? Niet mijn dorpsgenoten. Ook met de dipsomaan in dronken psychotische buien versta ik me best. De Roemeens Orthodoxe kerk is hier ter plaatse liturgisch afwachten. Van de Apostolische gemeente weet ik niks en da's misschien onverstandig - zonder geloof ken je je vijand het best. Nog nooit probeerde iemand me hier te bekeren, tot een discussie te bewegen over bedoelingen. We praten over gezondheid, weer, de prijs van brood en drank, en familieomstandigheden als het moet. Wij mannen hebben mannengrappen. Tijdloos. Weinig plan, reflectie, analyse.

Eschatologie voert de hoofdrol in de operette. Daar stroomt alles één kant op. Wie kan mij het best van mijn tijd beroven? Voor eeuwig. Met vage beloftes. Kies ik ervoor om met 1000.000.000 nucleaire en biochemische wapens Jeruzalem te behouden of te vernietigen. In beide gevallen is toch alles om zeep. En dan eindloos met de Heer te verkeren. Op het forum van de Roemeens orthodoxe kerk zag ik de bijdrage: als kometen de eindtijd veroorzaken, dan is het gewoon de natuur, als het de mensen zijn dan zal het God zijn, want die schiep de mens. Een uitspraak waar veel overdenktijd voor nodig is.

terug





Je schoonfamilie (1)

Bij ons onderlangs meandert het ongestoord voort. Ik zie het lang genoeg om bochten en diepten te zien veranderen. Gerust passen vissen, kikkers en ooievaars zich aan. Kinderen peilen hoogten voor een zomerse sprong. Peuters weten niks van vorig jaar. De vrouwen zonder wasmachine als altijd schrobben hun gezinsgarderobe. Met mannen gaan vloerkleden te water. Ze doen aan onderlinge overlevingslessen zonder boeken.

Het riet groeit wel en niet. Vers groen duidt op houvast van zaad. Tegenover de afkalving. Het klimaat doet mee en ook wat waterschap. Droog is het nooit, dus meandert het ongestoord voort. Ieder jaar zijn er geruchten dat er een stuwmeer komt. En een asfaltweg door ons dorp. Een onmiskenbare handeling van overheidswege is een bordje groen dorp en de aanplant van hangwilgen. Over tien jaar is de doorgaande weg een jungle, kronkelen we van winkel naar bar. Asfalt overbodig. Zonder te verhuizen woon ik groener dan ooit. Misschien komt er even verderop een terminal voor allerlei verkeer. Maar niet hier. Hier zou ik willen stilstaan. Gewoon zo houden dat er niks gebeurt. Alleen wat groenig gekronkel en blauwig gemeander. Dat is levendigheid zat.

Zo doe ik erg mijn best om niet te denken aan menig Roemeen en schoonfamilies. Meer bijzonder de schoonmoeder. Ja, ik klets liever erover dat de ene hangwilg de andere niet is en dat wij onderweg ergens hazelaars roofden. Die kronkelaars kiemen nu in water. Dat komt goed. Dan wordt het vanzelf een mooi voorjaar. Iedereen wil een mooi voorjaar, maar het komt voor dat je schoonfamilie daar een andere invulling aan geeft. Of het wel hazelaars zijn, daarover verschillen de meningen. Het duurt nog meer dan een half jaar om het te kunnen weten - we raadplegen geen botanische dingen; de boom verandert er niet door. Ik hoop dat ik gelijk heb en dat hij ruim in de lucht meandert en stoïcijns, zoals het hoort, meer dan uitbundig groeit.

Wat groen is en leeft, zit nog niet zo gauw het andere in de weg. Verreweg de meeste Roemenen hebben een schoonfamilie. Zelfs Nederlanders hebben een Roemeense schoonfamilie. Daar willen soms kanalen door oneindig meanderende stromen. Omzoomd door treurwilgen wordt logica moeras. Hoe drassig blijkt je biotoop als je in conflict raakt met je schoonmoeder. Je partner is geen individu. Een groene hel is je deel. Overal kronkelende wortels waarover je struikelt. Hoed je voor de vleesetende plant die langs de beek vermomd als vrouw je was doet.

terug





Je schoonfamilie (2)

In het lieflijke Roemenië is een onderstroom. Die is er van geheime diensten en geheime gevangenissen en geheime begraafplaatsen. Daar heb je als je visser bent in onze beek of koeienhoeder in de vallei niks mee van doen. Onder je voeten kan zich van alles afspelen. Ik zie dagelijks de zon opkomen. Met mogelijk nevel in de vallei. Dampen boven de beek.

Zit er een spook? Soms ben ik opgewekt en de overige gezinsleden ook en we zien een fazant of een verlate uil. Met de roodoranje zon erbij kan de dag niet meer stuk. Het wonder van alledag is gezien. Soms zie ik in de lucht of in de nevel flarden van gezichten. Altijd type schoonmoeder. Met slierten. Een spinnenweb of tentakels. Zo precies is het niet te zien. Ook wel een Lorelei met 'Ich weiß nicht was soll es bedeuten, daß ich so traurig bin. Schoonmoeders hebben vele gedaanten. Ze kunnen zo bezig zijn dat je jezelf niet meer herkent. In de mist weten ze zelf niet waar ze zijn en ze houden koers.

De kikkers kwaken en altijd zit er wel een in de wasbak. Die zetten we buiten. Mag weer terugkomen, zonder voorwaarden. Dat kan ik van veel Roemeense schoonmoeders niet zeggen. We hebben geen schorpioenen langs de beek of in de wilgensoorten langs de hoofdstraat. Toch kun je ook midden in Boekarest of Cluj-Napoca er zomaar een aantreffen in mensengedaante. Roemenië is vampierenland. Iedereen ontkent dat zomaar je leefwereld kan veranderen. Op iedere moment kun je hier als buitenlander een nog meer buitenaards wezen treffen: je schoonfamilie.

Aliens die geld vreten. Er is altijd iets en natuurlijk voor jou rekening. Duizend keer hulpeloos en hopeloos loste je al op. Voordien ben je ruim verleid met gezelligheid, de dochter die je mocht trouwen en het kind dat er moest komen. Moest. De aliens weten je te binden. De kronkelwilg is een wurgslang. De schoonmoeder heeft broers en zonen en allemaal zijn ze bereid je op je bek te slaan. Je gaf niet genoeg! Het is je eigen schuld dat je de Roemeense gastvrijheid niet begreep. Ben je uitgezogen, dan gaat de vampier op zoek naar een ander - je ligt eruit. Intussen knagen ze als ratten door bij rechtszaken. Je bent een te ontmantelen object. Gezellig wel die Roemenen met hun fraaie etnisch multiculti dochters. Daar staar je naar langs de beek en denkt: ze worden ooit schoonmoeder.

terug





Vegetariër

Te heet om ergens je hoofd koel bij te houden. Goede gelegenheid om af te dwalen in de Nederlandse gekrochten van Geen stijl.nl. Ik viel in een column over een column van iemand die zo dom is hoogleraar te zijn geworden. Inhoudelijk sloeg de huisschrijver de plank geheel mis. Hij maakte wel een stortvloed van reacties los van mensen die de column ook niet hadden gelezen.

Toen iets over minder vlees eten. De rapen waren gaar. Bij wijze van spreken, want de nog levende schapen blaten over hun recht op hun dagelijkse portie bio-industrie. En voor de handliggend: die vegafascisten willen je wat verbieden! Net moslims! Wat zeg ik: shariasocialisten! Overspoelen serieuze enkelingen die zeer inhoudelijk zijn. Ging het over vegetariër worden? Natuurlijk niet. Bewuster omgaan met dieren, voeding, milieu en nog wat van die saaie onderwerpen. Dat is niks voor Geen Stijl. Een reactie van drie zinnen is te genuanceerd. Schreeuwers reflecteren niet. Ik zeg daar niet: ik ben vegetariër maar ik braad thuis vlees voor gezin en bezoekers als hen dat blieft. Dat wordt niet gelezen namelijk. Aan mijn kookkunst gaat men voorbij. Ik begin nooit te schreeuwen tegen vleeseters. Hoewel ik het stiekem vooral een christelijk-joods-islamitisch cultuurgedoe. Aziaten eten meer groenten en vis.

Ik ben eraan gewend dat je je moet verantwoorden. En dat je een tikje gestoord wordt geacht. In Roemenië trof ik een onverwachte partner: de kerk. Je moet hier volgens de kalender vasten. De ene dag mag je geen vlees en de andere moet je gebak of pap, maar er is altijd wel wat loos. Het vasten-eten is best gewoon in restaurants, dus wat rest is dat je gek bent als je geen vlees eet in tijden dat de kerk je overlevert aan je eigen moraal.

Het leidt tot enige integratieproblemen want in vermaak nr 1 De Barbecue participeer ik weinig. De altijd weer aangebrande paddestoelen en paprika's heb ik nu wel gezien. Daarbij heeft een vegetariër zelf nooit verstand van bbq-en. Dat kan niet. Het gerommel met aluminiumfolie ziet er ook wel wat aanstellerig uit. Beetje lopen schitteren voor een paar gesmoorde groenten. Ik ben geen lid van http://www.svr.ro/. In Nederland was ik maar kort lid van de bond: te verdedigend. Vegetariër ben je gewoon. Klaar. Als iemand graag wil dat ik een stukje proef, wat hier zeer gebruikelijk is, dan doe ik dat meestal. Ik ga er immers niet dood aan.



terug



De buurjongen

Ik kan gerust over hem schrijven want hij is er en kan niet lezen. Ook van 'überhaupt' spelt hij geen letter. Geen Nederlands, Roemeens, Chinees of Romanes is aan hem besteed. Hij gaat niet naar school en komt nog wel eens om een boterham bij mijnheer Frans. Hij wordt verwaarloosd en dat stel ik vast.

Soms vlieg ik uit de bocht met vrouwen, maar ik schrijf niet graag over bestaande personen. Ook haat tegenover mannen gaat over. Ook als ik niks heb, heb ik vaak wel een gesneden bruin. Ik sprak met zijn moeder en zijn oma hier om de hoek en gaven we een rugzak en kleding… Niemand heeft tijd voor zijn opvoeding. Ik denk aan instanties die ingrijpen maar geloof maar niet: hij bestaat niet. Nou ja toch wel, bij mij naast. We bijten ons vast in brood met boter, smeerkaas, ui en pepers. En we bespreken het leven van achtjarigen. Ik had altijd al manager van een eetcafé willen worden. 'Zo doe je dat als kok', zeg ik.

Doorgaans zeggen we niks. Hij heeft aanleg voor netjes zijn. Weet dat ik geen gesmak wil horen en ook geen kruimels op de vloer. Een aanboren talent. 'Mijnheer Frans, heeft u een servet?' - dat verzint niemand hier, maar hij wel. Hij is heel alleen en z'n hersenen werken door. Een neef komt langs: die wordt misschien professioneel voetballer en /of vliegtuigbouwer. Ik zeg dat je als voetballer vroeg met pensioen bent dus doe dat maar eerst en de lummel zag Nederland-Spanje 2010 niet. Ik raak in de war en weet niks te zeggen tegen m'n buurjongen. Een bejaarde heeft hier meestal wel anderen. Een kind heeft geen flatje of grondje als ruilwaar.

Gelukkig is hij derdegraads familie. Hij en m'n dochter zullen ooit niet willen neuken. Dikke maatjes zijn ze en hij is bij m'n vrouw ongewenste gast. Hij kent meer grove woorden dan zij - dan lig je eruit. Ik versta mijnheer Frans heb je een appel - we zijn op loopafstand de enige die wel eens appels hebben. Hij bestaat niet en wel met nog tienduizend anderen in ons geliefde Roemenië. Geen mens trekt zich er wat van aan. Ovidiu Rom zou het allang hebben opgelost. Net als de gemeenteraad die van alles belooft. Er gebeurt niks en we leven ermee. Ik heb hem weinig te bieden. Wel nemen we straks een ijsje op de pof. Eenzaamheid is goed, maar je kunt het overdrijven. Oma: je slaapt thuis!

terug





Hollands

Toen ik ruim omging met Nederlandse allochtonen, was het bon ton om nl-ers aan te duiden als kippetjes. Griezelig wit. Ik werd getolereerd, maar echt dansen dat kon ik niet. En zo is het. De rai kreeg ik nooit in m'n lijf. Niet tussen Algiers en Tokio. Ik kijk naar tv op internet, uitzending gemist, tros muziekfeest Purmerend. Houterig ballet.

Het publiek vermaakt zich met zangers die geen Nederlands konden. Al een jaar of tien keek ik niet naar tros muziekfeest Purmerend. Waarschijnlijk zit de verandering bij mezelf: hier bewegen mensen anders. Zijn al die blonde vette vrouwen normaal in mijn thuisland. En is dat de schuld van Organon? Of de bio-industrie - zestien miljoen varkens, daar kan geen top-export watertomaat tegenop. Publiek gaat uit de bol en drinkt en danst. Ooehoo, your are my world, my secret girl - ook palingpop. Een Volendam musical gaat Michel Fugain na doen.

Ik ben op tijd verhuisd. Hoewel BZN me achtervolgt. Ibiza is tropisch. Dom, ze kunnen wel wat maar missen de intelligentie van ABBA. Ook 'Mississipi' van Pussycat hoor je nogal eens op de radio. En George Baker die toch onmogelijk een autochtoon kan zijn qua naam, vergezeld me op radio Gold FM. Allemaal Volendam en Endemol terroriseert Europa. Ik schaam me voor VOC - public-private pur sang. 'Ik wil van jou alleen een ietsepietsie' tekent het imperialisme. Toch kunnen alle artiesten echt wel zingen. Roemenen kunnen ook goed zingen. En als overal plegen kunstenaars zelfmoord. Madalina Manole is dood. Morsdood door overdosis landbouwgif. Er zijn mensen die de pesticide willen. Ik ben eenzaam zonder jouw, zingt Mieke.

De trospalingpop zit in Groningen ruim in Spaans repertoir. Als Wilders president wordt in Nederland, dan komen de Hongaren en dus de zigeuners. Misschien is zijn vrouw tegen maar er is geen houden aan. Gypsies zijn gypsie kings - een 13-jarige zanger als in Groningen noemen we hier een kind van goud, dus er is geen houden aan. Maar wie stelt z'n kind bloot. Hier hebben we Cleopatra Stratan en ik hoop dat ze niet echt Cleopatra heet. Haar vader maakt leuke muziek en exploreert haar. Ik kan erop dansen met de kinderen, zonder plezier. Altijd was ik tegen Heintje. Wie? Nou ja dat bedoel ik. Trospalingpop is sinterklaasrijm: het land kan wegzinken. Verplaats nog wat kunstschatten naar Madrid en Petersburg. Heet George Baker gewoon Pietje Bakker? Het echtscheidingspercentage is omgekeerd evenredig aan de liefdesliedjes. Ik word doodmoe van de rijmelarij. Geen Marokkaan is fan. terug





Libellen

Soms doe ik hier nuttige zaken als een bezinkput leegpompen. Met mijn voorsprong van kennis heb ik de wc-beerput en de bad-keukenput gescheiden. Ik ben zoals gebruikelijk gek verklaard, maar nu is bezinkput eindelijk eens vol. De pomp pomt en ik zit ernaast. De grond slorpt alles op. De beek halen we nooit.

Het bad staat hoger dan de put dus als ik de afvoer eindelijk eens zou afdichten dan loopt het water buiten over de rand. Zonder bezinken, dus dat willen we niet hè. We willen slik! Zelden ben ik in de voorhof. Maar nu dus wel. Ik zie bomen waarvan ik denk die groeien hier dus. Jaren geleden mailde ik in paniek een tuinbouw neef over de aanstaande te neerstorting van huis en al in de beekvallei maar ik word wakker op een wal met heesters en struiken en ruim ander groen dat over mijn hoofd groeit en waarvan ik de naam niet weet. Een jungle. Aan de periferie snoeide ik wel een notenboom op een helder moment. Die boom is voor de kleinkinderen.

Van rechtsachter rukken de kersen op. Ze groeien over m'n bureau, ik doe het raam dicht. Er is een Roemeens kinderrijmpje dat ik maar niet kan onthouden. Over groenten en vruchten en de nog meer groenten en vruchten waarvan we de namen niet weten - daar zit de crux. Het rijmt wel. Het is hier vrij eten. De kippen kakelen eieren, de bomen scheiden vruchten af. Wat je maar wilt. Wie gaat er uit werken? Ik sprak met de ganzen en groot gelijk: dom om je boedel te verkopen. Nu zie ik de Karpaten niet meer door al het groen.

In mijn voorhof pompt de pomp. Even bestaat mijn werkelijkheid uit groen en paars en libellen. Ze zijn dubbel gevleugeld. Het is windvrij. Intens paars. Snikheet ook. Ik kijk naar de libelles en zij naar mij. Ja ja het is ook jullie wereld. Zoiets mompel ik. Ik verhit mijzelf om te voorkomen dat de pomp in de slik verstrikt. In de gebruiksaanwijzing staat koelen met water en witte wijn - ik spreek een aardig woordje Chinees inmiddels. terug





Dood

Er ligt een dood paard langs de weg. Ik vertel het mijn dochter die ik het liefst naar een gruwelijke koningin had genoemd - maar ze was niet voorradig, en ik denk aan een dood paard en een roemenië-forumlid en weet geen verschil. Zij gaat het bekijken.

Een dood paard is groter dan een levend paard. Immense levenloze massa. Verderop is vandaag een bejaarde vrouw overleden. Mensen krimpen onmiddellijk. Ik laat alle begrafenisrituelen over aan vrouw en kinderen. Behalve als er volgende week een afdrijving van de ziel is met een schaaltje met cake en brandende kaars op de beek, dan ben ik er. Lijkkisten vind ik niks, maar water, ja dan ben ik er. Dan maak ik met mijn vrouw, wier naam ik niet noem want een verdachte Indiase filmster, een zoon. Ik heb er enige ervaring mee en die noem ik dan Arjan Melgerson Brinkman. Daar kom je de wereld mee door tot je 100ste. Wordt het een tweeling dan heet broertje Maarten. Omdat het broertje van Arjan Maarten heet - ik moet alles uitleggen?

Nog verderop overleed een buurvrouw. Ik was haar kind, ze had geen ander kind en ze was anders dan wij thuis en woonde onbekommerd naast ons. Ze had geen kinderen en spekte met haar man Jan onze Sinterklaas en gaf een radio. We verkeerden in tijden dat radio zondig was en te duur ook. ´Buuf´ heette ze in de dagelijkse omgang - ze redde ons onbewust van die vreselijke gereformeerdheid. Gewoon door er anders te zijn. Ze bestond en dat zijn de echte uitverkorenen. In ieder geval bestond ze voor mij als ik als kleuter de uitweg overging en de straat overstak.

Haar verscheiden valt samen met mijn afscheid van ro-fora. Types als Teun Vaandering en Stefan Willems - tuig van de richel, lts-systeembeheerder en tollenaar - vallen in het niet. Weg met die faliekante foute info die ze geven. Waar maak ik me toch druk over. Ik geef nooit advies zonder mitsen en maren. Trekken aan een dood paard. Zij werd 94. Ik zag haar een jaar of tien geleden en ze verhaalde dat als het glad was en buufje zou kunnen vallen ik altijd zei dat er een takelwagen zou komen. Ik was drie of vier of zo. Ze heeft het honderd jaar herhaald. Nooit was ze hier - ze was altijd al ouder dan mijn moeder. Ons vierde kind heet naar Maarten Biesheuvel met zijn brommer op zee. Dat heeft zich in m´n kop vernageld. Brommerrijders op zee sterven nooit.

terug





Frisse lucht

Nog zonder weet te hebben van British American Tabacco Romania , zal iemand die de hoofduitgang van Gara de Nord neemt een moment van vertwijfeling hebben. Waar is het vervolg? Het vooruitzicht op een stadscentrum? De geoefende blik ziet verder dan taxi's en hun vrije markt bestuurders en asfalt een wat treurig park. Niet alle omwonenden zijn even treurig. Tussen de zuilen van de entree openbaart zich een niemandsland. Een mooier welkom in Boekarest is er niet.

Hoewel. Het park wordt groen gehouden met geld van British American Tabacco Romania. Dat staat op een bord. Vroeger hangplek van verslaafden, en nog zijn er ronselaars voor prostitutie, maar aangeharkt groen wint terrein. De bedelaar die eindelijk een verse vis heeft, mag er niet roosteren. Dankzij British American Tabacco Romania. Ik zit in het park voordat twee uur later de trein zal komen. Het aantal rokers onder bedelaars lijkt me hoog. Viceroy is populair. Vroeger had je Carpati - nog goedkoper en ruw als Gauloises zonder filter. Vrouwen van Gallië, vrouwen van Dacia.

In de krant die ik lees staat een advertentie van British American Tabacco Romania. De maximum verkoopprijzen voor sigarettentypen. Ik dwaal af naar winkels met diverse wierook of een canabismenu. Een Vogue Arôme Jardin Sous La Neige. Pall Mall Nanokings Amber. Viceroy Soft Cup Red. Er staat een overheidswaarschuwing onder, maar krijg toch gauw de teringkanker met dat gezeur. Wie luistert er nou naar de overheid. Zakkenvullers! Ik wil een Dunhill Fine Cut Rich Taste om het parkje nog groener te maken. Hoe meer je rookt, hoe leefbaarder Boekarest. Als ik het geld ervoor over had, kocht ik een blikje Heineken - daar doen ze tenminste wat voor en tegen verslaafden.

Het park is te verkiezen boven het station waar het heet is en weinig zitplaatsen zijn. Met veel mensen in een of ander uniform. Er komt ook niemand zeuren om een Kent de Luxe 100%. Wat gerust een wonder mag heten. In twee uur vroeg niemand zelfs maar om een vuurtje. Slechts een keer kreeg ik seks aangeboden, maar die was niet gratis. Gemiste kans van British American Tabacco Romania om niet wat sigaretten te laten slingeren waardoor de parkgenieter kon kennismaken met Lucky Strike Original Silver. Ik adem alleen maar groen. Omsingeld door gekken die auto-rijden, dat dan weer wel. Kan gezonde lucht op de werelderfgoedlijst? Liever verloedert het park opgelucht zonder British American Tabacco Romania.

terug





De kok van Marbe

Als allochtoon heb ik ongewild aandacht voor Nederlanders hier en Roemenen daar. Geen van allen thuis. Zij vinden mijn land beter dan hun eigen land. Rot op ligt voor de hand. Maar niet hier, hier roept niemand dat iemand niet deugt om geloofsredenen. Nou ja, de zigeuners deugen alleen als slaven, knechten en amusanten - dat weet iedereen.

Met dochtertje sla ik een paal met bord Te Koop. We plukken bloemen. Veldboeket. Ja, al deze bloemen zijn van ons. Ze zijn ook van zichzelf. Alle bloemen tussen de ezel daarginds en hier. Ik zet mijn bril recht om er zeker van te zijn dat het geen koe is. Zij ziet dat het een paard is. Zo ver? Ik heb spijt van het bord. En het boeket is de missie niet.

De bos groeit. Waar planten vandaan komen en hoe ze heten weet ik niet. Het paradijs van namen geven is ver weg. We zwaaien naar de schaapsherder in de verte. Een auto scheurt voorbij. Stof. Nog wat paarse en gele, ja goed dit zijn andere blauwe. We zoeken klaver vier. Past niet in het boeket. Voor klaver hebben we wel een naam en voor kamille. Ik twijfel over echte en valse en vertrouw op verpakte thee. Zij weet het niet.

Zoon krijgt bij de overgang naar klas 6 een gloednieuwe agenda die een jaar achterloopt. Dat is het Roemenië van Marbe die mijn land becommentarieert. Columns in de Volkskrant. Vanaf ons veld zien we de Karpaten. Daar zijn nog veel meer bloemen zonder naam. Dichterbij dan je denkt. Hier op ons land kunnen we kijken zoveel we willen. Als een voorbijganger vraagt wat we doen - zo zijn Roemeense voorbijgangers - dan zeggen we dat we thuis zijn. Op Classic FM horen we een pianoconcert van Myriam Marbe. Ook toevallig. Een piano is een soort orgel en cimbaal maar toch anders, leg ik uit. Op weg en terug passeren we uitspanningen, we zijn nog lang niet thuis.

De bloemen drogen en de ijsjes smelten. Ik denk over mijn land waar een ziekenhuiskok het presteert om juist met Pasen geen eieren te koken. Aldus Marbe. Hij weigert om principiële redenen. Hij is joods en gelooft niet in de vigerende wederopstanding van Christus. Plotseling met pinksterlicht veganistisch. Of de antichrist zelf in de catacomben van het streekziekenhuis. Ja het boeket is voor je moeder. Voor waarom wel en niet ben je te jong. Tijd voor vier op een rij.

terug





Roemeense vezels

Het is weer eens bloedheet. In het zuiden van Marokko zou ik het prettig vinden in schaduwen van meterdikke lemen huizen. Of in een luchtige bedoeïentent. Waarschijnlijk ben ik dan op vakantie. Of anderszins onbelast onderweg. Met uitzicht op oasen met kabbelend koel water. Op goed verpakte onbereikbare supersensuele schoonheden.

Een andere wereld. In de overvolle trein is het een sauna. Wie een raam open wil, maakt alles nog heter. In de stoptreinen zijn 's zomers ramen nu eenmaal dicht en 's winters open. Dromen over wat er nu niet is, helpt. Toch bewegen er erg dikke bezwete lijven met provisorische gereedschappen. Ongewild denk ik aan een mensenveetransport. En dat iemand wat kwaads zou kunnen doen. Ik benadruk 'kunnen' - ook als de trein langer stilstaat dan gebruikelijk. Een stoomtrein. Ik heb vertrouwen, alsof dat iets oplost.

De afsluiting van het schooljaar geeft roering. Bij een systeem van prestaties en rangorde behoort onze zoon tot het ereklassement. Ik krap achter m'n oren. Ik kan er niks aan doen. De emoties van hem, zijn moeder, oma en wie er nog meer is, zijn er niet minder om. Ik denk aan de kinderen zonder oorkonde. De burgemeester is er ook. Hij is er niet op mijn manier. De burgemeester is er! Ik denk aan beelden van marcherende leerlingen. Ceauşescu is er. Vlaggen. Uniformen. Ik vergat ook al een cadeautje voor de gepremieerde. In de schaduw van de tei thuis hadden we limonade en chocola en nee mits bij behoud van je laptop blijft het hierbij. Gelijk aan je zusje, die altijd gevaar loopt te worden geïnfecteerd met vrouwen zijn thuis. Onontkoombaar subtiel kan een sociaal systeem zijn.

Een prettig gesprek met goede mensen. Herleefde straten in Boekarest. Waar is de verloren ziel? In existentiële gespreksvoering verplaats je je in de ander. Maar je was niet dáár en toen. Je bestond niet in de jaren van kwetsing van velen door een maatschappelijk systeem dat ruim kans bood aan individuele psychopaten. Soms krijg ik het cadeau: de angst in de ogen van ouderen. Hun volwassen kinderen. In de tram of thuis of als liftgever. Ik ken ook angst, niet daar en toen en zoveel, maar genoeg om fysiek te herbeleven. Gemangeld. Rechteloos. Overgeleverd. Paranoïde. Wanhopig. Gemanipuleerd. Machteloos. Willen meevoelen is een deugd. Onrecht is een peulenschil bij aangetast zijn en bedreigd. Een economische en politieke transitie betekenen niks bij (ontkend) ervaren lijden.

terug





Zonder rede

Mensen die dommer en intelligenter zijn, ben ik nooit uit de weg gegaan. En zij mij ook niet. Beiden hebben hun charme en andere aantrekkelijkheden. Ik sta in de rij met honderd nuances, duizend overtreffende trappen, onbreekbare plafonds. Soms verbeeld ik me dat de rij een kring is. Vrij oversteekverkeer. Vrijmoedig wil ik leren. Soms verbeeld ik me dat de intelligentere van mij wat opsteken. En ik van de dommere.

Caleidoscopisch perspectief. Gelukkig toeval. Inspiratie en enthousiasme. Delen en vermenigvuldigen. Zonder oordeel over kennis is alle kennis kennis. Ik vind een kankergenezende paddestoel niet verkeerd. Een heksachtige vrouw die optreedt tegen slangengif. Kronkels in DNA. Over Goden weten we niks. Zelf vergat ik een godswonder te zijn, maar tegen mijn kinderen zeg ik: over goden en hun moraal weten we niks, je bent zelf het wonder. Dat het de boodschap van Jezus zonder God is, sla ik over. We staan allemaal in een kring. Ik kijk rond naar wie ook kijkt.

De moraal verandert dagelijks en het godsbesef ook. In mijn Roemeense omgeving ontbreken god en moraal. De kerk is er volop. Geen tv-zender of politieke partij zonder de kerk. De kerk bouwt en bouwt en bouwt geen scholen. De kerk is als vanouds tegen de rede. De bijbel bestaat sinds de kerk het zo te pas kwam. De kerk bouwt geen ziekenhuizen. De kerk pokert met microben. Denkt sterk te staan tegenover een virus. Altijd en eeuwig haalt ze bakzeil. De aarde was plat. Maar op de tweede rij blaast ze haar partij. Cognitief dissonant. Veel kabaal. De protestanten smeden intussen met de joden aan het einde der wereld: we zullen wel eens zien wie er gelijk had!

Ik denk na over mensen zonder scholing. Mensen met slechte scholing. Mensen zonder enige wiskunde en grammatica. Mensen die zeggen dat wiskunde en grammatica onbelangrijk zijn. Die beweren dat abstraheren en filosofie onbelangrijk zijn. Ik zal ze in Nederland zijn misgelopen of in andere rollen hebben ontmoet. Op internet kan ik ze in volle misère belezen. Ik kom hier veel mensen tegen die nog net weten dat een en een twee is. Twijfelen bij twee en zes. Blozen bij drie keer een. Verward zijn bij kan twee en twee ook vijf zijn? Psychotisch ontsnappen bij wat denk je zelf door haastig een externe bron aan te roepen: rare man, buitenstaander - jij weet niks van wat wij gewoon zijn hier!

terug





Pylonen

De stad Boekarest is mijn andere wereld onder handbereik. Voor het gemak is zeg 95% van daar niet hier. En omgekeerd. Twee werelden. Moeilijk met en zonder elkaar. Wie is arm of rijk, wijzer, dommer, meer gekluisterd of minder onthecht? Ik heb een zwak voor de stad als van oudsher broeinest van kennis.

Daar kan geen kerk of geloof tegenop. Nu speelt een vlinder met een vleugel. 'Fur Elise', zegt de voorbijgangster. Hij beroert de toetsen. Niet dat zij zo heet - zij speelt Elise. Ze waren nog lang ongelukkig samen. In de stad. Het weer houdt zich keurig aan de voorspelling: na hitte winderige onweersbuien. Ik sjok het beekdal in, de honden laten duiken na. Ik haast me naar huis. Waait het hier harder dan in de stad? Soms zie ik de bliksem aan de overkant. Je moet tellen voor de afstand, de secondes keer de snelheid van het geluid tot de donder er is. De bangeriken protesteren tegen kennis. Angst is ontberen van kennis en dat willen de bangeriken graag zo houden.

In de stad zijn mensen minder bang. Niet dat ze per se meer weten. Ze moeten wel omdat ze met meer zijn en nog meer gevaren. Het vat is vol en niet buigen of barsten is gewoon negeren. Met ons is niks aan de hand. Het verklaart meteen de hovaardij van stedelingen tegenover plattelanders. Vaak moet ik verdedigen dat ik niet meer in de stad woon. De meest weerspannige mensen wens ik tegen m'n natuur in toe 'stik jij nou toch gauw in je eigen stof'. Stads leven is een ding. Met in het weekend een niet-stads ding. Zo af en toe kom ik graag in de stad - toch gauw drie à vier Amsterdam; Nederland heeft geen wereldsteden. Dan vraag ik me af: waar zijn die miljoenen mensen toch mee bezig. Vraagteken. Bang zijn is een luxe.

Wolkenkrabbers vind ik angstaanjagend. Morgen vallen ze om, dat is het punt niet. Ik zie enorme betonkolossen die een ongelijkvloerse kruising van autowegen overeind gaan houden. Mijn beperkt technisch inzicht zegt dat de nog komende bretels de halve wereld de rug zullen rechten. Voor iedereen de broek op houden. Wie een stoffige landweg vol kuilen en karrensporen verruilt tegen glad asfalt met tuigen, denkt vanzelf dat hij onkwetsbaar is. Op hoogte verheven onafhankelijk van de arbeiders die voor brandstoffen zorgen. In een eeuwig durende kermisattractie. De stad is ook een rariteiten kabinet. Net als het platteland.

terug





Ouder & school

Ten tijde van crisis en chaos is het fijn dat sommige dingen onveranderbaar lijken. Jaarlijks houvast is de bijeenkomst van de klascoördinator en de ouders. De leerlingen hebben tien vakdocenten. De 'dirigent' wordt op handen gedragen: hij is jong, gezellig, speels en serieus. Docent Romanes, een wandelende tart van alle stereotypen aangaande Zigeuners.

Gisteren was het zover. Voor de moeders hoef ik het niet te doen. Twee zijn geen moeder maar oma. Twee zijn protestants met hoofddoekje. Eergisteren kwamen de leerlingen thuis met 'morgen is het zover'. Goede timing. Geen tijd om uitvluchten te bedenken. Wie er niet is, interesseert het geen moer. Vijf kinderen zijn vertegenwoordigd. Ze vergaderen mee. En nog wat andere belangstellenden. De rest heeft een uurtje vrijaf. Vijf keer cijferlijsten. Vijf keer enige opbouwende opmerkingen. Er is nieuws? Er is geen nieuws. Gelukkig. De docent meldt dat hij de kinderen rouleert in de banken, geen achterhoede van de slechtst lerenden. Ik ben hem gunstig gezind. Hij geeft me een hand bij komen en gaan. Bij de moeders volstaat uiteraard een hoofse knik.

Onze zoon vindt ouderaanwezigheid belangrijk. Bevestiging van zijn schoolbestaan, waar we ons niet te veel mee mogen bemoeien. Het gaat onder voorwaarden en supervisie. Ik scheer me. Ik zoek een kam. Een overhemd met alle knopen. Deodorant. Nee, ik ga niet in een korte broek. Ik zwicht voor zijn eis geen blote voeten sandalen te dragen. Nee, we klagen niet over school of leerkrachten. Bezwaren of kritische opmerkingen: geen. Alles onder controle. Geen buikpijn vanwege de cijfers, maar je weet maar nooit hoe je vader zich gedraagt. Hij is toch al vreemd genoeg in de bijt. Geheel ongegrond is het niet.

Ongemakkelijke, buitenissige meningen van Dadi zijn soms te vernemen aan de etenstafel. Altijd dezelfde. Gelukkig. Hij heeft de pest aan godsdienstles in één religie. Religieuze symbolen op school. Gebed in de klas. Dagelijks vlag en vaderland met volkslied. Routine verstorend, ronduit asociaal. Dat moet je in de kiem smoren. Voor je het weet, begint hij over de kwaliteit van het onderwijs. Teveel tienen is niet goed. Het is ook nooit goed. Dus ik zwijg op dringend verzoek. Op weg naar huis geef ik een oom een lift. Die begint zonder aanleiding over de agrarische levendigheid van onze omgeving ten tijde van Ceauşescu. Nu ligt er veel braak, het station verderop is uitgestorven. Ook een fijne vertrouwde riedel.

terug





Telefoondansen

'Roze tonen dansen zich - op notenbalkenkrullen - blauwogendbruin.' Het korte vers heet 'Klankkleur'. Vroeger wilde ik dichter worden. Of ik was het al. Impasse. Mooie zinnen vliegen door m'n hoofd. Oor in, oor uit. Vriendelijke bromvliegen in cirkels. Oog in, oog uit.

De warme lente-avonden stemmen me tevreden. De zon zakt en van ergens in de straat klinkt warempel Nicolae Guţa's 'Dacă n-aş copii'. Een klassieker. Doorkruist van kindergeluiden en honden die tegen zichzelf blaffen. Een koekoek, een bas en een klarinet. Wat een rust. Soms vergeet ik waarom ik hier woon. Soms weet ik het opeens weer. De blik vertroebelt de waan van de dag.

Toch is er veel veranderd in tien jaar tijd. Kinderen zijn volwassenen. Brommers knetteren. Steeds meer dorp van mijn jeugd. Steeds minder van mijn moeder. Werkende mannen en vrouwen keren terug door het stof. Voorjaar op de landweg. Per fiets, te voet. Per auto, bevoegd of onbevoegd. Spitsuur. De treintaxi is nog altijd paard en wagen. Twisten blijven komen en gaan. Ledigheid en landerigheid bij velen verdwenen; geen spontane breed bemeten sociale gebeurtenissen op een klaarlichte doordeweekse dag. 't Scheelt een kratje bier - dat wel.

Of ze willen bijten, wil ik weten van een bejaarde visser. Hij heeft al een vis. De dobber dobbert met zijn Parkinson mee. Een waarlijk wonder dat hij een levend torretje aan het haakje weet te rijgen. Hij wil weten of de honden willen bijten. De jongste is vervelend. Samen jagen ze paarden op. Verstoren de vrede met veel kabaal en onrust. Paarden schoppen achteruit. Mis. Dom roedelgedrag om mij te beschermen. Samen alleen zoeken ze eten, ze zwemmen of ze slapen.

De visser heeft geen telefoon. Hij zou naar zijn zus op valleirand kunnen roepen. Hij heeft niks nodig. Hij vist. Anders dan de jeugd in de trein van 08.20u. Ze bellen als ze lopen, bij mij in de auto, op het perron, in het gangpad van de trein. Uit alle telefoons komt muziek. En hard ook. Dan wordt er gedanst. Gestampt. Gelachen. Gebeld. De vis ligt op apengapen. De wens van de visser is dat de vis niet in z'n eentje sterft. Een kort vers, net genoeg voor een ringtone. Een manele over verliefde vissen innig klapstaartend op het droge. Blindstarend in de ondergaande zon, tot de bel gaat en de bakolie sist. Misschien moest ik toch maar dichter zijn.

terug





Myriam

Zo heel af en toe ga ik over vrouwen schrijven. Ik heb om veel vrouwen gegeven en met menigeen wil ik alsnog wel trouwen. Ik ben tegen overbevolking maar mijn kinderen zijn o.k. Myriam's moeder kwam me troosten. De y bedacht ik haar toe. Een goede vriendin zei tegen haar: beter brandt het vuur buiten dan in jezelf.

Een week was ik doodziek van verliefheid - alleen m'n collega wist wat me mankeerde. Ze is een deel van mijn leven op de Burghardt van den Bergh straat. Pal tegenover de Turk en het leven was heel goed. En het toen nog lege nieuwe huis aan de Guido Gazelle straat. Bij een mooie middagzon in het kozijn leek het er even op dat we zouden trouwen. Of niet. Maar iemand moest toch ooit met iemand van ons trouwen. De zon zakte en ik treuzelde: ik vond mijn grote liefde te jong. En zij mij te oud wellicht. We vonden de plek heel fijn.

We reisden naar Rome. We sliepen samen zonder seks. En we liepen in de Vogezen, waar zij een andere bestemming had. We ruzieden. Jaren later ben ik in Roemenië en zakt de zon ook in het westen. Ik heb een kleuterliefde en Myriam. Toegegeven: ook iemand van liefde op het eerste gezicht alhier. Dat meld ik haar broer nogal eens om de kans op een avontuur - haar man vermoordt me. Mijn vrouw zal het niet nalaten. Het leven is verre van eenvoudig.

Myriam had inmiddels een ander leven. Ik heb haar gemist. Ze kwam ooit zomaar binnenlopen in een les en te laat, wat haar moeder al ter plekke aankondigde als normaal. Een roze wolk - geen woord te veel. Ik was verbijsterd. Dat zulke wezens bestaan. Ze is nooit meer uit mijn leven verdwenen, op geen enkel adres. Ze kwam ooit zomaar m'n leven binnen lopen. Ik loop Roemenië binnen. Zomaar. 'Zomaar', zei Freek de Jonge als poortwachter naar Bob Dylan en je kon er inderdaad niks anders over zeggen. Zomaar bestaat echt wel.

Op niemand was ik zo gek als op haar. Ruimschoots dichtte ik voor haar. Als enige. Ik zoek nog in de archieven. Weefde later zinnen in andere zinnen in andere teksten. Neuken was niet waar het om ging. Verloren'soul mates'? Het leven is best gemakkelijk. Honderd jaar voor elkaar zorgen, da's niet zo moeilijk. 'Just like that.'

terug





Psychose

De verrijzenis van Christus heeft iedereen behoorlijk te pakken. Het is maar 1 x per jaar en Kerk & Carrefour varen er wel bij. Ik wandelde ooit op GR's in Frankrijk en toen waren het kruispunten waar je kon verdwalen. Er waren ook kerken die zich simpelweg 'kruispunt' noemden. Meestal had je een boek bij de hand wat een richting aangaf.

De paasvreugde heeft zich ingezet: inkopen doen! Na de opwinding van schoonmaken en niet opruimen en gezelligheid, hapje, drankje. Ik trek me asociaal terug van het feestgeweld rond onze Lieve Heer Jezus. De kerkmarathon maakt ik niet mee, dus te bed. Wel zie ik een acteur langskomen die ik meen te herkennen als Jeff Briggs in een film die ik vergeten ben. De kinderen hebben met buurtkinderen een eigen party en komen ijs ontvreemden. En Deense koekjes in blik. Ik mail met een vriend die mailt 'lijk (t) weg waar schijn lijk opgestaan?' Hij houdt van God, da's het eigenaardige aan die grappenmaker, m'n goede vriend.

Overdag komt het feest weer op gang. Links manele-disco, rechts ruzie onderling, diagonaal rechtsachter een preot met gettoblaster. Linksvoor trekt rook langs de juist ontluikende lentebladeren. Het is alle Pasen zo. Al eeuwig. De mensen wakker met een kater van de heerlijke heldere heilige mis. In mijn onttrekkende beweging komt het me chaotisch over. Niemand houdt zich bezig met alle boodschappen en lawaaien die andermans erf bereiken. Doordringen, zelfs. Ook vanuit de kerk. Ik had ooit 100 watt boxen en 75 watt versterker. Je kon er de ruiten mee laten rammelen, maar da's niks meer. Jezus heeft wel degelijk aan volume gewonnen.

Ik heb met iemand afgesproken maar die is druk met z'n Verrijzenis-bbq. Ik dut wat eigenlijk. Ik mijmer ook. De conclusie van dat moment is dat het een passende dag is om door te draaien. In mijn ledigheid zie ik allerlei regeringsleiders op tv de kerkdiensten bijwonen. Ja, morgen kunnen corruptie en andere zonden weer doorgaan. Dat het lam op de bbq een rare joodse gewoonte is op basis van een vage Abraham die van zijn God vernam dat hij zijn zoon moest verbranden, dat weet hier niemand. En dat die God dan zijn eigen zoon liet kruisingen, zonder lam. Er was geen redden meer aan - afschaffen die religie? Ik denk inmiddels dat ik Jezus ben - bel Spitalul 9. Op 3de paasdag ben ik doorgaans herstellende (stuur geen bloemen).

terug





Kapster

M'n maat Okke is plotseling overleden. Hij was de man die helemaal past bij mijn gang naar de kapper. Een zaak die nieuw is als van gisteren en waar je toch bij de voordeur over een verlengsnoer struikelt. Drie stoelen. Voor wie per se zijn haar wil wassen (liever niet), een voor het knipwerk en een krukje voor een wachtend persoon.

De zaak is ook echt pas open. De knipster zegt dat het zeker een half uur wachten zal zijn en dat de tondeuse kapot is. Knippen kan alleen met de schaar. Nu ga ik 2 x per jaar naar de kapper - vermeldenswaard dus. Deze raadselachtige mededeling maakt me extra vastberaden. 'Ik wacht wel buiten!' Ik lummel rond en in de auto met Radio Gold. Daar komen de hele dag songs langs die m'n cerebrale verbindingen verknopen met allerlei ex-verloofdes.

Weer terug blijkt de cliëntèle gewisseld. Ik zet me op de wachtstoel. De bazin zit in een nis iets te doen met een laptop. Van Roemenen leerde ik dat je gewoon moet beginnen te kletsen. U heeft mobiel internet? Geen kabel, welke provider en hoeveel kost het en zou die het bij mij thuis ook doen? Is dit pand uw eigendom of is het gehuurd? Ik wil ook wel wat hier in de straat (zei ik om de conversatie te bevorderen), is het wat? Ze vertelt en klets en sombert wat, de knipster knipt door. Ik ben nog net te Nederlands om naar de huurprijs te vragen en de revenuen in het algemeen.

Ik zeg: 'Kort, want voor Kerst kom ik niet terug.' Ze lacht en veegt de vloer niet voordien. 'Ik ben je nicht', zegt ze. Zou ze hebben beweerd dat ze m'n dochter was, had ik niks vreemder opgekeken. Misschien was er ergens, een uur eerder al, een cerebrale vonk overgegaan. Mijn bekende familie komt maximaal bij de stadsreiniging. Mijn onbekende familie zit ruim in de inpandige biljartkamers en zwembaden. Een kapster? Iemand met een gewoon vak?

Ze scheert m'n oren. De tondeuse doet het weer. Een kekke meid, zoals je ze vaker als kapster aantreft. We pluizen wat door in de relaties. Ik ben haar aangetrouwde oud-oom. Ze wil weten hoe ik in Roemenië verzeild ben geraakt. Zij woont niet waar ze knipt en ik meld dat ik daar een neef heb wonen. 'Meer dan je weet, misschien?', zegt ze - nog wat restjes haar wegborstelend.

terug





Autowegterreur

Ik ben niet zo goed in namen en gezichten onthouden. Bijkomend is dat ik de enige NL-er ben in de ruime omtrek. De buitenlander met z'n soms slordig voorkomen, ongeschoren kop en bemodderde auto. Met tonnen op de bank.

De man gaf me joviaal een hand. Ik was geheel 'under cover' met de trein; de Porsche staat bij vrienden in Pipera-Boekarest. Beleefd als ik ben, praatte ik een tijdje om vanzelf erachter te komen wie hij zou kunnen zijn. Een vrouw die twee keer zo oud leek, bleek toch zijn vrouw en de moeder van zijn vijf kinderen. Vandaar waarschijnlijk - mogelijk gecombineerd met vijf keer abortus en vitaminegebrek. Maar ik trok me er niks van aan.

Het daagde me dat hij bij de grootfamilie hoort drie dorpen verderop. Ik verzweeg dat ik verliefd was geweest op een bloemenverkoopster aldaar - het kon zomaar z'n dochter zijn of nichtje! Ik zei ook niks over dat het daar wemelt van valse munters en nepgoudverkopers. Wij spraken over talen en woorden in Duits, Engels, Frans, Nederlands, Romanes. Hij is een innemende man. Hij wil dat ik vertaal: ik ben gestrand, ik moet geld, ik geef u goud als onderpand. Natuurlijk zei hij eerder al: jij bent een van ons, dus ik leg je uit wat we doen. We doen vervolgens een rollenspel: hij de ongelukkige automobilist en ik de gelukkige met meer geld op zak.

Ontwapenend wel. Ik vertaalde niet, ook al was ik begonnen. Ik zeg: je staat met autowegterreur in de krant man! Hij: ik lees geen kranten en de politie doet niks hoor. Kleine bedragen, geen problemen. Een paar honderd euro per dag scoor je wel. Nu zat hij zonder kaartje in de trein, maar dat hoort hier zo. Zijn vrouw strekte zich ruim uit en met nog wat tassen bleven we zonder mede passagiers in onze coupé.

Een idylle eigenlijk. Welbeschouwd. Uitleggend waar ik woon, noemde ik de naam van een buurvrouw. Ken je die? Hij grinnikte wat. Z'n vrouw was meteen klaarwakker. Hij had ooit iets met haar dat niet door de beugel kon, en z'n broer had destijds wat met m'n schoonzus die het avontuur met de 'goudsmeden' niet verder aandurfde. Dat herinnerde ik me uit verhalen. Ik vertaalde niks. We bleven goede vrienden. Morgen staat hij weer met een kletsverhaal of dreiging tussen Oberhausen en Arnhem. Trakteert me dan op een kop koffie. Overleven is ook niet alles.

terug





Rep-rap

Rap is rep en rep is rap. Geen kind die daar niet in trapt. Trepte, trepte. Geen hint voor nodig, rijm overbodig. Rap is rep en rep is rap. Geen touw, geen lint. Niks om aan te knopen. We willen niet kopen. Rap is rep en rep is rap. Kopen, kopen - dat verblindt.

De rappers zingen niet, stelt m'n zoon vast. Toch dansen ze. De varianten dansen acrobatisch. Hij is een beetje jaloers. Ik zeg: als je dat wilt leren, dan moet je nu beginnen. Hij kiest voor de laptop. Zijn zusje komt met een versje thuis dat een beetje ondeugend is. 'Juffrouw, juffrouw, geef me een sigaretje. Geef me een sigaretje. Naar buiten jij, naar buiten jij. Stomme ezel! Je hebt een 4 voor wiskunde en een 3 voor aardrijkskunde. Juffrouw, juffrouw, je hebt een balkonnetje sexy!' Lees het in rap-tempo. Haal adem, knip met je vingers en ga door de knieën bij ieder woordenpaar.

Ik weet niet waar het versje vandaan komt, noch waar het op slaat. Als het ergens op slaat. Duidelijk is dat alle kinderen het kennen en het tien keer per dag opdreunen. Bij het afsluitende zinnetje wel even gniffelen. Ana raffelt het soms af, maar rappen heeft z'n grenzen. 'Een cadans van nou nou, nou ga ik je toch wat vertellen man. Let maar op, hier komt het verhaal, met een cadans - dat ligt zo voor de hand.' Het versje past prima in een rap-schema.

Verbazingwekkend of normaal. Geen idee eigenlijk. Roemenië ontwikkelt zich razendsnel en opmerkelijk traag. De al nooit afwezige film- en muziekwereld draait op volle toeren. De disco's zijn vol, en de blote dames die voor paal staan onvermijdelijk. Alle internationale artiesten doen Boekarest aan. De manelisten zijn alom vertegenwoordigd op alle tv-zenders. Sommige mensen komen hun dorp zelden uit: wereldbeeld, denkwereld - beperkte horizon. We reden 1000 km door hoogconjunctuur en ruim achtergebleven gebied. Bij de krottendorpen lijken ieder moment rappers zich uit hun decor te kunnen losmaken. Er gebeurt niets.

Be je arm en word je maar niet rijk? Wie wil er geen auto om een meisje te imponeren? Dure modekleren of tenminste schone? Een attentie om je met je schoonmoeder te slijmen? Je weet dat de lege verpakking van Belgische bonbons jarenlang in een vitrinekastje zal getuigen van het bestaan van een weelderige wereld ergens anders. Een droomwereld voor velen.

terug





Drogen

Op de plas in de tuin dobbert de slee van de kinderen de winter voorbij. We legden een klein verlaat - het water druipt af. Lente! Kleumend wennen we aan warmer weer.

Duurde de winter ooit zo te lang? Was 1 februari niet altijd zonnig en behaaglijk? Sneeuwklokjestijd, in aanloop op maart - half-zomer alweer. Nee, niet in de bergen en het noorden. Wie gaat er ook wonen. Verwarmende herinneringen. Hier verkeren we toch permanent in de op- en afbouw van 'de maand van de oven'? Nog nooit verlangde ik zo hevig naar augustus. Stofhappen met genoegen. Siësta in een verduisterde kamer. Ventilator en t.v. Met koele witte wijn en zoutjes. Of olijven met knoflook. Ik bel de buren: wat is het heet hè, buiten. Andere buren bellen mij: heet hè, buiten. Of we bekwamen ons in niks doen in de schaduw. Alleen tegen zessen werken en boodschappen doen - 's morgens en 's avonds

Winters water verwoest de wegen. Althans, de zwakke. Door sneeuw en ijs trokken we slippend diepe karrensporen. Voorlopig geen zwaargewichten in de auto. Elders schiep het winters water een wasbordwegdek. Trillend en bevend rammelen we het dorp in en uit. Venijnige gaten en valse kuilen. Op iedere decimeter. Wat een bende bij wintermoeheid in de botten. Straks komt een bulldozer, die strijkt alles glad. Dan de grintwagens, die gooien alles vol. Dan wij, die alles wegrijden. Een oneindige cyclus van seizoen na seizoen op het land waar het leven goed kan zijn.

Na de vorst de modder. Maar de zwanen zijn terug. De eksters zijn niet weggeweest; net zo min als wij. De mussen kaarten na over hun Nova Zwembla. Buren zeggen tegen buren: wat was het een winter, hè! Het voorjaar bestond alleen nog in onze verbeelding. Het spoor van bewijs voor een aanbreken was ondergesneeuwd. Bevroren ontwikkeling. Hopeloos. Wel lengde de dagen, maar kon je er nog in geloven? Het allerlaatste einde leek in zicht.

Vandaag waagde ik me op slippers buiten. Als met een teen het badwater peilend. De aarde week niet. Voetje voor voetje werd ik moediger. De lange onderbroek kon uit. Nog even en dan spreiden we onze bedden over heel het huis. Uitgeslapen en wakker gaan we buiten wonen. Na de middag is de plas weg. De slee kan op zolder opgeborgen.Verstoffen naast de vergeten winter. Smelten bijkans. Ja, er komt een dag, waarop de kinderen blij zijn: Sneeuw!

terug





De Rroma en de school

President Basescu heeft Rroma (Zigeuners) met klem opgeroepen hun kinderen naar school te sturen. Goed plan natuurlijk. Ik heb contact met een organisatie die zulks bevordert. Met zomerklasjes.

Door die organisatie zijn mijn ogen geopend. Dat was wellicht niet hun bedoeling, maar ik keek toch om me heen. Er zijn op ons dorp inderdaad kinderen die weinig of nooit naar school gaan. Ik vroeg altijd al wel eens in de trein: moet jij niet naar school? Door m'n eigen kinderen heb ik enig zicht op de schooltijden en vakanties. Menig kind traumatiseerde ik met 'je liegt - je hebt geen vrij vandaag'.

Overigens gaan veel kinderen wel naar school. Dan is het probleem eerder waarom ze geen hoger vervolgonderwijs doen. Maar tien jaar basisschool en twee jaar zeg vmbo is niet ongewoon. Lijkt op Nederland waar de helft van de scholieren het mbo net niet haalt. Basescu heeft het daar niet over. Het gepeupel op de universiteit? De trein, onze stoptrein, is de vindplaats van spijbelende ouders. De ontwikkelende organisatie had niet in beeld dat onze kinderen met de trein naar Boekarest gaan.

In onze stoptrein bestaat de wereld. De reële vooruitgang van Roemenië zie je in deze treinen, zei eens een Roemeense die het best kon weten. De trein is vol gezellig ongeletterd volk. De meesten zijn dik. Sommigen lurken stiekem aan een fles wodka. Ze kletsen als kletsers - een parkieten transport. Kennis fladdert het raam uit, dat niet dicht kan. Kinderen op levensschool in clasa II. Er is voor hen geen hogere klas. Geen lagere. Ze lezen niks.

Ik zeg tegen de ontwikkelende organisatie: een leerplichtambtenaar op het station bij de trein van 08.20u. En 06.33u. Hè, hebben ze een trein? Dovenmansoren. Eerder al trommelen we buren uit bed: tijd voor school. Er zijn er die niet meedoen, wij haken af. Onderweg vermaak ik me met vroegrijpe meiden. Ja, ze horen in groep 10. Niemand trekt zich er wat van aan. De conducteur geeft vrij-reizen of steekt 1 leu in z'n broekzak.

Niemand doet er wat aan. De politici zijn nog kortzichtiger dan de betreffende Rroma-ouders. Dat liet ik ze weten, maar als je kortzichtig bent, dan blijf je dat. Veel meer kan ik niet doen in onze boemel. Ja, dromen over zo'n vroegrijpe en kinderen maken die wel naar school gaan. Maar ik heb al een nieuwe generatie. En een overheid die het niks kan verrotten.

terug





Carnaval

Slijk der aarde hebben we hier te veel en te weinig. Carnaval doen we hier niet. Het land is Roemeens-Orthodox, daar valt het massale gemaskerde gehos buiten de moraal. Er zijn hier wel veel gemaskerden. Ze zijn politiefunctionaris en meppen. Demonstranten op straat of gedetineerden.

Wie een masker wil dragen, is verdacht. We zijn wereldkampioen geheimagenten per hoofd van de bevolking. Allemaal mensen met een ander gezicht. Dus er zou geen probleem mogen bestaan om het land vier dagen op z'n kop te zetten. Of daarom juist wel. Dat is geheim. Wat wel moet van de staatskerk is het Grote Vasten. Zonder carnaval toch veertig dagen geen vlees. Ook niet een spoortje, verborgen in een plakje cake of een roomsoes. Dus ik kan naar de stad: de vegaschnitzel is voorradig! Er zijn slagers die over de aanduiding vallen. Niet over hun dooie kip. De gestresste bio-kip is veelvuldig op het tv-journaal.

We hebben hier een handvol Rooms-katholieken, maar daar krijg ik niks van mee. Het tv-journaal geilt dagelijks bij Rio de Janeiro. Zo'n sambaclub in een optocht lijkt op een discoclub in Boekarest. Stevig uitgaansleven, overal een meid die voor paal danst. Iedere dag gekostumeerd bal met zo weinig mogelijk kleren. De klanten vieren er alle heilig christelijke weekenden. En het heidense Oud&Nieuw en Valentijnsdag. Het liefst ook de Maartse 'wij eren onze dochters, verloofdes en vrouwen dagen'. En nog zo wat. Het ochtendjournaal is een carnaval van doden door moord en verkeer, jetset-roddel (met discoclubs), sportnieuws en horoscoop. En het buitenland in 1 minuut. Gezellig en probleemloos.

Het lijkt weinig op de kringdansjes in de Maramureş. De (niet)kleding is ook geheel anders. Ik heb me laten vertellen dat zo'n kringdanser(es) minder cocaïne gebruikt dan een discoganger. Ook het smartshopbezoek ligt lager (maar nu zijn ze toch allemaal dicht). Zo wordt het nooit wat met het gemaskerde bal Roemenië. Het ligt zo voor de hand met vampieren, fascisten, partijbonzen en corrupten in het algemeen. Geen enkel waar gezicht.

Als allochtoon in Limburg nam ik deel aan carnavalsplezier. De vieringen konden me niet bekoren. Ik hield van niks met headbangen, aankloten op jazzrock of afrofunk. In rokerige cafés vol blowende asielzoekers. Ook veel niet-gezichten. Niks op tegen, maar niet op bevel van God: nu moeten we vasten en nu moeten we ons vol vreten. Carnaval is niet Roemeens. Vasten is zeker aanwezig. Volvreten is alom. De Paasviering: Christus is ons nog wat calorieën verschuldigd! Hier is het iedere dag carnaval.

terug





Apartheid

In Roemenië hebben we niet zo'n gek als Wilders. Bij de buren, in Hongarije, waar zijn echtgenote vandaan komt, wel: de antizigeunerpartij Jobbik. Vervang 'zigeuner' door 'islamiet' - dan schiet het lekker op. Vroeger was 'jood' ook goed, maar daar zijn er nu veel minder van.

Hier is het ondoenlijk om een minderheid systematisch uit te sluiten. Te veel minderheden. Een tot de tanden bewapende Moldaviër zet je als ongewenste vreemdeling uit. Natuurlijk. Of hij komt om mensen te beroven of de vereniging van beide landen af te dwingen. Doorslaggevend zal zijn of hij een persoonlijk beroep doet op Roemeens-orthodoxe verbondenheid en martelaarschap. En als Rambo salvo's lost in naam van de vrije meningsuiting. Zonder dat wordt de huidige president Băcescu ook nog wel ongewenst in Moldavië. Maar politiek gesteggel onderscheidt zich ernstig van nationalisme en apartheid.

Nationalisme en apartheid, dat is Wilders c.s. Met apartheid wil het hier halfslachtig nog wel een beetje lukken. Half werk: in de media en de overheidsgerelateerde boevenvrienden zijn ruim zigeuners geïntegreerd. Het zal tijdens het 'communistische' bewind zo zijn geweest. Het nationalisme timmert aan de weg maar is marginaal. De pers is afgetimmerd: geen retoriek tegen minderheden en buitenlanders. Ik ben een buitenlander, dus ik kan me vergissen. Hier is iedereen bezig een ander op te lichten en de staat. Geen tijd voor verkettering van een geloof of groep. Afijn, de zigeuners zijn langer in Europa dan de Europeanen in Amerika. Wel denk ik als ik nu vliegvaartingenieur ben en mijn islamitische verloofde wil bij mij wonen. Helpt het als ze eerst naar Indonesië verhuist en niet vanuit haar Istanbul naar Nederland wil? Of als ze in Constanţa woont, is ze dan een wel-westerse allochtoon die islamitisch is? Mijn verloofde is gevierd beeldend kunstenaar, een contra-indicatie. Maar ook als analfabeet zou ze een bijdrage kunnen leveren, en aan ons nageslacht.

Van de twaalf kinderen op de verjaardag van zoontje is de helft familie. Ze komen allemaal van om de hoek. Behalve eentje, en die heeft geheel toevallig een zigeunermoeder. Een gemengd kind. De school is goed in vreedzame co-existentie. Was ik in Istanbul beland, zouden mijn kinderen dan ook niet-westerse allochtonen zijn? Of in Tel Aviv - sorry, voor joden en Iraeli's geldt de apartheid niet. Die hebben hun lesje wel geleerd om westers te worden. Zit ik met m'n zigeuners. En mijn potentiële verloofde en kinderen in Istanbul, of op Jakarta.

terug





Koud

In 1963 was het koud in Nederland. In mijn beeld liep je over de Waal. Een ander beeld is dat ik zomaar m'n handen kon wassen vanaf de bandijk. Hoog water! Ik ben een polderkind. Wij vreesden het fysieke niet. We kenden alle ongemakken.

We konden niet bestaan. Ik leefde tussen Tiel en Arnhem maar ook tussen Tiel en Nijmegen en dat verschil is mijn verschil. West-Nederlanders weten weinig van Oost-Nederlanders, ook al wonen ze ernaast. In Roemenië moet je uren reizen en bergen over. Het is niet mijn verhaal. Randstad versus provincie. Nederland is kleiner dan iedere wereldstad. Ik overleefde door het verschil te kennen. Altijd was er diversiteit. Ik blijf een Scandinavië-fan. Hoe meer belasting, hoe beter.

Geld blijft collectief geld, ook bijgemaakt verdwijnt het niet in de zak van familie Bush. Of juist wel. Beneden de Karpaten is de temperatuur hoger. De eieren en zaden zijn warmer en gekleurder. Blond? Schaatsers verdienen het voordeel van de twijfel. En ze kochten nooit een geweer. En wie verkoopt? Maar nu is het kouder dan ooit en ik heb er de smoor in. Het wordt best logisch dat blanken lelijk zijn. Ze zijn ook nog eens dommer dan Aziaten. De westerse mens is bezeten van bezit en de oosterse is bezeten van bezeten? De Roemeense religie is honderd procent niks; ze zegenen je huis en je bordeel. Liever ben ik oosters. Nog liever ben ik niks. De Roemeense preot slaat me over - hij kent me.

Nederlanders omhelzen de Roemeense kerk. En folklore. Opeens zijn ze bevangen door katholieke klompendansen. Hun hart is religieus en vervuld. Iets wat ze thuis verstierd hebben, denken ze hier te vinden. Als kolonisten. Zijn Amerikanen christelijk? Dat leek mij een serieuze vraag. We moeten met een bruin bier ook min 20 doorstaan. Ja, zeg het maar. Geheel overbodig vroeg ik nog eens of Amerikanen christelijk waren. Hoewel Nederlands afgehard: ik rilde. Ik ril bij het Amerikaans christendom. Ze schieten erop los en steunen de joden. Ze werken aan hun Laatste Dag: ze willen vernietigen. Ze willen per se gelijk krijgen.

Gelukkig duurt het niet lang voor de helft van de Amerikanen Spaanstalig is en Roemenen zijn verhuisd. De Saksen zijn al weg. De vaderlandslievende Roemeense folklore aanhangers wonen in Canada. Nemen de Turken hier hun intrek: eindelijk scheiding tussen staat en godsdienst en beter weer. Eindelijk een Balkanland. Nu nog wachten op de dooi.

terug





Puberaal

Vastgesteld is dat pubergedrag komt door hersenontwikkeling. Gebieden die gevoelig zijn voor beloning zijn verder ontwikkeld dan gebieden die over zelfbeheersing gaan. Ik denk na over mijn eigen hersenen. En de ontwikkeling van mensen om me heen.

Overpeinzingen dringen zich op bij 7 kilometer lopen naar de pinautomaat. De auto is ingesneeuwd, de accu bevroren. Door mijn puberaal gedrag - concludeer ik onderweg. Sneeuwruimen geeft geen kick voor puberhersenen. Gezeur met accu's ook niet: ze moeten het gewoon doen. Er zijn volwassenen die het rood voor de ogen wordt als ze op een knop drukken zonder resultaat. Zo dicht bij m'n gewezen puberhersenen sta ik niet. Maar ik pieker toch over waar mijn kinderen zich neurologisch bevinden, en mijn naasten. Lopend heb ik ruim de tijd.

Ik ben ergens beland. Daar waar ik nu loop. Ooit ben ik volwassen verklaard. Ik loop ook weer terug. Bezijden een korte paard&wagen-lift. Kan het zijn dat de ontwikkeling stopt bij de puberhersenen? Groeien ze uit zichzelf door of door prikkels? En welke dan, dat wil je weten. Weten is een puber-kick. Ondertussen denk ik dat alle volwassen Roemeense verkeersdeelnemers onontwikkelde puberhersenen hebben. Ondertussen denk ik dat Roemenen in het algemeen onontwikkelde puberhersenen hebben. Ze zijn nogal van de korte termijn. Ze zijn in deze niks bijzonders. Er is geen samenleving die langere termijnen serieus neemt. Ze willen allemaal brommer rijden zonder helm en af en toe een atoombom ontwikkelen - en werpen als het zo uitkomt. Slecht opgevoede kinderen, kortom.

Dit krijg je ervan als je 14 kilometer door sneeuw en wintersweer banjert. De sneeuw jaagt, later is de zon te warm. Baby's bestaan neurologisch altijd. Als je op je 16e moeder wordt, bestaat puberteit dan nog? Of als je je na je 23ste zwaar verbonden voelt met je moeder? Of als je op je 30ste nog steeds op het onmiddellijk resultaat bent gericht, ligt het dan aan je hersenen? Is puber-zijn een reden om jeugdtrainingen in voetbal af te schaffen?

Je hebt pubers die op hun 40ste moeder willen worden. Je hebt veertigers die zich opereren opdat ze twintig lijken - haast u naar goedkope cosmetische operaties alhier. Opereren gaat niet over hersenen. Ik denk na met mijn hersens en stel vast dat ik mijn hersenen liever niet in een categorie gescand wil zien worden. Dat is een mooie manipulatieve gedachtenexercitie. Nederlanders verliezen dat ze zwaar op de hand zijn. Vandaag ga ik m'n auto uitgraven.

terug





Mistig

Zoals het weinig waait, hebben we ook zelden mist. Geen idee of het een met het ander te maken heeft. Zal wel niet. Deze dag, Nieuwjaarsdag, is het mistig. Het regent ook nog - het jaar begint met alles van slag. Het lijkt wel Nederland, met mist en regen, westenwind.

Mist en regen, westenwind da's een mooi lied. De kinderen haalden hier met gemak 00.00u. Dat was een tegenvaller. We gingen - na Abba - dansen en sjansen bij de buren. Met dure vuurpijlen, rotjes en vuurpijlen die je in je hand kunt houden. Het was erg gezellig en ze hadden allerlei dingen op tafel die ik niet bliefde. Het meeste was al op. We lagen bijtijds op bed, want alles was op. Arm zijn heeft z'n voordelen.

Ons nieuwe jaar begint als iedere dag om een uur of zes. De dagen lengen, de mist trekt op. Nee, de mist blijft hangen. Alle contouren zijn vaag. Ik heb mijn bril niet op. Een liftende dorpsgenoot vertelt me over de boswachter. De boswachter moest eigenlijk naast een telefoon zitten, maar die heeft hem ervoor ingehuurd. Vandaar dat hij staat te liften. In geval van illegale houtkap zit de boswachter ladderzat naast zijn kerstspar. Zeg ik, en hij knikt.

Hij wordt gebeld en neemt de telefoon niet op met zijn eigen naam. Zo blijft het ongewis dat de boswachter er niet is - alleen ik weet het nu. Misschien weet iedereen het. De regionale brandweercommandant zet ook een stroman in. Wanneer is er nou brand? Zelden. De minister van defensie laat ook z'n oud&nieuw niet vergallen door zoiets onbenulligs als een oorlogsalarm. Hij heeft een mannetje dat op alle telefoons en pc-schermen let. Terwijl het op deze eerste januari gewoon door regent. In m'n Nederlandse herinnering ligt er zelden sneeuw en regent het nooit.

Bij helder weer zien we de Karpaten. Op veertig kilometer. Van het naburig dorp horen we over het veld de kerkdienst. Op drie kilometer. Daar is een elektronische pastoor met versterker. Vandaag smoort de mist alles. De wereld is klein. Een passend formaat. We kunnen best bescheiden blijven, ook al reizen we van Boekarest naar Cluj Napoca, of naar de maan. We worden er niet groter van. Lang geleden dacht ik dat ik in 2010 net zo oud was als mijn vader of opa. Het jaartal klopt niet, maar ooit waren ze van mijn leeftijd.

terug





India

Niet alle inwoners hebben het door, maar Nederland en Roemenië hebben gemeen dat er ooit niemand woonde, of een onduidelijke volk, dan wel een gemengde populatie. Met enige opvoeding dreunt iedere wat oudere nl-er: Friezen, Franken, Saksen in ons land.

De formulering 'ons' is opmerkelijk. Een samenloop van omstandigheden. Nederland was voorheen niks zonder de instroom van joden, hugenoten en andere asielzoekers. Je hoefde ergens in Europa maar deviant te zijn, dan was je te klos, behalve in de lage landen. Daar zagen mensen het wijder en breder. Tussen Amsterdam en Antwerpen viel er niks te vrezen voor vrijzinnige geesten. Zeker niet als ze wat poen meebrachten. Zeker niet als ze contacten hadden in Transsylvanië.

Hier ziet iedereen het wat nauwer. Bergen zijn niet gezond voor de psyche. Zee moet je hebben. Vlakte. Langzaam opkomende zonnen en manen. Lege velden. Rivieren in weiden en de Schelde met zonjaponnen, want daar waait het. Hier waait het zelden. Hier in het zuiden kunnen seizoenen nauwelijks inspireren. Halfwas - ik zin nog altijd op een verhuis naar een Canarisch eiland. Het verbaast me dat niet iedereen zonder stookkosten wil wonen.

Maar goed, wij hebben dan weer een Indiaas tv-kanaal. Ik kijk er vaak naar want er zijn geen reclame-onderbrekingen. Dat heeft TVR ook niet, maar die hebben minder films. Bovendien kijk ik het meest tv zonder geluid, dus moet er ondertiteling zijn. Indiase films zijn eh…, wat zal ik zeggen. Fascinerend. Ze gaan altijd over rangen en standen en corruptie. Altijd wordt er gevochten, altijd is het even een musical. Alle gevechten verlopen met in de lucht vliegende mannen - de held overwint alles en iedereen. De ouders van een ongehoorzaam meisje of jongen winnen doorgaans niet. Altijd is er landschap - er is ook in India heel erg veel landschap.

India zit hier in de genen. Men babbelt een Sanskriet (zonder het te weten, zonder dat ik het versta). Dat de tv er is, is me een raadsel, want thuis kijkt niemand erna, behalve ik. Volgend schooljaar wil onze zoon op wedstrijd voor de best Romanes-sprekende. Gaan we doen! We veroveren India als een van de machtigste landen binnenkort. Nu nog wat Chinees. Ik ken alleen 'sambal bij?'. Och, India is ons verre land. Een onbekend land. Mooie meiden ook, hoewel ze aan de dikke kant zijn. Er zijn miljoenen van die genen in Roemenië en ze heten hele en halve zigeuners.

terug





Allochtonencrisis

Het is hier nogal herfstig de laatste tijd. Niet dat zoiets opzienbarend is, maar het regent vaker. Winderig is het ook. De kinderen gaan met paraplu en laarzen naar school. Soms breng ik ze als moderne ouder met de auto.

Voor een Nederlander niks bijzonders. Daarginds is het altijd herfst. Dat is hier op onze zuid-Roemeense vlakte wel anders. Gelukkig. We zouden omkomen in de blubber. Je kunt tegen asfalt zijn, het heeft zijn voordelen. Net als trottoirtegels en kinderkopjes. Om nog maar te zwijgen over andere bestratingsmaterialen. Als het tegen onze gewoonte in een paar dagen achterelkaar regent, zitten we zwaar onder de modder. De honden springen op en klaar ben je. De auto glibbert alle kanten weg. Wasserettes doen goede zaken.

Gaat al die ongeregeldheid ook in je hoofd zitten? Of is dat een omkering van oorzaak en gevolg? Waarom doet niemand er wat aan en waarom is het overal chaos. Hier op het erf is het ook een puinhoop: de graslaag kapot, de sporen worden steeds dieper. Straks kunnen we ons landje niet meer af. Er zijn overheidsinstanties die hetzelfde beeld vertonen. Ook bij zomers weer. Deskundigen zijn geraadpleegd: ik heb een najaarsdip.

Allochtoon zijn is stresserig. Dat is goed, want prikkel. Het is ook vermoeiend. De vanzelfsprekendheid van thuis is zoek. Ongezellig ongemakkelijk. Onbeholpen sta je bij een loket om je baggerauto nog weer eens in te schrijven. Het moet gezegd: we hebben daar om mij onbekende reden geen bewakers met spray en knuppels. Bij een mevrouw sta ik, die al twee keer beloofde iets na te vragen. We begrijpen elkaar niet. Of we weigeren het. Geen inzicht in de situatie. Voer voor de onlangs overleden antropoloog Lévi-Strauss: wat is het plaatje en zijn we in beeld?

De achterburen jatten stroom op de bekende klassieke Gadjo dilo-manier. Ik vind het best. Ons straatje krijgen we er niet mee droog. Er zijn erven waar het altijd slechter kan. Heel soms droom ik 's nachts over m'n stad in Nederland. Lees in de krant dat Marokkanen het hele land gijzelen. Week in week uit columnisten over de islam. Alsof het een wat met het ander te maken heeft. Schielijk op zoek naar mijn ex. Die zal een troostend woord kunnen gebruiken. Zou ik teruggaan ben ik allochtoon. Roemenen die me het beste begrijpen, zitten acht uur 's morgens aan de drank in een bar, maar ja, da's ook weer zo wat.

terug





Integratie

Je kunt veel woorden gebruiken of gaan slaan. Aanraken en kussen kan ook. Allemaal omwegen voor een korte boodschap: je bent nog steeds niet geïntegreerd. Waar denk je wel waar je bent! Juist de mensen die het goed met me voor hebben, roepen dat.

Hollandse kaas, Hollands drop. Ik ben gewoon Hollands gek. Nou heb ik daar ruim verstand van en affiniteit mee. Ooit leidt het tot een cultureel conflict van belang. Die zaak dient zich aan. Het mooie herfstweer gaat ook al niet door. Ik wilde iets negatiefs over God schrijven, niet over de gelovigen, maar ik heb een blauw oog. Dank zij Roemenen die bij hen alom geprezen gastvrijheid altijd een honkbalknuppel bij de hand hebben.

In Nederland kende ik niemand met een honkbalknuppel - honkballers daargelaten. Dat is best lastig integreren. Hier heb ik een hond waar mensen stenen naar gooien. Nog mooi dat ze haar niet opeten. Er wordt hier flink gevreten wat dood vlees betreft. Maar m'n schoonzus houdt van mij. Vanaf op het eerste gezicht geven we om elkaar. Niks Roemeens, Nederlands, Zigeuners, Hongaars, Saks: we vinden elkaar erg aardig.

Een goede persoon om te zeggen dat ik niet deug qua integratie. Misschien was ik te veel bezig met buitenlanders en gekken in Nederland. Allicht wil ik nergens assimileren, maar toch geborgen zijn. Zo wordt het een lang verhaal om tegen de Roemeense cultuur te zijn. De kerk deugt niet omdat twintig miljoen gelovigen niet snappen wat ze geloven. Alles goed en wel, maar ik heb een blauw oog. Ik klets het al vast door voor anderen het doen. Er liggen nog wel wat verhalen op de plank. Nu zeur ik over minderjarigen aan de gokkast.

Zeuren is integreren. De wit-Roemeense uitbaters zijn tegen. Ze slaan op m'n gezicht. Ze zijn familie van de burgemeester. Zo blijf ik Nederlander en de kinderen met een vader die tegen gokkasten is verliezen lyceumkansen. Blijft wennen deze vorm van beschaving. Als men mij een uurtje gunt, komt er politie aan te pas. Ik weet hoe dat moet. Mijn schoonzus: nou, nog wat gewonnen, de politie doet niks aan de spijbelaars en gokkastklanten… je bent toch zo vet met de schooldirecteur… Tijd voor een rondje eigen glazen ingooien. Jammer dat ze onderscheid maakt tussen haar kinderen en andere kinderen. Alle kinderen zijn mijn kinderen. Dom. Beter is ze iedere dag te laten omkomen. Ze sterven want het zijn niet mijn kinderen. Dat zei de man van mijn onvolprezen schoonzus. Met de totale onverschilligheid integreer ik niet.



terug





Oorsprong Nederland

We krijgen niet iedere dag toeristen, wel met enige regelmaat. Soms zijn het bezoekers met zakelijke doeleinden. Het gesprek gaat over hier en daar zijn en waar ga je heen. Het hiernamaals sluiten we niet uit.

Ik ben emigrant en volg mijn ooit-land vanaf de wortels in kwartierstaten tot 1730 Wageningen. Dankzij mijn zus. Ik zou niet zoeken, maar er is een waarde: als je voorouders er zijn, dan bestonden ze als jij en ik. Zijn er vijf generaties, zes of tien of twintig. Op een dag denk je: wat zou m'n oma hebben gedaan in 934? Het blijft familie tenslotte. Tjezus, blijkt dat we familie zijn van Boeddha. Of hebben we Christus gekruisigd. Sinds kort ben ik op alles voorbereid. Thuis zeg ik er niks over - er zijn Roemenen die heel heftig reageren op afkomst.

Afijn: Walgraven, Cornelissen-Koendertse, Van Zuilen, Krieger, Van Reeden, Van Eck - Brinkman en Crum. Van voor 1730. Gelukkig hoor ik niet bij Oranje. Noch bij Argentijnen als blonde nazi's. Wij komen uit een randgebied van onbestaand Koninkrijk Duitsland. In een beperkt gebied dat Betuwe heet. Ik wilde me opeens niet voortplanten tussen Schenkenschans en Geldermalsen. Ik week uit: tussen Schenkenschans en Geldermalsen heet niemand Stoican. Eieren uit Indiana. Onze genetische manipulatie. Anarchie.

Nooit zou ik tussen bergen willen wonen. Of ik ben monnik op een Griekse berg. Mijn voorgeslacht is mandenmaker. Ik zou het graag zijn - mits zonder tien kinderen als toen. Ze hadden wilgen en riet nodig. En uitzicht zonder er iets voor te doen. Nederlanders wonen in een stad kleiner dan New York (1 burgemeester). Zijn er in Mexico-city boeren? Geen idee - parkstad Nederland. Nederlanders willen groei als altijd. Groei kost ruimte. Uit en thuis. Ze maken zich gek en verbazen zich erover.

Zonder bestemming van groei volgt vernietiging. Ik voed niet op, maar zeg: kinderen, een spin zet je buiten. Ja, die komt weer terug. Dat hindert niks. Wie niks om iets geeft, raakt nooit de weg kwijt (plak op uw toilettegeltje). Roemenen zullen - terecht - beweren: Nederland is wereldwijd overtreffende trap in alles: zorg, geld, wapenhandel, belastingvermijding, zorg, onderwijs, distributie, corruptie, wetenschap, psychiatie-bedden, kinderopsluiting, fascisme, vrijheid en tolerantie. Libertijnse heilstaat. Met de autochtonen zal ik me daar dus niet snel voortplanten. Dat blanken een minderheid zijn, dat is wereldwijd van alle tijde. Ik kan er niks aan doen dat ik wit ben. Roemenië bestaat bij gratie van minderheden.

terug





Vetpotten

Een bijbelse periode hebben? Kent u die uitdrukking? Ik ben in deze schatplichtig aan dominee Gremdaad. Ik las dat is vastgesteld dat God de wereld niet schiep. Hij schiep niet maar scheidde. Was een vertaalfoutje. Maakt het begrijpelijk dat de mens naar zijn evenbeeld is: scheiden kun je aan ons wel overlaten.

Het warme weer van vorige week is omgeslagen in kacheltijd. Gelukkig hebben we hout en stroom. Kun je niet van iedereen zeggen. Naast de snorrende kachel denk ik over scheppen en scheiden. Of er veel verschil tussen zit. Maar ik moet ook mijn speurtocht naar de rijkdom van mijn dorpsgenoten voortzetten. Is zoeken naar God hetzelfde als zoeken naar geld? Nooit kom ik tot boeken verbranden. Ieder kinderschrift in open vuur gaat me te ver. Van toewijding kun je houden.

Toch moet er naar geld gezocht. Ze komen erin om, namelijk, mijn naasten. Het is ongelooflijk hoe ver ze gaan om te doen alsof ze arm zijn. De ingegraven bakken met goud vrijwaren ons dorp van alle denkbare aardbevingsschade. Da's mooi meegenomen. Ik weet zeker dat ze komende week om elektra komen zeuren. Binnenkort beginnen ze over hout. Simpelweg omdat we toevallig wel hout hebben, en stroom.

Geloof me: ze geven hun kinderen 's morgens expres geen ontbijt waardoor ik onderweg een croissant koop. Alle croissants van de wereld op jaarbasis: daar vul je de schatten begraven in je tuin mooi mee aan. Zigeuners zijn veel slimmer dan bankiers. Ik zie mijzelf als de stripfiguur Dagobert Duck. Alleen is het pakhuis niet van mij. Eerlijk gezegd is het nog steeds een onzichtbare opslag. Onlangs vierde ik 12,5 jaar zoeken. Niemand wist ervan. De goedkoopste fles in het grootste formaat trok ik open. Gewoon plezier in mijn eentje. Een paar dorpen verderop wonen mensen die goud maken door nepgoud te verkopen. Zoiets stemt me dan wel tevreden: beetje op niveau van leningenverkopers - toen de fles leeg was.

Niks gaat ze te ver. Ze hakken hun kind een hand af om een fijne wao-uitkering te krijgen. Toegegeven: onze prachtige sociale uitkeringen hier lokken het uit. Ons hele dorp zit vol verminkte kinderen. We trekken er flink van. Nou ja, wij dan niet: thuis heeft iedereen alle ledematen nog. Maar de omwonenden… Waar is hun kluis? Voor naar wijsheid zoeken ben ik te hebberig. Te weinig christelijk ook. Dus te dom. Het gouden kalf bestaat al bij afgeven op de ander.

terug





Op het randje

In de nadagen van de herfst. Lekker warm, boven aan de vallei. Iedere herfst heb ik trek in een andere vrouw. Ik vertel het niemand ooit, maar het is wel zo. Het geheim van paddenstoelen. Maak er geen jaarlijks werk van, hoewel er nu weer eens een kandidate is, door mijzelf aangewezen.

Er zijn meer dingen te doen dan vrouwen. Tijdens dit hete najaar is ze er opeens weer. Ze sliep al eens in mijn armen. Toen het zomer was. Ze glom als een oesterzwam in de ochtenddauw. Spontaan zou je christen worden met een Hooglied. Vreemd dat zoveel christenen zo chagrijnig zijn. Altijd in de weer om het einde der tijden te bevorderen - ze moeten gelijk hebben. Mijn herfstliefde zal niet langskomen. Terwijl de korenbloemen opnieuw bloeien, zit zij vast aan haar man. Het valt mij op dat de bloemen er weer zijn.

Voor twee vrouwen is het huis te klein. Hoewel het gebeurt, snap ik niet hoe het kan: vreemdgaan. Niet dat ik er voorstander van ben. Nog liever koester ik me in de najaarszon. Hoewel herfst om ontsnapping vraagt. Zonder kinderen zou ik me iedere kerst opnieuw willen verhangen. Op voorwaarde van overleven. De bbq is een tijdje over. Iedereen met een grote mond over Zigeuners moet komen overwinteren. Zij leeft hier en komt toch niet langs. Dat gaat vandaag niet lukken.

Ze weet wel dat ze bestaat. In mijn hoofd. In een gevarenzone vol romantiek. Ze is overweldigend in hoe ze kan schelden op de treinconducteur. Die geen 'bestuurder' is. Ik betaal het treinkaartje voor haar man die ik niet mag - uiteraard. Ze vleit zich weer op m'n schouders. Steeds als we elkaar zien zeggen we 'wanneer gaan we trouwen?'. Morgen. Herfst is niet vandaag.

Ooit was ik zwaar betrokken bij Miss Rroma. In Skopje. Soort Nijmegen, maar dan met Zigeuner-tv-stations. En moskeen. Daar vind ik zelfs een verbeterde versie van mijn herfstkoningin? Op de rand van een beekvallei is het leven verre van eenvoudig. Het leven gaat door met paarden en schapen en koeien. Meningen over zigeuners en ander volk zijn irrelevant. Ik wacht op mijn prinses en ze komt niet langs. Ze is ook te kort voor fotomodel. Daar maal ik niet om. Ware ik Koning David dan zou ik haar man laten afmaken - Joden doen er niet moeilijk over. Zit ik weer met geitenwollensokkentwijfels. Ik ben blij met de korenbloem.



terug





Kanarie



Kanarie

Een kanarie in een doorgesneden plastic fles. Ik was getroffen. Ze zei niks en piepte nauwelijks. Een oudere mevrouw voorkwam dat ze weg vloog. Ik zou zo'n verwilderde kanarie ook niet om m'n hoofd willen. Dit speelt zich af bij een dierenarts. Het is er druk. Alsof Roemenie niks anders te doen heeft. Nee, we hebben niks anders te doen.

De hond is 40 kg dus x-keer een kanarie die een week drie keer per dag druppels moet voor een mij onbekende kwaal. Wat kan mij het schelen: ik zit met de hond die de arts complimenteert qua gezondheid en omvang en narcose-resistentie. Komt door de opvoeding. Ik leer ook onze kinderen we doen niet aan kou en hitte, we zijn Nederlands ongevoelig.

De hond, onze Rexa, heeft het ook begrepen. In een draagbaar na ontwaakt foetsie sleepten we haar naar thuis. 's Morgens was ze weg ondanks aangelijnd. Ze is groot en sterk. De psychologie won: ze hoort bij ons en was er al voor we zochten. Ze wilde antibiotica. De dierenarts vond haar geweldig en dat zou eigenlijk reden zijn voor niet sterillisatie.

Ze lijkt op een Labrador, ze is iets kleiner dan de halfwilde honden die hier schaapskuddes bewaken en duizend keer vriendelijker. De eerste de beste onbedoelde worp bracht negen puppy's. Acht zijn we er kwijt, een is er een lijkt erg op moeder. Ze oogt kleiner. Dat hoeft niet, maar dan gaan we een grotere vader zoeken. Wie van kanaries houdt, duldt honden. Roemenie is een hondenland en wij fokken door!

terug





Bebouwde kom

De taalpuzzelaar vraagt: bestaat er een onbebouwde kom? Bestaat iets als het tegendeel niet bestaat? Yin en Yan; goed bestaat bij de gratie van slecht. Maar de auto is er, zonder de niet-auto. Vrachtwagens zijn het ergst. Groot, hard, lawaai. Niets ontziend.

We wonen niet langs een doorgaande weg. Het hele dorp kent geen doorgaande weg qua asfalt. Tel uw zegeningen. Want wee je gebeente voor wie 50 km/u rijdt op asfalt. Schoolkinderen klemmen zich vast aan hun rugzakjes: een asociaal passeert in opgefokte stemming en auto. Of cementwagens trekken in nawind een dorp een meter verderop. Toen ik stopte wilde iemand me op m'n bek slaan. Ik reed niet hard genoeg om mijn eigen kinderen te doden. Of die van iemand anders. Of de zelfmoord van de tegenligger te bespoedigen. Weet ik veel: ik deed iets fout, dat was wel duidelijk. Ik reed niet hard genoeg. De alom geprezen vriendelijkheid van Roemenen ter discussie. Acht levenseindes per dag is blijkbaar niet genoeg.

Een bespiegeling waarvoor de trein de beste plek is. Om 08.25 heen en in de late namiddag terug. Ik bezie de automobilisten met medelijden en mededogen. Wie ben je om je halve leven op te offeren voor die moordkar om er ook nog eens vroegtijdig in te sterven? En zo niet, anderen te vermoorden met je karretje? Ik veeg wat zonnepittenschillen weg en zet me neer en staar door het vuile raam. Veilig en goedkoop. Ze zeggen dat de trein niet zo milieu-vriendelijk is, maar ook dat asfalt moet gelegd en de doden verwerkt. Iedere dag telt. Geen bom die nog tikt.

De voorwaarden voor de bewegingen geven de doorslag. Snelheid is als de hond in de pot. Arousel. Nederlandse woonerven. Uitgestorven. De jodenhaat is vervangen door islamietenhaat. De gewone man zaait weer dood en verderf. Ongelukkigerwijs tref ik hier lieden die opscheppen dat ze het tuig in 1990 teneer hebben geslagen. Minstens dat ze er geen been in zagen iemand lekker af te rossen. Boerenjongens toevallig ergens ter plaatse. Lekker meppen zonder te denken. Sadisme.

Op ons woonerf zijn alle emoties en alle misverstanden en is er alle haat en liefde en nuances daartussen. In een gemeenschap kan een leider opstaan die zegt: we gaan slaan. Dan zijn er volgelingen. De hardrijders met personenautootje of vrachtwagen doen het op eigen gezag. Geen anarchisten, ze hebben geen kennis. Psychopaten zijn het. Weg met iedereen die mij een oponthoud veroorzaakt!

terug





Dolce vita

Een man goed op dreef: tijdens Ceauşescu was alles beter. Je kon het zo gek niet bedenken. Ik neem een bocht iets te scherp. De vrijheid dan? Nu ben je vrij om alles te jatten, mooie vrijheid! Ja maar, je kon bijvoorbeeld niet zo maar naar Nederland! Nou en? Met m'n Dacia zou ik er toch nooit komen, trouwens wat zou je er moeten doen?

Dat zou ik zo gauw ook niet weten. Hij had het goed met z'n hof en z'n baan. Kwestie van keuteren en kneuteren. 's Zomers als het heet is en 's winters als het koud is. Met na iedere twintig dagen drinken tien dagen onthouden op doktersadvies. Je wordt er oud mee. In Nederland zijn de voorzieningen beter, blijft een zwaktebod voor wie er niet op aangewezen is. Hij geeft alleen om God omdat die nu eenmaal in het pakket zit. Hij blijft erbij: tijdens Ceauşescu was alles beter. En wat dan niet beter was, was tenminste goedkoper. Wat tegenwoordig een fles mineraalwater kost…

Gelukkig scheiden onze wegen. Het arbeidersparadijs bestond. Voor de inwonende intellectuelen geen pretje, het deed zijn naam eer aan. Nu zijn er restauranthouders met personeel en loonbeslag wegens huren van de baas; regelrechte horigen. Sjiek uit-eten. Wie onrecht kan wegen, ziet de weegschaal doorslaan. Tot begin jaren tachtig was het pais en vree. Typisch een geval van 'Waartoe zijn wij op aarde?'. Natuurlijk om te keuteren en te kneuteren. Zeer existentiële bezigheden. Uitstekende condities voor intellectuele arbeid. Alles is werk, zeggen verstandige sociologen.

Sinds kort hebben we nieuwe buren. Ze wonen in een schuur. De schuur grenst aan een 1-kamerwoning in aanbouw. Deze woning is onderdeel van een optimistisch staketsel voor hout en leem over 90 m2. Voorlopig kamperen ze rond een enorme soeppan op het houtvuurtje. Vier generaties vrouwen. Drie gedragen zich grappend flirterig. De vierde is uitgepraat. Of zo. Voor een stammoeder erg blank ook. Daar zit vast een verhaal aan vast. Wellicht is het een vondeling.

De buurman is ketellapper en vertinner van beroep en bedaard van aard. Waardig met een oude Dacia Break. Met z'n allen een verrijking van ons Tziganië. Als het hout knispert en de rook kringelt, dan kneuteren we erop los. Als de bouw klaar is, komt er een pingpongtafel. Een waar buurthuis - het gaat nog even duren. Hof en gekeuter hebben we al en de twee kinderen zijn wonderbaarlijk schoon.

terug





Ruimtegebruik

Tegendraads aan de vakantie praten we over huiswerk. Ik zeg: alles goed en wel, maar vaak is er geen tafel. Je kunt nergens schrijven. Of eten van een bord. De plattelanders leven buiten en op elkaar. Toch wordt ook hier een vliegtuigbouwer geboren. Wie wil, kan hem bellen.

Toen ik jong was, hadden we geen huiswerk. En later wel, maar toen konden we aan tafel. Zonder eigen kamer toch te doen. Hier zitten velen met net te weinig, ook de universiteitsgangers. De kinderen blijven toch wel ergens steken, helaas. Ik red de wereld niet. Ik verketter de liberalen van de eigen keuze en kansen. Gelul. Libertijnen halen gedachten en echte mogelijkheden door elkaar. De armen doen hun uiterste best om rijker te worden en meer afval te produceren en groter te wonen. Zeer vermoeiend. Eergister zag ik een Bently, vandaag een RR. We stonden in de file naar Baneasa, waar ik de mooiste toeriste ooit terugbracht. Uitgekleed graag, bleef figuurlijk. We spraken over overdrachtelijke ruimte zoals bij afwijkingen en andere gekte. Wij zijn gek en laatbloeiers en hadden verliefd moeten worden en trouwen, maar ja. Maar ja, mijn lagerschoollief zou tegen zijn.

We waren vast beter af als we waren uitgehuwelijkt - ik kan geen reden bedenken waarom dat fout zou zijn geweest. Geheel misplaatst weet ik er een veertig jaar na dato. Arme mensen produceren geen vuilnis en daar worden ze van beschuldigd. Ik vind de mensen zonder stoelen en tafels alhier helemaal niet zo verkeerd, ze vinden het wel van zichzelf. Geen fractie van vuil en afval maken ze. Onbedoelde ecologen, ze gebruiken alleen wat groeit. Terug op 'roots'. Misschien heb ik een auto nodig om ze naar een Groene Universiteit te brengen. Vaderschap is niet eenvoudig, je wilt weten waar de bommen te gooien.

Rijke en slimme mensen zorgen te weinig voor nog meer slimme en rijke mensen. Kijk om je heen, simpel zat. Blijkbaar kan het ze geen moer schelen, want ze zijn toch de sterkste. Maar ja, ik zie de doorfok en inteelt - bij vijf sterren in Monaco denk je misschien dat het er niet is. Eigenlijk had ik de RR-rijder moeten stoppen, gewoon zomaar in de file. Waar ben jij mee bezig en ik, maar het is niet zo eenvoudig om moedig te zijn. Ik keek meer dan een half uur naar zijn velgen. Ze vonkten. Een jaar eten, en ik schold niet eens.

terug






Zigeuner

Het is weer luilekkerland! Alle bomen dragen vruchten. Liggend in het gras vallen de kersen. Je gaapt je vol. Alles lovert. Berm en veld vol groen. Het is een nat en warm jaar. Te lui en loom voor iedere andere activiteit. Ook geen criminele. Liggend in het gras dijen we uit.

Pas in het diepe najaar komen we overeind. Dan is het riviertje vermoeid van steeds weer zijn loop verleggen. De bedding heeft weidse grenzen. Zonder elkaar bestaan ze niet. Wij zien het aan, jaar in jaar uit. We zijn later op dan onze dorpsgenoten. Als het even kan, gaan we eerder naar bed. Ze sloven iedere ochtend naar vuilophaal en plantsoenenveeg. Zwart in de trein en zwart weer thuis. We kieperen vuil op het veld en geen park te zien hier. Onze mensen schonen de stad.

Ooievaars eten kikkerbillen, eksters kuikens. Concurrenten. Wij leven van de wind. We zien ze vliegen. We dromen van huifkar met etage. Kinderkopjes boven en wij onderin. Het paard kiest z'n weg. Links en rechts gooien we een gelapte ketel - afnemers werpen klinkende munt. We stoppen als de frambozen rijp zijn. We stoppen ons vol met vitaminen, want we zijn niet dom. Aan bosbessen en paddestoelen geen gebrek. Een vis uit de rivier springt in de pan. Domme vis. Eeuwige picknick. Paradijs aan huis bezorgt. Het land is van ons, we volgen het water dat altijd de baas is over de grond.

We leven mee met onze broeders en zusters langs de snelwegen. Voor een grijpstuiver wagen ze hun leven in vergiftigende dampen. Zware gassen met vergulde ringen. Langs de beek dromen we van ons personeel dat ijzerwaren inzamelt. We bouwen een huis met veertien kamers. Alle kamers zijn nodig voor mijn kinderen en kleinkinderen en achterkleinkinderen. We zijn met weinig - we willen rustig slapen. Vooral overdag, als het heet is. En 's morgens als het koel is. En 's avonds als de krekels en de kikkers leven. Vooral als het lawaai van de massa is verstomd. Wij zijn niet als de meesten.

Her en der zijn onze mensen slaven. Anderen zijn zwervers en bandieten. Menigeen is gestudeerd. Ze zeggen ook wel: geciviliseerd. We gapen een pruim in ons strottehoofd. Vandaag bij volle maan verandert iedere nepgouden ring in een voordelige lening of een gunstige belegging. Kruidenvrouwtjes dansen kringen in kleine lettertjes. Kinderen plassen op staatsbijstandscontracten. Op de rand zijn we niet wie men zegt wie we zijn.

terug





Vreemdeling

Hoewel de Roemenen zelf niet weten in hun jonge staat wie ze zijn, ben ik toch een nieuwkomer. Het klopt dat ik er niet was toen de Roemeense landen een territorium schiepen waarin ze zelf een minderheid waren. Sindsdien is er weinig veranderd. Ik ben een horizontale instromer.

Als allochtoon alhier volg ik Nederlands nieuws. Ik heb geen tv-satellietschotel, ik ben niet zo gek als menig NL-expat. Ik ben ook geen Turk in Amsterdam. Het nieuws dat ik volg, getuigt van weerzin tegen de ander. En van domheid en kortzichtigheid en gebrek aan historisch zelfbesef. De weerzin tegen de ander, heeft verzuild Nederland groot gemaakt; de weerzin wederzijds en coöperatief. De hetze tegen islam en moslims is hitleriaans. De vervangende Davidsster is nabij. Die hem droegen hebben kinderen die dader zijn. Anderen zijn als altijd: de laarzen marcheren!

Aan domme brallende koppen geen gebrek. De Roemeense fascist laat zich met gemak uittekenen. Het is een zeer agressief volk - zelfs zonder drank beslechten ze ruzies graag met slaan. Gebrek is er aan zingevingsvragen - geen politieke partij begint eraan. Ik heb geen idee op wie ik zou stemmen. Alle mensen zijn corrupt en sommigen zijn meer corrupt. Wat ik mee krijg is dat veel mensen het nogal gewoon vinden. Geweld vindt men gewoon. Ook een automobilist die van de brug rijdt vormt een grappige gebeurtenis. Geen medelijden. Geen mededogen, mits je het kunt kopen.

Er zijn mensen die met genoegen in een stevige Jeep rijden en hard ook en als een kind verongelukt dan is het niet hun schuld. 'Ik kan er niks aan doen dat een kind achter z'n bal aan rent op straat'. Ik haat die mensen. Ze zweren en leven bij de drie-eenheid van kerk, casino en apotheek. Ze zijn nooit schuldig en alles is oplosbaar. Ze hebben een eigen God, zonder geweten. Ze zijn ruim vertegenwoordigd in ons land. Meer dan zat. Chaos en zonde vinden een legitimatie in religie. Alles moet kunnen, behalve homoseksualiteit en euthanasie. Er zijn grenzen. Willekeur. Theocratie. De afstand tussen overheid en burger is onpeilbaar klein.

Onze burgemeester is een feodaal. Zijn varkens grazen de gemeentebossen af. Uitkeringsgerechtigden hoeden de varkens en zijn geiten, en mesten de stallen uit. Het is een vriendelijke man. Persoonlijk ook. Hij ronselt stemmen en komt later ook zelf kabaal maken dat er te weinig is gestemd. Ik ben er, daar is voorlopig niks aan te doen.

terug





Wind

De bomen hier zijn niks gewend. Een kleine tornado houdt huis. Ons restaurantterras woei weg. Langs de weg naar ons dorp zijn ook de voorheen-bomen, thans telefoonpalen, geveld. Onderweg is het overal aardedonker. Sommige rijkaards hebben een aggregaat - dat zie je zo. Hun alarminstallaties blijven in functie.

Bliksemschichten aan de horizon. Dat is een mooi gezicht. De stad is ontregeld. Op het dorp doet alles het nog. Niemand heeft vaste telefoon, die palen waren toch al overbodig. In m'n hoofd woedt een storm na. Drinkgelag ontaardt in beroving en 'black out'. Duisternis en toeterende treinen zullen me bijblijven. Deze thuisreis herinnert me sterk aan alles in de war. Een kwalijk getij! Maar nu is het natuurgeweld met charmes. De onmaakbaarheid van het leven. Er zijn minder mensen die daarbij stilstaan dan je zou verwachten.

Gewoon doorsteken. Het waaide als een gek en het spookte in m'n hoofd. Waar zijn we gebleven? Bij de pinksterdagen. Hoogtij voor de christenen. Maar de Heilige Geest laat zich niet vermarkten. Met de kerstdagen kunnen we sentimenteel doen, met de paasdagen alsof een ei ons eeuwig leven schenkt. Met de pinksterdagen staan we met lege handen. We zijn zelf aan zet. Begeesterd. Geïnspireerd. Of niks. Een half ei, na vijftig dagen bedorven. De dop is leeg als een dop. Het een tikje massapsychotische mooie verhaal van Pinksteren moet er toch ingaan als zoete koek. Maar nee. We eten extra rijstepap met kaneel. Ieder jaar weer denk ik aan basterdsuiker.

Afhankelijk van weer en luchtstromen kan de zonde tegen de Heilige Geest me nog wel eens bezighouden. Als het miezert in het holst van de nacht, begin ik er niet aan. Een zonnige, windstille pinksterochtend is een betere gelegenheid. Als het er niet is, weet je wat miezeren inhoudt. En bij het holst van de nacht hoe laat het is. Gisteren was het windstil en zonnig en serviesgoed met rijstepap circuleerde ruim op het dorp. Ik vergat onbewust expres citroensap te kopen. Maar zonder basterdsuiker vind ik er toch weinig aan.

Eén keer per jaar ben ik nog christelijk. Een pesthekel heb ik aan de massale commerciële dagen. Tijdens pinksteren waait er een wind waar niemand raadt mee weet. Geestdrift. Gewoon in de praktijk brengen wat de bedoeling is. Anti-haatzaaidagen. Zelfs de haatzaaiers haten we niet. Pinksteren is een tikje abstract, dat zien de meeste mensen niet zitten. Het is toch een wind om mee mee te waaien.

terug





Speels met clichés

In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen. 1 mei is voorbij en allang lei een vogel een ei. Zigeunervrouwen zeulen langs de wegen met vloerkleden. Ambulante handel. Ik verkeer vandaag wat heen en weer tussen enkele plaatsen. Kilometers per dag lopen ze. Ik denk: mens ga toch bedelen!

Bedelen is langdurig op één plek, staande, in de uitlaatgassen, in combinatie van verwensing en negering. Meer lonend wel. Mededogen bezorgt menig Roemeen een plekje in de hemel. En menig Roemeen heeft wat goed te maken: niet iedereen van de heilzame werken voor 1989 is dood. En er worden na 1989 voldoende zonden bedreven om kerk en bedelstand gaande te houden. De vrouwen met de vloerkleden hebben zware concurrentie van tapijthandels in de stad. Ook zij die met balen rokken en sokken op de hun rug rondtrekken, vrezen de toenemende mobiliteit van dorpsbewoners. Maar ze weigeren halsstarrig de goedgeefse Roemeen z'n aflaat te laten kopen.

Ze rekenen ook niet op een lift. Ik stop weleens maar ze denken dat ik een serieverkrachter ben. Of hen er meer gewoontjes ergens uitgooi en met have en goed ervan door ga. Zoals de waard is, zo vertrouwt hij zijn gasten, dat weet iedereen. Mijn zeer vertrouwenwekkend voorkomen is soms compenserend. Buiten bebouwde kommen willen ze er al weer uit, ze willen niet met me gezien worden. 't Is een soort overspel. Ik begrijp het: er is handel in de dorpen met een Dacia 'papuc' en dat vind ook ik een armzalige vertoning.

Ambulant is bewegend en zwetend. Is werken. Wie niet zweet, werkt niet. Dus geen brood. Of tenminste lager loon. 't Zijn communisten, kortom. Zonder het woord te kunnen schrijven of te kennen. Of te doorgronden. Waarom zouden ze ook. Alles wat in een dorp van de staat dus iedereen is, is van aanwijsbare notabelen. En van wie via hen sollicteren naar de status van 'bojer'. Zo was het voor en na WO-I en WO-II. Ze kennen de elite, ze kennen hun pappenheimers. Lopend en belast is je horizon beperkt. Geen heuvels waarna groener gras is.

Ik wil kleed, sok noch aflaat. Ik kan huilen als ik zie hoe pups elkaar bij de moederhond verdringen. Ze lijken op de taltijke ondernemers die tegenwoordig langs de hoofdweg een kruidenierszaak open. Ze wachten tot ik kom. Ze zitten op hun krent. Als een maatschappelijk werker op z'n bureaustoel. Ze spannen zich niet in.

terug





1 mei

De reeks van dagen om legitiem te vreten en te zuipen is nog niet afgelopen. Op 1 mei verzamelen alle maatschappelijke klassen rond de barbeque. Verschillende barbeques weliswaar. De steden lopen leeg, de bergen, bossen, stranden vol. We vieren niet dat we te eten hebben, we eten.

Duitsland, Duitsland. Ik had graag nog beter weer dan in Zuid-Roemenië, het valt af om er te wonen. Maar ze houden het vol: de antikapitalisten, de antiglobalisten, de krakers, de anarchisten, de relschoppers. Wij waren daarentegen gewoon thuis. Groen zat. Mannendag om kok te zijn. Na vier uur rook in de hof hadden we een rijk gevulde dis met slecht eten. Binnen drie kwartier was het op. Wie ernaar vroeg zei ik dat we 'natuurlijk, 1 mei vieren, want we zijn socialisten'. Het begon te regenen wat een gunstig voorteken is voor de maisoogst. Omdat 'Mai' rijmt op 'malai'. Bij dit klimatologisch inzicht vroeg ik me verbijsterd af wat het effect van een bui gisteren zou zijn geweest.

Gisteren was de dag dat een eenzame, verwarde man een theatrale zelfmoord pleegt onder de ogen van Beatrix, koningin der Nederlanden. 't Is was hier een nieuwsflits op de tv. Niemand had het erover. Ik dacht aan de eenzaamheid van de dader bij de daad en de voortgezette eenzaamheid bij de achterblijvers. Toen zette ik het mes in de niet zo heel smakelijke vegaballetjes, te koop bij de firma 'Angst'. Vreemde samenloop van omstandigheden. De gepeperde saus, voor bij de vis, van olie, gesmoorde tomaten, pepertjes en knoflook krikte het geheel wat op.

Witte vis, braadworst, mitei, vleeslappen. Salade van sla, tomaat en komkommer. Gekookte ham en witte kaas. Rook en tabak en drank alom. Arbeiderssolidariteit: iedereen deed wat en betaalde wat. Ook aanlopers brachten bier in. En bij de regen zeiden we honderd keer 'regen in mei brengt polenta naar mij'. We aten binnen, het was niet anders. Karpatenweer - op de vlakte hebben we er eigenlijk geen boodschap aan.

Vandaag ontdek ik dat 1 mei als traditie een Amerikaanse uitvinding is door te pleiten voor een achturige werkdag (1886). Gelukkig zijn er al eerder verlichte ideeën om een tijdsverdeling over een etmaal te hebben. In de 9e eeuw vroegen Engelse arbeiders om een kortere werkdag. In de 5e eeuw nam Benedictus in zijn kloosterorde een wijs besluit: acht uur werken, acht uur slapen, acht uur bidden. Blijven je ook mooi vijf uur barbecue-en bespaard.

terug





Licht pasen

Bestaat er enige binding tussen kerk en commercie en feestdagen en inkopen? Vroeg ik me af op de derde dag in de rij staan. Roemenen vinden in de rij staan minder erg dan ik. Maar wat nu als je in de rij staat voor God in plaats van voor zijn lamsvlees?

In Buftea hebben ze een goede slagerij. Een kind ontdekt dat Sinterklaas niet bestaat. Bij godsdienst ligt dat lastiger. Ik zeg tegen m'n gezinsleden dat ze naar de nachtmis moeten. Waar hebben we godverdomme anders duizend ron eten voor ingekocht. Een doornenkroon kost niks. Ik knip ze uit de rozenbottel. Geen betere kroon dan van mijn bottels. Jezus zou veel meer gebloed hebben bij mij doornenkronen. In alle kerken. Wij hadden al pasen en nu is het weer zo ver. Ik luister Bach dwars door alles heen. Mijn vrouw maakt 'drop'.

Drop is een gerecht om schepselen gods nog eens flink in te peperen dat dood dood is. Organengerecht. Je ontleedt een lam. Einde aan de vreugde van het voorjaar. Lente, een lam! Maar nu schransen we je uit de wei. De bijbel heeft het verordonneerd. En zo niet, dan doen we het toch. Met de paashaas. Aardig onderzoeksthema: wie gaat er vreemd tijdens het Jezusfeest? Eindeloos leek de rij toen ik nog weer eens voor hondevoer ging, maar de cassiére had gezien dat ik haar zag. 'U bent boodschappen aan het doen?', zei ze plompverloren te midden van honderden klanten.

Ik kon het niet ontkennen. Ik schaamde me voor de geringe aankoop. De achterganger duwde en m'n kind trok. Moet ik overmorgen weer naar de winkel - ik verzin iets. De komende tien maanden ontbreken de vegaschnitzels, dat is een goed thema. Ik val niet op blond, toch is ze mooi. Ze zou niet misstaan als moeder van Christus. Dichtbij onbezonnenheid en herrijzenis en nog meer onbezonnenheid. Bij de kassa deed ik niks, wel 'tune-de' we in. Onze genen zagen het helemaal zitten.

Ik ben tegen Jezus omdat hij geen vegetariër is en wijn-dealer. Maar ik ben voor, omdat hij brood tot meer maakte en water zwaartekracht vond. Een schelm schaatst over het meer van Galilea. Hij zal gelachen hebben! Iedereen gaat nu naar de mis en ik schud mijn hoofd tegen m'n zoon: hij is een jood die nooit bestond. Wijs is geloof niet in god, maar wel in hem. Jij bent je eigen schaatser.

terug





Pasen, nog weer eens

Met kerst en oud&nieuw ben ik nooit melancholisch. Eerder ergerlijke dagen dan gezellige. Gezellig is al tamelijk vervelend. Extra gezellig zonder basis is buitengewoon vervelend. Er zijn weinig zaken die me zo kunnen storen als kerstverlichting in Boekarest. Of gevellampjes langs huisjes in ons dorp. Feest voor midden- en kleinbedrijf.

Het wonder komt met Pasen. Kan eruit Teutonië iets goeds voortkomen? Zeker: Bach. Het onbestaand kind van de onbekende god leeft! Het is zo mooi. In 1947 had men alle joden willen kruisigen. Het leven noch de geschiedenis laat zich in één factor vangen. De mythe raakt m'n hart: we gaan dood en we komen niet terug en gaan ook niet verder en juist daarom. Dat is de mythe niet. De schoonheid overstijgt het verhaal. Het verhaal is slechts decor. De kapstok. Het smoesje.

Hoewel de rooms-katholieken in Braºov hun processie al hielden, barst Pasen pas eind deze week los. De staatskerk houdt een marathonsessie van een dag of drie-vier. De gelovigen doen daar parttime aan mee. Ze hebben beperkt tijd, want moeten boodschappen doen, eten voorbereiden, eten serveren, eten op eten. En vrolijk en dronken zijn. Vakantietripjes. Nog een processie met kaarsjes vanuit de kerk. De zegen van de voorganger. We herhalen die dingen met infantiele folklore: eitjes tikken en zeggen dat de heer is opgestaan. Vroeger vroeg ik wel eens: welke heer?

Als Nederlander ben ik geoefenend in gedogen. Een grote deugd. Er zal hier allerlei eten ter tafel komen om uitgestalt te zijn. Een teveel. Op mijn lijstje staat: geen hondenvoer kopen deze week. Terwijl ik denk dat een hond meer godsbesef heeft dan menig volvreter en feestvierder die god en verrijzenis alleen als legitimatie kent van tomeloosheid. Voor wie god bestaat uit vage rituelen en braspartijen. 't Blijven Grieken, die Roemenen? Wie voedt hier op in de inhoud van het geloof? Wie koopt er nou een boek over de kerk als je die kerk toch al van haver tot gort begrijpt. Ik zei al: een paard heeft meer godsbesef.

Er heerst opwinding. Schoonmaken. Bomen witkalken. Pasen! Er zal nog menig ei worden geverfd en gegeten. Menige kerk bezocht. Bewijzen in loze gewoonten dat kuddes bestaan. Zonder God. God openbaart zich niet bij Carrefour. Misschien bij een kluizenaar. Maar ik ken al allerlei psychoten. Bach had een talent, een gave - woorden die altijd maar weer verwijzen naar het hogere dat niet bestaat.

terug





Een wandeling

De zon brandt op ons bolletje. Ontmoedigend en verootmoedigend: velden in velden van vuilnis. Niet iedereen heeft er oog voor. Zwerfpuppy's vermaken zich met een dump-tv. Geen beeld. Vagelijk ruikt het naar verschroeide aarde.

Gisteren modder, vandaag stof. We luisteren naar kikkers, zien ooievaars, torren die torren en hagedissen. En een platte kikker. De drie kinderen stellen een begrafenis voor, met een passende maaltijd. Dat gaat me te ver. We sloffen en sjokken zonder schaduw. Zelfs de hond laat allengs de vuilnis links liggen. We snakken naar de bar drie kilometer verderop. De eerste twee uitspanningen wijs ik resoluut van de hand. We moeten verder. Bovendien is dichtbij de derde een wijde stroom. Daar willen ze toch naar toe.

Marcheren! De hond op een dorp aangelijnd bij het jongste kind baant zich een weg naar kuikens. Meerdere kinderen huilen. Voor ganzen heeft ze ontzag. Terecht. Onaangename, agressieve gevederde vrienden. Met onsmakelijk lawaai en vettige eieren. Ze verstoren schaamteloos de idee dat God het goed voor had met z'n schepping. Onze expeditie loont. Frisdrank en ijs. In het water doet een oude vrouw haar was. Gelukkig zonder sop; ze staat in de bovenloop van onze Colentina. Een kruiwagen voor het wasgoed. Met haar laarzen stampt ze onverschrokken een tapijtje schoon. Beheerst in de sterke stroom, met wekende, bijna ontsnappende kledingstukken onder controle. Zonder woorden mag ik haar. Ze zeurt niet dat het water te koud is voor de kinderen. Ze scheldt niet tegen de hond. Ze wast de was en het water is haar vriend.

Een idyllisch beeld. Kranige bejaarde schrobt zich het zweet op haar kop in snel vlietend water. Groen omlijst. Naast een brug waarover af en toe een auto schommelt en de chauffeur dan roept dat het te vroeg is voor waterpret. Door het beeld loopt op hoogte een knalgele lijn. Een gasleiding overbrugt het water. Zonder pardon, alsof het altijd al zo was. Ik kijk er lang naar en m'n hersenen lopen heet. Ik besluit dat deze plek niet kan bestaan zonder, de pijp houdt de boel bij elkaar. Als je hier niet leeft, word je wel geleefd.

We moeten terug. We wringen onze kleren. Klam lopen we door andere vuilnisbelten. Hier en daar kringelt rook op. De zon zakt en gelukkig bevinden alle zwerfpuppy's zich aan de overkant van het water. Het uitzicht op ons dorp is mooi: door alle bloesems geen boom te zien.

terug





Wij

Wij zijn anders dan jij en daarom hoor je er niet bij. Ik zag op 'Uitzending gemist' een documentaire over Frank Boeijen. Ik hou niet van z'n zang, wel van de tekst en muziek. Maar ik zag opeens een andere man. Een bijna verloren man, maar toch weer niet. Als het zo doorgaat blijkt het de Leonard Cohen van de Lage Landen.

De muziekscene in Nijmegen tierlierde al jaren. Ik stond een beetje langszij want was niet van daarginds. Vrienden en vriendinnen zaten er helemaal in en m'n vriendin dook er een beetje geheel in onder bij tijd en wijle. We waren allemaal bevriend met Clemens van de Ven, Sjoerd van Bommel en Ger Hoeymakers. Zelfs Hans Dulfer leek een bekende. De verloofde van Frank was een bevriende collega. Ik zag haar nergens in de documentaire. Ook geen kind, ik dacht hij is alleen en dat is goed maar waar is zijn meisje van weleer?

Candy Dulfer had je in die tijd nog niet op ons dorp - ik kan het me tenminste niet herinneren. Maar we waren bij elkaar en we hoorden toch wel onder ons en we gingen echt wel naar het bluesfestival in Wychen. Dat moest. Er was wel een scheidslijn tussen Extase-gangers en de niet-gangers. De laatsten waren bang dat ze te weinig hun eigen feestje konden bouwen.

De ambtenaar zucht: 'U bent niet biometrisch toegerust...' Ik sputter: 'Ja, maar ik ben wel van hier en nog van de Vendeven-tijd.' 'Hier staat dat u een Roemeens paspoort moet hebben.' Ik: 'Wat maakt het uit, ik kom naar de oudste stad, de Romaanse stad, mijn stad!' 'Daar kan geen paspoort tegen op', voeg ik tevergeefs toe. En Extase blijkt na zestig jaar ter ziele - ik zoek mijn wandelstok om die gestroomlijnde jongeman een meer dan ferme oorvijg te geven.

Ik zoek mijn wij en die lefgozer vertikt het. 'Uw kleinkind moet een aanvullend Zigeunercertificaat hebben.' Ja, ik reis met Adina die per se Nijmegen wilde zien. Zij heeft ook een wij van moeders verhalen en opa's verhalen. Per saldo hebben we meerdere wij's. In Roemenië en bij onze zoon die in New York woont. Tegen m'n zin maar wat doe je eraan. Adina denkt dat opa alles kan oplossen. Veel meer dan huilen om het verlies van dit wij kunnen we niet doen. We barsten in tranen uit voor het aangezicht van de ambtenaar. Die blijft onbewogen.

terug





Islam

Zo gauw ik tijd en geld heb ga ik gezinsbreed naar Istanbul. De levende islam bij de buren aanschouwen. Ik hoop ook dat het land binnenkort lid is van de EU. Kunnen we allemaal vrij over en weer op vakantie en gezinnen vormen.

Voor 'gezinnen vormen' is in aanleg een platter woord. Het zit me dwars dat ik nooit een Turkse ben getrouwd. Nu zijn er in Roemenië wel veel Turkse genen. De slag tegen de Ottomanen is verloren; de mensen werden mooier. De genen van mijn vrouw zijn opgekocht ooit door Roemeens-christelijke slavenhandelaars. Maar het was mooi weer vandaag en ik dutte naast haar in het zonnetje. Ik zei niks over mijn distributieland: xtc, slaven, bijbels, tulpen, toyota's. Gelukkig waren de kinderen die gedachten kunnen lezen niet thuis. Want ik dacht aan islam en Istanbul en misschien zou ik kinderen in Casablanca hebben.

De wending van het leven. Daar willen mensen met een grote bek niks van weten. Hun niet-religie is heilig en waar en onweifelbaar onbetwijfelbaar. De koran in huis kan ik niet lezen. Arabisch. Ik geloof toch wel dat er veel in staat wat tot op het bot niet deugt. Als in de bijbel. Zeker van deel 1 lusten de honden geen brood en is geen tittel of jota werkelijkheid. Soms en ergens staat een mooie zin.

Het had niet zo veel gescheeld of ik zat nu op Maghreb Online punt NL te wezen. Ik hoop vanuit een Rif-dorp. Met drie sneden bruin met pindakaas. Dan zou ik bij de opkomende zon tegen m'n buurman in het Berbers roepen: 'Nog wat geiten geneukt, buurman?' Verder dan drie zinnen en dertig woorden in het marokkaans-arabisch kwam ik nooit. Ik schoof aan in het talenprakticum van de Nijmeegse universiteit. Het lag niet aan het onderwijs.

We hadden veel gemeen. Door gezeur van mensen zie je bedoelingen niet. De wijsheid is weg als de duivel zich meester maakt van het woord. Ik heb veel boeken niet uit. De Roemeense kerk is minder dan een lege dop. De islam is oriëntaals. Als de schrijver Prediker. Die lustte er wel pap van. De koran zegt: neem altijd de reiziger in je huis op. Het is best een goed boek. Koloniseren hadden de christenen al uitgevonden. Och wat zou het leven eenvoudiger zijn als de Turken Wenen had ingenomen en de christenen niet miljoenen over de kling hadden gejaagd. Kwam ik ook nog op het rechte pad.

terug





Gehakt

Er zijn mensen van vlees en bloed in de virtuele wereld van hyves die mij niet zien zitten. Dat kan. Da's mijn ruime voorsprong op hen. Vreemd wel dat ze zich met twee of drie voor vijfhonderd uitspreken. Je krijgt het communisme echt niet uit de Roemenen gebrand. Jammer ook dat je die andere 497 niet te spreken krijgt.

Het lijken kinderen, maar wellicht 18-plussers en dus wil je er best mee te bed. Mits niet officieel verstandelijk beperkt, hoewel dat ook best kan, maar niet als ze voorwenden slimmer en ouder te zijn. Altijd slimmer kan, maar ik woon in dit land. Ik kijk uit m'n raam en iemand in Nederland schrijft over mijn uitzicht. De wijsheid in pacht. Die hyves-types weten niks van 'de wijsheid in pacht hebben'. Ze kennen waarschijnlijk het begrip 'in pacht' niet. En ze vinden mij een ouwe lul.

Wie ontdekte India en wie was Columbus? Ons kind van 10 dat tot veler verwondering hier gedijt moet het weten. 1492 weet ik. En Vasco da Vama zoeken we op. Waren we maar op Gran Canaria beland joh. Altijd mooi weer. Nee nooit of maar zelden sneeuw - ik blij, hij peinzend: nooit sneeuw? Ik hou van kinderen. Niet van de winter. Ik hou van kinderen en hun winterpret. Ego?stisch wil ik de zon. Zuid-Roemenië is als Zuid-Frankrijk een goed begin.

Vreemd wel dat men meent mij te moeten kapittelen. Dat vind ik een mooie zin. Hoe graag zou ik 'em herhalen. Waarvoor hetzelfde geldt, maar zo blijven we bezig. Zo blijven we bezig. Geraken we nooit in de zon en ik heb vandaag nog meer te doen. De geschiedenis stoomt voorbij. Ook in Roemenië heb je mensen die weg zijn en mensen die nieuw komen en alles beter weten. Ik weet niks. Ik ben blij dat onze Roemeense kinderen gewoon alles weten.

Wil je hier dood gaan? Ja, daar hoor je die hyves-types niet over, want die gaan niet dood. Ik zeg tegen m'n vrouw ik wil hier dood en begraven in de tuin. Dat doen ze niet hoor, onze tolerante Roemeense vrienden. Ze stoppen me tegen m'n kost wat kost op het kerkhof. De ontsnapping is deels er zelf een eind aan maken. Daar is de kerk niet zo op gesteld. Maar ik zit er mooi mee. Een huichalaar in vrouwenkleed die mijn kadaver tegen betaling begeleid naar waar ik niet wil.

terug





Roemeense tuthola's

Ongemakkelijke zaak als mannen over mooie meiden praten. Een medepassagier zegt: we hebben prachtmeiden hier, maar zie jij er een van boven de dertig? Ik pruttel nog wat over andere kwaliteiten, maar ik weet ook niet waar ze blijven.

Ze zit strak in vel en kleed. Kapsel en nagels. Hoort niet in de stoptrein. Minachting meen ik in haar blik te zien. Ze vraagt niet eens of de plekken vrij zijn. Ze ontdooit als ik een laptop tevoorschijn haal. Ze belt en een volgend station komt er iemand bij. De jongen steekt een arm en ze weert vaag af, maar genoeg waardoor hij alleen zit. Hij is een mooie rechtoerechtaan figuur, waarvan ik me kan voorstellen dat vrouwen erop vallen. Stiekem bekijk ik haar.

Ze is mager. Dagelijks zie ik het soortelijk gewicht van Indase filmsterren en die zijn voller. Waarom al haar zorg voor het uiterlijk? Ze leest een boek. Nimmer vertoont in al m'n jaren stoptreinen! Ik had willen vragen wat het was, maar de vriend stapte in. En het boek had een dikke kaft. Een kinderboek en zij de kleuterjuf in wording; in drie kwartier honderdduizende gedachten. Hebben Roemeense vrouwen in het algemeen een grote neus? Of met een kleine neus, hebben ze dan brede heupen?

Zonder het te weten wat het was, werkte ze me op de zenuwen. Zij, boek, vriend, geen boek, geen vriend. Ze zat en ze zat in de weg. We wisselden geen woord. De trein voldeed aan de verwachtingen. Ik zei niks over het zwerfvuil en de illegale stortplaatsen. Ik voldeed aan de verwachtingen. Het meisje wist van niks en haar vriend zat er wat onthand bij. Ze had een jasje aan waarvan ik het merk niet kende. De spijkerbroek idem. Het zag er allemaal duur uit.

Toen de conducteur kwam, had ze geen kaartje. Hij sloeg haar over zonder geld. Ik niet. Ik zei: koop toch een kaartje, je zit in de trein he? Door jou heb ik straks geen trein meer. De coupé rees tegen me op: het is een arme studente, haar kapsel doet ze zelf hoor, waar bemoei je je mee. Getalsmatig zat er de kloppende halve Rroma bij die geassimileerd meeschold. Ze loog ook nog over de uitstaphalte. Ik schold: je bent de toekomst van ons land en schuif je kut toch gauw achter je webcam. Ik zag dat ze dacht: kent hij mij soms?

terug





Etnisch dromen

A fost odată ca niciodată. Krachten trekken. Ik straalde op algebra. Maar ik wist alles van formules voor snelheid en zwaartekracht. Tangens, sinus en cotangens of hoe het ook al weer heette hadden ook geen geheimen. Gefascineerd door meten.

Later hield ik van filosofie. Bestaat het woord 'stralen' nog? Ik schreef het boek Denken over je vak, want ik hield inmiddels ook van de deugdenleer. De macht van de taal. Het woord van Foucault en Habermas. En de Grieken, de andere Fransen en de Nederlanders die erover dachten en intelligenter waren dan ik. Misschien was het niet zo raar, want thuis wist niemand van dat soort dingen. Later bleek de schoonheid van wiskunde een hoge vorm van creativiteit. IJverde Pythagoras met Constatin Brancusi?

Toen ik 'pap' kon zeggen en nog geen 'pudding', werd me ingeprent dat in den beginne het woord was. Jung zegt dat we alles al kennen en weten. Maar ik begrijp het nog steeds niet. De wereld kleurde ooit en later weer oranje: Bhagwan Shree Rajneesh. Even werd ik geraakt, als door de Roemeense kerk. Mijn beste en enige goede herinnering eraan is een fantastische disco in Amsterdam. Een hippie opleving voor wie net iets later was geboren of eerder maar op het platteland. Nederland had toen nog platteland. Heel erg veel zelfs. Ook nu halen ze Mexio City niet in. Of Nordrhein-Westfalen.

Ik ben een dorpeling. Ik heb de pest aan Nederlanders die zeggen dat Nederland vol is. Ze zien achttien miljoen krap behuisde directe buren over het hoofd. Ze kijken niet verder dan hun file lang is: het halve land staat leeg. In Shanghai woont iedereen in drie keer Noord-Holland. Als dorpeling zie ik de relativiteit van de stad. De modale heikneuter plus wil wonen als in de buitenwijken van Los Angeles. Huis, boompje, beestje. We hebben een bovenste beste hond. Ik woon in een Zigeunerwijk en mis de Turkse buurtwinkel. Er ging sowieso weinig boven Bottendaal. Eeuwenlang is tien bevolkingsprocent allochtoon.

De modale heikneuter bepaalt het basisconcept van Nederland. De rest: arme gezinnen, passanten en jonge of vrijgezellige rijken in de steden. Computergestuurde boeren. Arme minderheden trappen rotzooi in enkele stadswijken. Orthodox-protestanten planten zich voort in regio's. Het land is te plat voor 'compounds'. Gaat dit naar een punt? Nee. Want Roemenië is niks. Een taalgemeenschap, een kerkgemeenschap. Ik vertel het mijn kinderen niet. Zij hebben land nodig. Gras onder hun voeten.

terug





Hoofddoekjes

Toen we zeventien waren, had het wel wat, een meisje in ondergoed. Je kon nog iets uittrekken. Momenteel ben ik ge?nteresseerd in de Nederlandse man die de hoofddoekjes bestrijdt. Ik ken niks mooiers dan een meid die slechts gekleed is met een theedoek om haar hoofd.

Het verschijnsel theedoek in de keuken kennen we hier nauwelijks. Wel in onze keuken. Hoofddoekjes hebben we zat. Maar mijn vrouw draagt ze niet. Mijn ex van eerder, een Moslima nota benen want blote benen, ook al niet. Ik sloeg zoals het hoorde, maar dat mocht niet baten - alle opvoedingsadviezen en spookverhalen van de Koran ten spijt. Op straat ging ze tamelijk kuis gekleed, maar nooit in jurk of rok, zoals mijn gereformeerde nichtjes. Mijn huidige vrouw draagt ook al zelden rokken. Ik tref het niet.

Veel plattelandsvrouwen en zigeunermeiden hebben een hoofddoek. De meiden worden er mooier van. Ik begrijp de Nederlandse man volkomen. De moslima's worden onverdraaglijk mooi. Ook in bus of tram zijn ze naakt, op dat ene stukje sensationele textiel na. Waaronder lange zware zwarte lokken schuilgaan. Krullend. Ze ruiken naar kokosolie en wilde limoenen. Eén aanblik en een henna-waas trekt voor de ogen. Hersenen platgelegd. Iedere lul veert op. 'Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Das ist de hoofddoek.' Ik heb het zelf niet bedacht. Nooit denk ik aan mijn moeder die altijd bedekt ter kerke gaat en toch kans heeft gezien mij te verwekken.

Doorgaans loop ik achter de vrouwen aan. Ze volgen mij niet op gepaste afstand. Dat is het enige uiterste punt waarop ik overeenkom met Roemeense mannen. Ze zijn niet gek op hoofddoekjes. Ze schrijven er ook de krant niet over vol. Ze zien meer in een tangaslip of een 'push up'-bh. Jonge vrouwen mits hoofdelijk bedekt kunnen bij mij altijd 5 ron lenen. Er wordt misbruik van gemaakt. Ik weet het.

De manoeuvre is ingewikkeld. De Nederlandse man hoopt dat door flink te schelden op de hoofddoek, steeds meer vrouwen er eentje om hun hoofd knopen. Daarmee neemt de verongelijktheid echter toe: die sexy vrouwen worden onbereikbaarder. Een gevecht tegen molens zonder molens. Ze moeten de mannen-moslims te lijf, ermee concurreren, zelf een soepjurk aantrekken. Ze durven niet. Het uitzicht op man met baard leidt ogenblikkelijk tot slapheid in de volle lendenen. Dat is mijn voorsprong. Roemeense mannen geilen een beetje op Rroma-meiden, de hoofddoek interesseert ze helemaal niet.

terug





Lipscani

Vast en zeker schreef ik vaker over Lipscani. De oude wijk met samenhang. Boekarests historisch centrum. Omsingeld door hoofdstraten die op autowegen lijken. Panden met grandeur en folklore. De binnenplaatsen haast middeleeuws. Ieder moment lijkt er een kar over de kasseien te komen rammelen. Een poort in of uit.

De wooneenheden zijn overwegend semi-legaal bewoond. 's Zomers is men buiten. Daar schrijven sommige Boekarestenaren ingezonden stukjes over: die zigeuners zijn zichtbaar en veroorzaken vuilnis (in tegenstelling tot de schrijvers van ingezonden stukjes). De bedrijfsruimten zijn bezet door horeca, wat oubollig of super trendy, en enkele hotels. Door kunsthandels, antiekwinkels en bric & brac. Kortom: 'Cartier Latin'. Dat kan het worden, aldus de vorige burgemeester. Alle kans gezet op ooit. De wijk is voetgangersgebied - heel vooruitstrevend.

Geen auto's. Geen karren. Het licht is er altijd mooi. Ook gisteren toen het pijpestelen regende. Was er wel licht? De restauratiewerkzaamheden zijn net zo traag en voortvarend aangevangen als plotseling gestopt. Ik hoorde het op het radionieuws. Ik was er net aan gewend dat er borden stonden met tekst en uitleg. Her en der een opengebroken straat. Diep uitgegraven als stadsgrachten in de maak. Daarlangs loopplanken met houten hekken. Lang was ik niet in Venetië, toch moet ik eraan denken. Loopsteigers. Zometeen komt er een gondel voorbij. Zeker als de regen aanhoudt. Soms geven oude fundamenten zich bloot.Onder een afdak spelen kinderen met een bal. Ze vergeten om me geld te vragen.

Min of meer diagonaal door de wijk trek ik langs de aanstaande stadskanalen. Waar een loopplank is doorgezakt ligt een oude deur. Waar naartoe? Ik ben de Voorzienigheid innig dankbaar geen rolstoel of kinderwagen te hebben. Iedere neringdoende heeft zijn eigen onderbreking in de laterale loopsteigers. Toch zijn ze niet blij. Autovrij was al niet alles. 'En nu dit!', zie je ze denken. Op een kruising een wirwar van hout.

Ik laat me er niet hardop over uit, maar hoop dat het werk nog lang niet klaar zal zijn. Zelfs dat men er de brui aangeeft. Her en der wat gaas over een gevel, zodat er geen brokken van komen. Er zijn veel bruidsjurkenwinkels trouwens, maar die gaan wel weg. 't Is geen oord voor mijn hooggehakte verloofdes. Ik verlang naar augustus. Moordende hitte. Suffe straathonden schuilen onder de steigers, schurken tegen een middeleeuws fundament. Een zuchtje wind tilt zwerfvuil op. De planken kraken. Ik steek haastig over en zoek de schaduwzijde.

terug






Ritme van buiten

De winter duurt lang dit jaar. Het is te koud voor vandaag de dag. Het tv-journaal spreekt, ik had het al gevoeld en gezien ook. Eerst was het wit, toen vroor het min tien. Een brandend peertje houdt de hydrofoor vorstvrij. Toch is het vroeg ochtend. Helder vrieslicht.

Ik ben om 05.00u wakker. In huis is het koud of lekker koel, het hele jaar door. Het is zo stil dat het niet stil is. De eerste vlucht op de luchthaven raast over met een zachte bromtoon. Vier kilometer verderop het zeurende geluid van de spoorwegovergang. De ochtendtrein voor de vroege werkers. Met een geluid dat alleen wagons kunnen maken. Tegen zessen claxoneert de bus voor de vuilnismannen van Rompress.

Ook als ik te bed inmiddels tv kijk om te vernemen wat voor weer het nu weer is, mijmer ik over de naam van deze stadsreiniging. In het schijnsel van koplampen gloeit het halve dorp oranje op. Hun zonsopgang. Doorsneden met fel reflecterende zilveren strepen. Vallende sterren. Als ze niet zo'n kutbaan hadden, kon je er de romantiek van inzien. Om 07.30u blaffen de honden tegen langstrekkende schaapherders, koeienhoeders en geitenuitlaters. Als er eentje begint, weten de zeven anderen hier hoe laat het is. 08.00u ronkt het streekvervoer door de straat. Centrum Boekarest - Ons dorp v.v. Hij toetert nooit. Iedereen is wakker. Bijlen voor aanmaakhout zijn in ruste. De kinderen zitten op school. Althans de ochtendploeg. Daarna kun je een speld horen vallen.

Het waait niet. Het regent niet. De vogels zitten ineengedoken. Niemand veegt een erf. Ergens schilt iemand in gedachten verzonken aardappels. Of zonder een enkele gedachten. Snijdt zich geruisloos niet in de vingers. Om 11.00u drijven vage braadgeuren binnen. Hoogste tijd voor het Roemeens ontbijt. Patatten, met gebakken worst of ei. Of beide. Of geen van beide. De vroege kinderen hebben hun schoolbrood en melk niet genuttigd en zijn op tijd voor de lauwe lunch.

Nu de andere helft van de kinderen naar school is en ene helft een middagdutje doet, keert de rust terug. Maar niet na dat de streekbus om 12.00u is geweest. Weer of geen weer: siësta tot 15.30u. Knisperend vuur en Mozart overstemmen eventuele vliegtuigen en spoorwegovergangen. Dan komt werkersbus. Ook treinen leveren volk af. Enig rumoer. Wat geroep. Gescheld misschien. Rammen met bellen. Tegen 21.00u doen de barretjes het dorp op het nachtslot. Morgen is er weer een dag.

terug






Loopse honden

Als je een hond hebt, wat eigenlijk niet aan te raden is, en die is loops, dan krijg je weer een heel andere kijk op zo'n dier. Als ik thuis kom is er weleens niemand thuis, maar de hond heeft me horen aankomen - uit een miljoen Dacia's onderscheidt ze mij en kwispelt me tegemoet.

Fijne thuiskomst. Onmiddellijk komt ze aangestormt. Ik ben niet echt haar baas, Een beetje. Meer haar mensenvriend - we richten elkaar af. Ze komt zomaar uit de bossen bij mij wonen. Ik vond het goed. Zij ook. Ik heb de relatie bevorderd met goed eten. Iedere dag gekookte kip. Tot ik dacht: nou ga je zelf maar eten. Brokken van Penny. Het gaat vanzelf als je niks anders te eten krijgt. Honger maakt rauwe bonen zoet. Wij zijn vrienden. Hoe groter haar tanden, hoe meer we bevriend zijn.

Roemenië en honden. Da's een verhaal apart. Rexa mee op wandeling houdt in dat sommige dorpsgenoten meteen stenen gooien. De grote zwarte hond is de duivel in eigen gedaante. Ik vloek: het is mijn hond, wat doe je?! Oh sorry. Maar daarmee begrijp ik niet het waarom van de impuls van stenen gooien. Waarom die impuls? De eerste 200 meter lijn ik de hond aan en daarna komt ze uit eigen beweging achter ons aan. 't Blijft een hond. De dorpsbewoneners hebben honden maar kennen hun honden niet. De honden blijven om te eten - zonder relatie. Ze zijn nogal behendig in mensen africhten. In dit geval weet ik het beter. In een week tijd aai ik de schuwste of valste hond - eet een broodje uit m'n hand.

Erfhonden. Wilde honden. Straathonden. Het maakt niks uit. Honden zijn net mensen: ze hebben onderlinge strijd maar ze willen niet alleen zijn. Katten zijn kluizenaars. Het is een mooi gezicht hoe vijftien honden overleven op een kruispunt van autoverkeer en mensenverkeer. Je kunt het iedere dag zien in Roemenië. Samenwonen. Samenleven. Oude vrouwen voeren iedere ochtend de honden naast hun bloc.De honden horen bij ons. Als koeien in India. Roemenen hebben Indiers ge?mporteerd. De honden hebben ze achtergelaten. Vreselijke slaafsheid: de dictator speekt dus laat uw honden achter. Super beschaafd volk hoor. Loops volk. De honden zijn mijn vrienden. Ze poepen niet op de stoep. Ze leven in harmonie met iedereen. Hoe meer honden, hoe beter. Roemenië... da's niks vergeleken bij Frankrijk. Maar de honden ja, Romulus en Remus.



terug






Voorjaar

'Oliebollen' heet mijn mapje met columns. Al naar gelang de ordening is dit nummer 79. Toevallig ook ons huisnummer. Ooit hield ik me bezig met nummerologie. Maar veel beter kon ik uit de voeten met Tarot. Iemand zijn eigen levensloop bij elkaar laten praten kun je aan mij wel overlaten.

De kachel brandt en de zon priemt. Het is weer overgangsweer. Van hoe de winden waaien. In Nederland kan het nog Elfstedentocht worden, hier zit het erop. Seizoenen zijn mooi, maar de winter zou ik willen schrappen. Nodeloze koude. Ik deel nu de warmte van de zon (links) met die van de kachel (rechts). De kans om op Gran Canaria te wonen, of Sicilië, liet ik voorbij gaan. Daardoor kleef ik nog steeds aan oliebollendeeg. Ik kleef aan Hollandse winters.

Merkwaardige anarchist. Vreemde gereformeerde vogel tot op het bot. Bekeerd. Wat beweegt een mens? Van hem heb ik het bioritme van vroeg wakker zijn. Door een raam op het Noord-oosten zie ik niks, totdat de zon opkomt. Toplocatie om krieltjes te schillen. Hij stierf heel erg in zijn bezigheden in het voorjaar tijdens het omspitten van een tuin; zeeg neer en was weg. Mooier kan niet. Jammer dat hij nooit hier was.

terug






Barre tocht

De kinderen hopen iedere dag op sneeuw. Vergeefs. Weerstation Meteo doet er nog een schepje bovenop: stormen! Het kan in andere provincies anders zijn, dat zou ik op tv kunnen zien, maar wat heb je daaraan? Meteo heeft ook gezegd dat half februari de zomer begint.

Aan het weer elders doe je weinig. Net zo min als aan de overlast ervan op het Journaal. Hier is het nu geen weer. Het regent half. Het is koud noch kil noch warm. Geen weer waar Meteo mee voor de dag kan komen. De vogels zien er meer in. Ze tjilpen en kwetteren en snateren. Als je dan toch naar buiten moet voor een of ander, blijken ze er behoorlijk op los te leven. Ik heb m'n bril niet op, ik zie ze niet. Een intens oorverdovende aankondiging van een nieuw jaar. Nadat het oude in januari nog een beetje heeft nagesudderd.

Het heeft dagen geregend op bevroren ondergrond. Laarzen weer. Maar m'n laarzen liggen in de auto. En die is elders - anders was ik ook niet te voet. Het is een ballet over graszoden en ondiepe plassen en een beetje modder, als je er de lol van inziet. Mijn gelaarsde schoonmoeder baggert lekker door als ze me vraagt waar ik heen ga. Ik heb het te druk met droogvoets ergens aankomen. Hoewel hier niks overstroomt; wie is er ook zo gek om in laagland te wonen.

De door vriend BvBteWdB aangeduide 'Tarzanbocht' is het ergste. Ook met de auto. Twee slappe hellinkjes die in een bocht elkaars dieptepunt vinden. Je kunt er ook nog het valleitje in glibberen. Meestal zit je voordien vastgeslipt. Moeten er mannen met laarzen komen. Liever een paard. De PSD won terecht de verkiezingen, want wie brengt ons grint waardoor het dit jaar meevalt in de Tarzanbocht? Vriest het een week of droogt alles door de voorjaarszon, dan denken we er niet meer aan tot 1 december.

Daar denk ik over tijdens het vermijden van plassen en modder en natte voeten. Mijn ballet gaat door. Ik loop niet zo heel ver. Het is vreemd om op je 50ste mensen te horen roepen dat je een muts moet opzetten. Soms zeg ik complementair: warme hersens zijn domme hersen. Slaat ook nergens op. Maar vandaag zeg ik niks. Een beetje somber keer ik huiswaarts. Daar wacht ook een modderramp: de altijd vrolijke hond die tegen me opspringt.

terug






Stemming (2)

Wat het volk hier ter plaatse mankeert - ik reken er geheel Boekarest ook onder - weet ik niet. Zo onaardig mensen kunnen zijn. Maar gisteren was ik voor praktische zaken in Giurgiu. Je kunt Bulgarije ruiken, je zou er zo heen kunnen, we hadden er echter niks te doen. Peddelen naar de Bosporus had ook gekund.

Soms moesten we wachten. Dat deden we op straat en de zwerfhonden leefden met ons mee. Rasechte overlevers, ik mag ze wel. Duurde het te lang, dan gingen we in een restaurant zitten. Dat gaat in Giurgiu opmerkelijk goed. Misschien zijn ze zo blij dat je geen Bulgaar bent, dat ze je met alle egards behandelen. Toen er nog douane was, hadden ze aan de overkant een sterke antipathie tegenover Roemenen. Zwak uitgedrukt. Op de andere oever van de Donau was het gedaan met Roemeens, Engels, Duits... De stad aan de overkant is daarentegen best in orde. Jaren geleden al zat je er in de horeca beter dan in Boekarest.

Het wachten is prettig. Enige thema's des levens gaan over tafel. Het eten is goed. We hebben een vast adres, maar ik weet niet hoe het heet. We weten dat alles wat we wilden vandaag geregeld is. We kijken een beetje op van de vriendelijkheid van de dienstverleners in Giurgiu. Ze zijn nogal spiegelbeeldig aan die in Boekarest. Hier spannen ze zich in om problemen op te lossen. Ze produceren opmerkelijke formulieren voor het dossier: hier even stempelen, daar tekenen - klaar. Het is een totaal ongeloofwaardig verhaal. Ik weet het. In Boekarest zijn ze altijd bezig problemen te maken. Ze maken lange rijen voor de loketten. Twee keer over zegt een chef nu tegen een baliemedewerker zus en zo en dan hoeven ze niet drie keer terug te komen. Niemand vroeg geld buiten de gebruikelijke leges. We kunnen nog wel eens aankloppen, want we gaven geheel naderhand en vrijwillig enige attenties.

Zo geraken we in het collectieve geheugen van de inwoners van Giurgiu. Het is iets kleiner dan Arnhem, dus straks kennen we iedereen daar. Het is opmerkelijk georganiseerd en schoon. Ik ben meer gewend aan ons modderdorp en de complete chaos van Boekarest. Roemeense rotzooi, zeg maar. 100 km zuidwaarts woont volk met een been in Turkije en Griekenland en ze hebben ieder kwartaal een stadsvernieuwing gerealiseerd - ik kom er met enige regelmaat. Gisteren scheen er zelfs de hele dag de zon.

terug






Stemming (1)

Je mag niet op die stoel zitten, zei de secretaresse van de burgemeester die tot m'n verbazing gedegradeerd was tot medewerker sociale dienst. Is daar een wet over, zei ik, want ik leer het nooit af. Ze zei niks meer, ze kent me. Ze zweeg.Ik zat. Zij boog zich over iets. Toen de maatschappelijk werkster kwam stond ik schielijk op. Het is haar stoel. Ik zeg dat ik voor de kinderbijslag opeens een niet bestaand formulier uit Nederland moet overleggen. Zij zegt dat ik terug moet naar de stad. Ik zeg dat ik geen problemen zoek en verzwijg dat ik docent maatschappelijk werk ben. M'n auto startend bedenk ik me: dit is onzin. Ik ga een gesprek met de burgemeester agenderen.Hoe het daar gaat op het gemeentehuis hou ik niet dagelijks bij. De chagrijnige secretaresse was vervangen door een, tja wat zal ik zeggen... Een ongelooflijk jong ding uit de achterban, zou Remco Campert zeggen. Zo was het. Ze had er zin in en liep meteen naar de sociale dienst. Plannen met de burgemeester lag wat moeilijk: hij is er 's morgens altijd. Ik zei: het is nu 's morgens. Ze lachte, en ik dacht het probleem kan me niet lang genoeg duren. Dus ik zeg je bent nieuw hier en kus zowaar haar hand. Ik ben nergens te beroerd voor. Maar eigenlijk ben ik van slag: ze is een vast een nicht van de zwager van de broer van de burgemeester. En intussen heb ik nergens een fatsoenlijk gesprek.Ze had gelijk: daar kwam de burgemeester. We schudden onze handen en ik zei nog wat over z'n hobby, waardoor ik een weke blik in z'n ogen veroorzaakte. In m'n hoofd rondtollenden gedachten. Wie heeft de reorganisatie gewild en waarom en helpt het. Het aanzicht is verbeterd, ik verzin morgen een nieuw probleem. De burgemeester bromt: wat is het probleem, roept de maatschappelijk werkster. Ik zeg dat we bij een notaris kunnen verklaren dat we bestaan, tikje overbodig en zonde van het geld, maar ik ben niet onwillig. Roemenen hebben geen gevoel voor humor: als m'n kind Chinees is, moet ik iemand in China zo ver zien te krijgen om een papier aan te leveren dat onze zoon daar nooit op school zat? Hij zegt kom met de nieuwe ID-kaart van de moeder hier, klaar. Ik zeg: ik ga naar huis en ben morgen terug en maak nog een kind.

terug






Afgunst

Bestaat 'haat zaaien' als juridisch begrip hier en elders, behalve dan in Nederland? Ik weet het niet. De Roemeense samenleving lijkt me er niet erg op ingericht. Hoe meer haat, hoe beter.

Familieziek. Nepotisch, het woord zegt het al. Alles daarbuiten is moeilijk. Het is vandaag een prachtige januaridag voor ruzie. We moeten nog een vracht hout. Dat komt van een neef. Duur, want het is familie. Dat vind ik een vreemd argument. Een hogere prijs omdat de neef geld nodig heeft voor z'n auto. Zonder zijn auto wordt het hout goedkoper. Maar dat is niet de werkelijkheid. De auto bestaat en wij zitten met neef en zonder hout. Raar maar waar en in ons land kan alles.

€Ik heb me voorgenomen alleen nog mondeling te vloeken. De ruzie over hout en prijs heeft een ondergrondse voeding. Ik heb gezegd dat ik tegen meisjes van het lyceum halen ben om te trouwen en kinderen mee te maken. Dat valt niet zo goed. Alle vrouwen om me heen doorliepen weinig scholen. Vandaag gaf ik een lift aan iemand die zo'n 25 cm te kort is voor Miss Romania, ze spreekt geen Engels, kan lezen en schrijven. Ze is op mijn hand. Ik breng haar tot aan huis. Ze lacht. Ze wil best met me naar bed. We laten het lopen, we zijn wijzer - momenteel. Thuis foeter ik de hele dag. De kinderen moeten het horen: ze gaan maar wat anders doen dan trouwen, werken en baren op hun 19e. Mijn gefoeter frustreert iedereen die wel dat heeft gedaan. Inclusief mijn vrouw. Dubbeldwarse confrontatie. In het kwadraat, want ik ben een vreemde vogel, als het zo uitkomt. Iemand uit het land van De Wallen en het homohuwelijk. Niet serieus te nemen.

De hele reeks heb ik doorlopen: afgunst hoort bij zigeuners, arme plattelanders in het algemeen, stedelingen dan eventueel. Alle ex-communisten. Geen stabiel figuur te vinden, behoudens oerstom conservatisme. Een tijdmachine is nodig of in 1935 ook altijd gevraagd wordt hoeveel je iets voor iets hebt betaald. En of het geroddel en gelieg niet van de lucht is. Het is goed dat weinigen me zagen met de te korte Miss Romania. Een winkelierster, waarmee ik op goede voet sta, vertrouwt me toe dat ze hier niet zou willen bestaan. Verwarring - ik wel namelijk. De Roemeense afgunst en achterdocht verdraag ik slecht. De winkelierster heeft het talent om volstrekt neutraal te klagen over haar eigen lot.

terug






Opa's en oma's

Het zijn curieuze foto's. De ene tamelijk frivool ingekleurd Roemeens uit de jaren zestig. De andere bescheiden zwart-wit Nederlands van net na WO-II. Ana haalt ze soms door elkaar. Nee, op de fleurige foto staat je oma hier, niet die van daarginds. Ja, je opa lijkt op je oom.

Met de beste wil van de wereld zou ik oma ook niet herkennen. Opa was al overleden voor ik hier kwam. Ze zien er beide erg goed uit. Vol vertrouwen. Communistisch gezond ook, zou je achteraf zeggen. Ze hebben zin in het leven, maken negen kinderen en bouwen een goed huis. Dat wisten zij toen nog niet. Ana kan er moeilijk aan wennen dat die jonge vrouw haar afgeleefde oma is. Altijd iets met nierstenen. Ze kon de dochter van m'n moeder zijn. Ze zucht en steunt en kraakt. Opa legde het loodje bij een familiair ongeluk. Een ongeluk dat in je hoofd en huid kruipt. We praten niet graag erover en niemand kan het verbergen. Overgrootvader is ook al dood. Ooit zag ik hem door het dorp lopen en lijden. Hij kon het tegelijk: lopen en lijden en er zat niks anders op.

De andere opa zeeg neer op z'n tachtigste. Spitten was z'n lust en z'n leven en daarbij gebeurde het. Oma is een wereldwonder, van hier uit gezien. Sokken breien, auto rijden en alleen wonen. Haar buurvrouw werd over de honderd. Zij heeft het eeuwig leven. Emigrantenlot: ze bestaat meer en meer alleen op papier. We kunnen haar digitaliseren en heel soms op een webcam zien. Of per post wat sturen en ontvangen. Of bellen, maar daar maken we geen gewoonte van. Ze wordt een buitenfiguur. Met anderen een anker in de andere wereld dan de wereld hier.

Als de twee resterende oma's dood zijn, zijn ze toch onze moeders. De dode vaders waren altijd al een abstractie. Voorgeslacht van de huidige kinderen. Wij zijn voorgeslacht. Het duurt erg lang en het gaat heel snel om zo'n ouwe zeur te worden als je vader, zeg ik tegen m'n kinderen. Straks hang je ook ergens aan de muur. Nutteloos, want wie herinnert zich z'n ouders als adolescenten? Voor de kinderen tellen de dode opa's niet. De verre oude vrouw boeit. Jouw bloed stroomt door haar aderen. Ze stuurt pakketjes die zoekraken of aankomen. Ik hou helemaal niet van m'n moeder. Dat verberg ik voor de kinderen. Loyaliteit.

terug






Integratie

De meeste Joden wonen niet in Israël. Daar zijn honderd zoniet duizend oorzaken voor. Ze hebben een land en dat hebben Zigeuners niet. Er komt misschien een dag dat ook Roemenen vooral niet thuis wonen. Zonder een historische context. Roemenië bestaat sinds kort. Roemenen zijn op drift.

De Roemeense keuken kan zich niet meten met de Nederlandse. Een meer dodelijke uitspraak is nauwelijks mogelijk, maar iets dat een boerenkool- of rauwe-andijviestampot met een kuiltje sju kan evenaren... Een mildere uitspraak: ja, sarmale. Maar eten uit de muur is hier volstrekt onbekend. Dat is toch het beste eten om 03.00u 's nachts in Nederland. Bij Groenen in Nijmegen t.o. De Tempelier kon je het door een heel klein luikje allemaal krijgen. Patatje oorlog bijvoorbeeld. Mijn overbuurman was Vieze Herman en die was altijd open voor patat en biefstuk. Hij was niet vies, wel was zijn haar erg vet.

In de cafetaria 's nachts vrezen ze oorlog, dus is het luikje klein. Ze hebben geen bewakers, zoals hier. Ik eet geen vlees, de belendende Turken konden niks aan me kwijt. Ik ben drop ontgroeid, maar zo'n nachtelijke snack in een nogal droevige omgeving... ja daar zou ik kort even willen zijn. Vega-kroketten eten. Kan het meer Nederlands? In de jaren tachtig zat de stad al vol met eetgelegenheden met vegetarisch voer en hier ben ik als agnost in hoge mate afhankelijk van Gods kerkelijke kalender. Maar ook als heiden vind je hier restaurants met een kok. 'Met een kok' is niet vanzelfsprekend. Maar eenmaal zover, kun je van alles bestellen. Eten wat niet op de menukaart staat. Rommel wat door elkaar. Het kan, mits een kok aanwezig. Juist op de gekste plekken vind je iemand die kan koken.

Ik ga er nog eens een boek over schrijven. Dat je niet moet integreren en assimileren. Daar is iets helemaal mis mee. Als de zigeuners dat hadden gedaan, hadden we geen zigeuners meer. De Nederlanders zijn een resultante van non-conformisme. Deviante Duitse adel tegen de verenigde staten van Spanje. Nog wat tegen de roomsen erbij 'et voil?'. De grondwet is hier van de Belgen. Inmiddels weten de Belgen niet meer dat ze bestaan. Assimileren met De Winter, hij heeft niet eens een land! Zit ik te zeuren over eten. Hier is ook geen land. Roemenië is België. Ja, ze zijn de Geuzen van Den Briel tegen de Turken. Maar ik, ja 'ich bin ein Brielenaer' en wat dan?

terug






Bruiloft op til

Hoe is het en jij hebt een huwbare zoon? Het gaat wel, hoe is het met je kleindochter? De vrouwen hebben aan een half woord genoeg. Thuis instrueren ze de mannen. De mannen die doen alsof ze zelf beslissen. Ze nemen er nog een en nog een op de gezondheid van hun kinderen.

Het gonst door het halve dorp: onze neef gaat trouwen! Iedereen vindt het vanzelfsprekend. Ik wil weten met wie dan. Ik mopper over het waarom eigenlijk. De oma van de bruid is een bekende van de moeder van de bruidegom.

Tering wijven. Ik heb de verloofde niet gekeurd, want ik heb ruzie met de ouders van de neef. Dat ze nogal wit is, lijkt me geen voordeel. Dat ze op de middelbare school zit en agente wil worden, intrigeert. Vers bloed uit de stad en oma heeft een appartement waar ze een dekhengst van het platteland in wil. Het leven en nageslacht gaan door. Voor het bestwil van de kinderen en zichzelf regelen ze een trouwerij. Iedereen mag 'nee' zeggen. Je bent vrij in doen en laten.

Intussen gonst het ook bij ons. Ik ben tegen en zeg onze kinderen dat ze over een jaar of tien, vijftien op een universiteit in Amsterdam of New York moeten zitten. In plaats van in een hutje hier om de de hoek. Een ambitie voor sommigen zo abstract dat ze niet op het idee komen. Los van de mogelijkheden: kun je erover denken? Nee. Op kamers in Boekarest, zomaar omdat je het wilt, botst met de horizon. Als jongen doe je dat niet, want wie moet er voor je koken, als meisje doe je dat niet, want hordes willen je neuken. Los van deze praktische bezwaren: alleen wonen doe je niet.

De familie van de bruid is op bezoek voor het verlovingsfeest. Ook hier een verzameling om de bruid te keuren. Hij komt bij mij langs. Ik zeg: trouw over vijf jaar. Zijn verbijsterende reactie is dat ze dan misschien dood is. Hij kent haar niet. Hersteld zeg ik dat er meer meiden zijn. Ja, kako Frans. Ze zit op het lyceum, ze heeft hersens, trouw haar over tien jaar, joh. We blijven beide verward achter. De heilige graal is sneller gevonden dan een zelfstandige vriendin om ook eens mee te bed te gaan. Intussen verlekkeren oma en moeder zich bij het slimme arrangement dat hun kinderen de das omdoet.

terug






Bascule

De bio-psycho-socio-systeemtheorie gaat uit van streven naar evenwicht om het voortbestaan te borgen. Biotoop. Systemen leiden daarbinnen ook hun eigen leven. Er zijn systemen met een finaliteit: de heilstaat, de wedergeboorte van de mensheid. En dergelijke.

Ik ben opgevoed met de eindigheid van ja van wat: de Openbaringen van Johannes. Zwaar aan de opium waarschijnlijk op een Grieks eiland. Maar dat heeft Haley niet weerhouden om uit de doeken te doen wanneer de Chinezen Jeruzalem belegeren en Egypte en Amerika niks doen om Israel te beschermen. Verraad. De ondergang van de wereld. Om te schrijven is er niks mis met een Grieks eiland. Ik was ooit op Lesbos en daar zou je met plezier zelfs half psychotisch delirant ronddwarrelen.

Ik ben niet op Lesbos geland. Op de zandweg naar huis stop ik voor een ongevraagde lift. En nog een keer. De oma op de achterbank wenst me alle heil en zegen en verder nog meer dan reëel is. De tweede lifter valt met de deur in huis: wanneer begin je hier een bedrijf en stel je me aan? Er is toch een fabriek in aanbouw? Ja, ze hebben honderd werknemers nodig waarvan nul zigeuners. Maar de grootste winkelier heeft daar relaties? Ha, ha, je hebt het door - hij is toch niet een van ons?! Hij is al weer de vijfde die zegt dat de fabriek niks voor ons is. Zuid-Afrika. Iedere ochtend om 06.00u komt er een busje van de stadsreiniging Boekarest om werknemers persoonlijk te vervoeren. Dat is een extreme verbetering van arbeidsomstandigheden. Bij de fabriek om de hoek kom je niet aan de bak.

Het leven op het dorp is moeilijk, zwaar, stierlijk vervelend en fantastisch mooi. Als op een baby-weegschaal met een gewichtje tussen twee uitersten. Rampzalig - Euforie (nee da's niet goed - zitten we aan de kust). Rampzalig - Paradijslijk (nee da's te islamitisch). Tussen waar ben ik verzeild geraakt en het is toch wel goed. Ergens daar is een punt van evenwicht. Iedere dag anders. Normaal zal het nooit meer worden.

Ze laten me hier dement of zo echt niet snel versterven. Ik kan niks doen zonder dat erover geluld wordt. Drie dagen oud was de koffie - je zit er wel lekker bij he, autootje, kopje koffie!, zei de lifter. Ik had de mok moeten weghalen. Hoe is het met je firma daarginds waar je vandaan komt? Iedere dag schuif ik wat naar links of rechts.

terug






Paringsmanoeuvres

Een algemeen misverstand is dat Rroma allemaal jong trouwen en nooit uit elkaar gaan. Ik moet nadenken over wie niet vreemd ging, geen kind van een derde heeft, niet gescheiden is. Niet voor de tweede keer getrouwd. Ja, m'n schoonmoeder, maar wie trouwt er een vrouw met negen kinderen?

Aardig is ze ook al niet. Best klef dans ik met m'n schoonzus. Ze is een lekker ding, in mannentaal. De andere heb ik nog liever, maar die was er niet. En kwam ook niet - haar man was ziek. Mooi pech. Niet qua man, want die mag ik niet. Toch heb ik al drie dagen pijn in m'n kuiten: de hitsige maneledansen gaan je niet in de kouwe kleren zitten. Balanceren op gein en geil. Geen plek voor een vluggertje. Misschien van de zomer in het maisveld. Of onder dekking van hoog onkruid. In de zomeravondzon. We proefden elkaar wel een beetje alvast.

Nut heeft het niet. Zij blijft de komende veertig jaar schoonmoeders erf vegen. Haar zus, die nog mooier is, keek me in 1996 eens indringend aan. Ze was zestien. Later zei ik: als ik niet getrouwd was, zou ik het met jou willen zijn. En ga het dorp uit. Maar ze probeerde het pas nadat ze getrouwd was. Foute man in de stad. Retour. Dorpsleven. Jarenlang ruzie met de gezellige gastvrije Roemenen, want ze had het doorgeklept. Ik zwijg nog over 'the girl next door'. In de krant Cancan ben ik beroemd en daardoor flirten allerlei meiden geheel ongegrond met me. Als m'n vrouw het merkt, zijn ze ten dode opgeschreven. Ze zijn expert in flirten. Ze zien niet hoe oud ik ben. Oogkleppen.

Vlinders. Vlinders brengen je het hoofd op hol. Zet je klok gerust gelijk op mijn hoofd op hol. Er zijn meiden met de bijnaam 'aardbeitje', 'kersje' en 'medailia'. Als een meid aardbei heet, is het eind toch al gauw zoek. Ze heeft een piercing in haar neusje. Niet aan de kant waar India-ers het zouden doen, maar niet minder charmant. Bij gelegenheid wil je aan haar neus knabbelen.

Zo ben je samen, zo scheid je. Je gaat weer samen een eigen weg. Dan weer ben je bij elkaar. We nemen het hier nauw en we nemen er een loopje mee. Het is allemaal spelen, 'jocă'. Mooi en lastig. Het leven niet te serieus nemen, dat kunnen Roemenen erg goed. Wanneer ze het plotseling wel even doen is moeilijk te voorspellen.

terug






Turbulentie

Het is mooi weer, ik bescherm me tegen de zon om nog wat op de laptop te kunnen doen. Want ik ben verliefd op Sabbra Dahhan. Als Roemeense allochtoon lees ik haar columns in De Volkskrant en ook de commentaren erop.

Ze is al verloofd. Maar toch. Je kunt aan haar neus zien dat ze onderwerp en tekst altijd kiest zo dat het net fout gaat. Kampioen in het verzamelen van reacties, waaronder islamhaters en anti-arabieren. Bedacht, spontaan, gezocht? Seksistisch natuurlijk, maar ik zie haar graag met alleen een Arafatsjaal om. En te bed. Maar ja, ze is al verloofd. Ze is iemand die je als dochter, zuster, vrouw, vriendin zou willen.

Haar moeder is staatssecretaris of zo voor vreemdelingen. Dat komt goed uit, want ik ben ook een vreemdeling. Dat verhoogt en verlaagt m'n kansen. Als ze de boel manipuleert, dus verneukt, dan bekoelt m'n liefde. Verstoorde dromerijen. Een leuke juffer op Gare de Nord vraagt of we even op haar bagage letten. Wij zijn nergens te beroerd voor. Haar vooroordeel dat Nederlands sprekende personen te vertrouwen zijn voor lief nemend. Erasmus-studente uit Spanje! Komt Roemeens leren - logisch want alle Roemenen wonen in Spanje. Na haar een kwartiertje van top tot teen te hebben uitgekleed, wisselen we adressen uit en haast ze zich naar de trein. Ze heeft de pest aan Roemenen. Niet aan de taal. In verwarring blijven we achter, want Spanje is ook een beloofde land in uitzichtstermen.

Flamenco! zeg ik nog, maar de zigeuners daar zijn anders dan hier. Ja, ik weet de liefde op het eerste gezicht best te verstoren. Ik hoor bij de zigeuners hier. Meen je dat? Ja dat meen ik. We zien elkaar nog wel - het is een avontuurlijk ingesteld mens en dat kun je niet van iedereen zeggen.

Bij drie telefoons en een petje diep over haar gezicht denk ik aan een webcammeisje met oplichtingspraktijken. Ze helpt dat ik bij MacDonalds kan internetten. Haar ranke vingers en mooi geverfde nageltjes roetsen over m'n toetsenbord. Ik ben Sabbra en Ruth even vergeten. Maar het luchtruim is opgekocht: eerst een MacAccount aanmaken. Niet over m'n lijk! Ik ga naar huis. Geef vanaf de trein een lift aan een gezin met drie kinderen en twee lammetjes. Geld vragen met een lam op je arm, da's verdienen nu! En nee, de lammetjes doen we niet in de kofferbak. Ik droom dat Sabbra geen lammetjes eet.

terug






Kerstreces

Ik heb een hekel aan massaliteit en dus aan allemaal tegelijk Kerst. Kerstvakantie, kerstwintersport. Kerstinkopen vind ik het allerergste. De winkels bijkans 24 uur per etmaal open. Grazen maar. De koeien hebben het in hun individuele stalletjes hier heel wat beter in de winter.

M'n strategie is de opperste ledigheid. Dat vindt niet iedereen leuk. Het is wel een goed begin. En soms werk ik voor op 5 januari. Gepast voor een antikersthouding. Onvermijdelijk zijn een kerstboom kopen (duur!), een setje nieuwe versieringen en de verlichting ontwarren. Ieder jaar weer: de verlichting ontwarren en hopen dattie het doet. De kinderen blaf ik weg, anders gaan ze op de lampjes staan. Zoiets komt de kerststemming ook ten goede. Eind goed al goed: een mooie boom, chocolademelk. 's Morgens surprises zonder opgehangen sokken. Principieel zetten we uitsluitend een schoen of klomp. Maar niet met Kerst.

De boom verspreidt een zachte gloed in de woonkeuken. Nou ja, woonkeuken - het is meer een multifunctionele hangplek. Nu te fris en soms te koud. Tijdens het kerstreces trekken we ons terug met zoveel mogelijk mensen in een zo klein mogelijke ruimte. Dat doen Roemenen 's zomers ook. Valt minder op omdat je dan altijd buiten bent. Hoe groter de huizen, hoe meer ongebruikte kamers. Ik limiteer nu het aantal mensen en selecteer de personen in kwestie. Dat geef ik toe. De hond mag z'n gestel buiten trainen tot aan min 15. Ik mijd accommodaties waarvan je weet dat het aantal personen altijd kan toenemen, de kachel harder kan gaan branden en de rookdichtheid tot wagenwijd openzetten van ramen leidt.

Weinig doen is niet moeilijk. Gewoon doen is genoeg. 's Morgens de kachel aan de praat brengen. Hout halen. Nog wat aanmaakhout hakken. Kachel in de gaten houden. Koffie drinken. De dag is half om. Er moest ook nog ontbeten worden en geluncht. Je hebt er best druk mee. Natuurlijk was de bakolie op. Dus naar de winkel, ook dat nog.

Och, er komt eens iemand langs, je gaat eens ergens heen. Waar ga je naar toe? Naar die-en-die. Wat ga je daar doen? Niks. Een gewone conversatie op klaarlichte dag. Wel sloot ik 'en passant' vrede met mensen. Na een jaar. Daardoor kreeg ik het nog drukker tijdens het reces. Nieuwjaarsdag gingen we zelfs bbq-en. De halfverbrande reuzenchampignons konden me niet echt smaken. Lekker lang aanklungelen is wel gegarandeerd. 't Is bijna lente.

terug






Abba

Ik geef toe dat het wel vreemd is om alleen rond de jaarwisseling van Abba te houden. Maar het is ook lastig op een doordeweekse in tranen uit te barsten bij 'The day before you came'. Dat begrijpt mijn Roemeense omgeving niet.

We hebben een gettoblaster en lawaai. Waterloo! Waterloo! We dansen. Ik voed mijn kinderen niet op, maar zeg soms iets over muziek. Dus net als de tafel van negen hoeveel is 7 x 9 vraag ik wat is deze muziekstijl? Ze hebben het niet gemakkelijk, want ik luister naar Romania Muzical. Ana is nog een beetje te klein, maar Franco pak ik dubbel: eerst gevloerd als met de butler van Peter Sellers en toch nog weten hoeveel 6 x 7 is. Drie keer: is het jazz of niet? De meeste kinderen halen ons huis niet met nieuwjaarwinnen. Te ver lopen, een te grote hond en een vreemde man. Het is wel mooi, want voor het eerst hebben we een batig saldo.

Ik zei 'kort is goed' tegen de kapper, nou dat was niet tegen dovenmansoren gezegd: 25 jaar Abba als begeleidend muziekje was beter geweest. De tondeuze ging erin. 'Ik maak zelf wel uit hoeveel keer ik per jaar naar de kapper ga, joh.' Wordt 2010 voor de volgende keer. Het is mooi aan Roemenen dat ze echt wel kunnen lachen. Ik gaf de kappersjongen nog drie ron fooi en begon niet over homofilie. En alle foto's vernietig ik.

In Nijmeegs Extase waar ik iedere week wel kwam was Abba fout. Maar na dertig jaar moet er toch iets aan de hand zijn. Ook al komt het aantal akkoorden niet verder dan vier. De muziek is goed, je wilt dansen, je wilt de zangeressen neuken, of de mannen, of wat dan ook, in alle gevallen is het meeslepende muziek. Ik ben voor Abba. Er schuilt iets in van schoonheid en van Bach en zo.

Maar nodig moet ik opzoek naar wat modern is. Iedere dag bestaat er een Mozart. Ga zelf wat doen, zeg ik tegen de kinderen, want al die dooie muziekanten is ook niet alles. En van de Roemenen weet ik te weinig. Maar dan: klinkt - ja het lag voor de hand, niks aan te doen 'Happy new year' dan weer de beste song na... nou ja, er is meer. Ik moet dit stukje een keer overnieuw doen. Op zoek naar het Roemeense muziekwonder!

terug






De gegijzelde hond

Je mag niet vloeken van christenen op christenen. Altijd een schoon blazoen. Maar bij mij zijn de rapen gaar. Ons dorp is zo klein dat het toch al uit z'n voegen barst. Ik ga alleen naar de oudste ondernemer. Ik ga nooit naar de kerk, maar zeker niet naar de Pinkstergemeente.

Van alles weet ik van de bijbel. Onze hond die weg was, bleek in pinksterhanden te zijn. Dat had een zwager geconstateerd. Maar ja, hij had geen papieren. Wel een telefoon. Dus ik erop af, met een neef. Zonder familie ben je hier behoorlijk dood. Rexa leeft! En tegen 100 ron terug te verkrijgen. Ze had drie dagen gegeten. Ik bereken wat zo'n hond per maand kost. 'Hou hem maar.' M'n neef is slimmer dan ik en weet dat ik de hond terug wil. Hij parkeert mij in een winkel en gaat voor de helft en komt met een hele hond terug.

Rexa blij en ik boos en blij. Het ligt in m'n aard om er nog eens langs te gaan, bij die protestanten. Zondagdienst. Als Jezus in de tempel. Het gepeupel is als altijd bereid om me de toegang tot de kerk te versperren. Maar door het gekrakeel komt een leider tevoorschijn. Hij zegt dat onze hond bij hem zat. En dat hij rassen fokt. En dat ik toch geld zat heb, dus tja, 50 ron... Vreemd. Het hebben van geld ontslaat de gelovigen van hun plichten? Nooit ging een rijke door het oog van de naald. Leer mij de bijbel kennen. Hij heeft flair en humor en al lachend ben ik met een kluitje in het riet.

Het zouden godverdomme toch niet weer die protestanten zijn waar je beroerd van wordt. Er zijn er veel van en hier doen ze niks. Honden jatten. Armen niet helpen - dat hebben ze van de Roemeense hoofdkerk overgenomen: wij zijn hypertolerant ten aanzien van mistanden en hongersnood. Als de geloven niet tot ons komen, gaan wij er niet achteraan. Onder de lokale gelovigen is al meteen iemand die me op het gezicht wil slaan. Da's qua Jezus' wang ook wel gek.

De enige grote zwarte hond met een rode halsband op het hele dorp is onze hond. Dus ik zeg: je gooit stenen naar iedere hond, alle hongerigen laat je verrotten, maar onze hond ga je voeden? De leider liegt ook nog, Rexa was bij Magdalena. Een teringwijf. Christelijk hondenmepster.

terug






Gebroken mijmering

Dat god bestaat als in de joodse traditie trek ik twijfel. Soms spreekt men van de joods-christelijke traditie. Wat is dat? De fundamentalistische joden erkennen mijn Christus niet. Ze erkennen zichzelf niet eens. Leer mij de joden kennen. En de Palestijnen.

Allemaal Arabieren en daar heb ik een zwak voor. Afrikanen zijn de grondleggers. Geen mooiere mensen dan uit Somalië. Ze zijn in die streken ook erg goed in de tragedie van het bestaan. In China is ook wat aan de gang. Daar waren ze ooit beschaafd voordat wij het woord kende. En langs de Eufraat en de Tigris ook. Weer wat later. Een leven zonder aardolie. Niet eenvoudiger, wel zonder Amerikanen.

We zijn altijd een minderheid, zeg ik aan tafel. Wij gaan dagelijks gezinsbreed aan tafel; dat doet niet iedere Roemeen. Amerikanen zijn het ergste: ze zijn met weinig en vreten als sprinkhanen. Een plaag van Egypte, maar daar heeft nog niemand hier over gehoord. En in Europa zijn we met twaalf miljoen Zigeuners meer dan de Belgen. En de Nederlanders die al evenmin nooit wit waren. Laat staan de Denen. Ja, het is vreemd dat de Duitsers en de joden samen Europa hebben gemaakt. En ze hebben elkaar vernietigd en de homo's, de gehandicapten en de zigeuners. Wat ons bekend is en lief, gemaakt en afgebroken. Dat kan ik mijn kinderen niet uitleggen. Ja, er bestonden ook Fransen. Die hebben de Revolutie uitgevonden. En de Italianen de Verlichting. Dat kon allemaal niet zonder Vluchtheuvel Holland - ventiel van Europa. Dat gelooft iedereen meteen.

De stroom valt uit. Multiculti branden er bij ons best vaak kaarsen. Dus alle anderen zitten in een stikkedonker. Eigenschuld, dikke bult - kom bij mij niet om een kaars zeuren. De kaarsen zijn toch alleen voor de kerk? En de doden? Kerst veroorzaakt stroomstoring. Daar zie ik iets symbolisch in, maar ik weet niet zo gauw wat.

Iedereen is een minderheid. Inmiddels is onze hond al twee dagen zoek. De meest plausibele verklaring: door jagers afgeknald. Voor de gein. Er is al eens een hond weggeraakt. Bij de buren kwam er eentje zwaar gewond thuis. We dachten aan wilde honden in het bos. Onze tweede Rexa is een maatje te groot voor die vrijbuiters. Er zijn veel jagers op dit Balkaneiland van goedmoedigheid en tomeloze vriendelijkheid. Afstammelingen van Vlamingen van de IJzeren Garde? Dat kan genetisch heel goed, en wij zijn onze hond kwijt.

terug






Kerstmis

Morgen schoolfeestje. Natuurlijk leven we al dagen met twee kinderen en twee groepen, verschillende dagen, verschillende aanvangstijden. En plots was er het licht: het begint voor alle kinderen tegelijk. Of dat ook helemaal precies en exact op dezelfde locatie is, is nog een verrassing.



terug

Somna gaat het gebeuren aan. Door er zelf niet te zijn, is het gezellig napraten. De kerstman was er. Franco speelde Jozef, Ana is altijd een engel. Nauwelijks bekomen van sinterklaas alweer cadeautjes: een dvd 'Peter Pan' en een rugzak voor naar school. Op het eerste hadden we invloed, het tweede niet. Een door ouders gesubsidieerd en door Knorr gesponsord cadeau. Onszelf gaven we een kleine digitale camera, wat tijd werd nadat de kleine fotograaf hier ten huize onze Canon kapot liet vallen. Huiselijke tafereeltjes. Het is geeneens kerst.

We hebben al zes rugzakjes en Knorr is niks. Thans is de varkensslacht uitgebroken. Het doet zeer aan je oren. En aan de varkensoren. Het hele land in een drank- en bloedwaas. Het is feest, jezuschristus, ja het is feest! Dat wordt nog wennen voor 'em bij z'n wederkomst, al die kerstmenu's vol onreine dooie varkensproducten.

Ik was altijd al een JC-fan. We lopen beide op sandalen - dat schept een band. En voor ons zijn denk ik alle goden gelijk, maar de meeste onder hen is de atheístische god. Die is echt geen aandeelhouder in het grootwinkelbedrijf. Noch voorstander van economische groei. Heel soms trekjes van islamieten, maar daar heb je met kerstmis weinig aan. Intussen eten ze bij de buren het onverstorven varken. Het is stil. De dood en de vleesvoorraad moeten gevierd, dus is de stilte kort. De drank- en bloedwaas trekt door het land. En zo tegen achten vanavond zou een slager op het idee kunnen komen dat ik een varken ben. Voor donker haast ik me nog naar het winkeltje.

Het is altijd tijd voor covigrei, een schaamteloos hard meelproduct. Maar nu is het raak. Het brengt het hele maag-darmstelsel tot rust, da's waar. Beton storten. Het zijn gevaarlijke dagen. Mijn vrouw feest mee op alle slachtpartijen. Weet dat er mijn vraag in gezelschap kan komen als 'in welke stad is Jezus geboren?' en 'waarom is Jezus eigenlijk geboren?' - en dan denken ze dat ik denk dat ik alles beter weet. Tijd voor ruzie tot in 2009. Maar ik, in m'n opvoeding van de kinderen: JC at nooit feestelijk varkensorganen. Nooit en tot in der eeuwigheid.




Niet thuis

Naarmate de verbinding met 'thuis' beter is, kijk ik steeds minder om naar Roemenië. Roemeen worden doen m'n kinderen. Ik ben er voor: ze zullen ons nieuwe land vormgeven. Liever beter dan de Roemenen zelf. Zo niet dan breek ik hun benen. Ik ben een Nederrijnlander, wellicht tegen wil en god zij dank liberaal-communist.

Internetgewijs zie ik opeens Janine Jansen (nooit van gehoord) en Roger More (altijd al van gehoord). Samen. Opeens kom ik tot leven: er is hoop voor de mensheid. Mooie verhalen. En een mooie 'Melodie' van Tsjaikovski. Goed voor tranen. Cultuur bestaat. Je zou zelfs geneigd zijn om te gaan denken dat er een God bestaat. Ik bewonder de moed van iemand om iets zomaar 'een wijsje' te noemen. Mooi voor duizend jaar. Hij is verliefd op z'n neef. Ik op de violiste. Thuis aan tafel hebben we het over wie is Jezus Christus, Zacharias en Johannes?

Hoewel ik Sean Connery een prettiger acteur vind. Op internetfora moeten de wegen met asfalt belegd. Veel dom gewauwel. Roemenië is met de huidige regeringsvorming politiek verraden! Vette kop, maar door wie aan wie en waarom of waardoor zul je nooit vernemen. Geschreeuw zonder wol. Geen bodem, geen context. Het liedje van Tjaikovski is beter dan 1000 km autosnelweg. Mijn vraag is: hoe versier ik zo'n mooie violiste? Kijk, dan hebben we het over echte problemen. Nou ja, G-plekken en G-sleutels is misschien ook te veel gewild.

Als schrijver met enigzins grijzend haar maar niet te veel, scoor ik wel bij de meiden. Behalve bij de niet-boekenlezers en analfabeten. Toch gauw de helft van de bevolking. Ik zeg geen 50% want dan krijg ik mailtjes, wat niet erg is maar de discussie krijgt geen vervolg en dan is het weer wel erg. Misschien moest ik ze doorsturen als ingezonden commentaar bij de Volkskrant. Daar zitten meer mensen die niks te doen hebben en toch alles beter weten. In die categorie hebben we er veel op ons dorp. En ook nog hardwerkende mensen waarmee ik niet zou willen ruilen. Maar da's wel gemakkelijk, want ik wil met niemand ruilen.

Integratie-o-loog lijkt me een prettige professie. Met anarchisme als basisidee. In Nederland zou ik als Marokkaan passen. Iedere dag voor Jood uitgemaakt worden, ja dank je wel. Vreemd genoeg is het ook niet mijn vrouws land. Die woont nergens en verschanst zich in de familie. Vinden de witte Roemenen gek.

terug






Heimwee

Mobiel internet werkt steeds beter, ik kijk vaker NL-tv dan ooit. Als een Marokkaan in NL met een schotelantenne. Of een Roemeense daar die per se 'Acasa' wil zien. Geheel anti-integratie. Integreren zowel als profiteren staan me tegen. Tachtig procent van de Marokkanen zijn meer Nederlander dan tien procent van de witten aldaar wil. Waarom moet een mens integreren?

We houden toch nog wel wat racisten over. Blanke mannen met hun importbruiden. De Nederlandse meiden deugen niet. Ze zijn zelfstandig - ja welke orthodoxe echte man wil een zelfstandige vrouw? Liever een vrouwtjesmens met make up, infantiele gebaartjes en een volgzame attitude. Geen emancipatie - we wissen honderd jaar uit. De jongens van stavast vergissen zich in het kwadraat. En ze slaan erop los. Destijds zaten blijf-van-mijn-lijf-huizen barstensvol. Tegenwoordig hebben de mannen zowel het werken als het slaan uitbesteed aan allochtonen? De gekleurde import durven ze niet aan dus 'doe mij maar een mooi en lief Roemeentje'.

Zo kwam ik bij 60 jaar Amnesty International. Vara-tv. Feest en dodenherdenking. Een echt Nederlands feestje. Op RO-NL-internetfora is niemand ge?nteresseerd in mensenrechten. Nou ja, behalve als ze zelf wat tekortkomen. Auto's en vrouwen niet kunnen verplaatsen. Nog minder als ze bij corruptie wat kunnen verdienen. Altijd maar moord en brand schreeuwen. Wat kan jou nou een (illegale) gevangenis in Roemenië schelen?

Ik ben blij met m'n Nederlandse bagage. Den Haag is het wereldcentrum voor rechtvaardigheid. Een diep respect voor de poging tot organisatie van de mensheid is op z'n plaats. Een superbeschaving, al eeuwen in onderhandeling met dominee en koopvrouw. En altijd weer de revolte van het gepeupel. Canaux, canards, canaille: geen NL-er met een grote bek begrijpt die woorden. Ze menen wel ons Roemenië onder controle te hebben. Dan heb ik andere vrienden: de onafhankelijke honden. In mijn ogen lopen ze getalsmatig weer in op de mensen. Iedere Roemeen de gebeten hond, dat zou nog eens wat zijn. En meteen ook maar de reuen die teefjes importeren.

Op fora zag ik nooit iemand die zich bezighoudt met discriminatie en mensenrechten. Of het ziekenhuiswezen. Blijkbaar zijn het geen mensen van hun eigen volk? Ze staan op afstand van hun eigen volk om een ander volk te koloniseren. Oud verhaal. Bezetten! Wij zijn slimmer! En maar zeuren als de importbruid je oplicht. Of als je zakelijk ten ondergaat. De echte Nederlandse intelligentie zit in het bestaan van Gerechtshof Den Haag. Heilige grond, ruim bevolkt door allochtonen.

terug






Duitse meisjes

Ik heb veel vrouwen van mijn dromen. Het is merkwaardig en opvallend dat ik nooit met een Duits meisje ben getrouwd. Terwijl ik nogal trouwbereid ben. Zo een die een ouderlijk huis heeft op een bult in Beieren. En alle naamvallen kent, alsmede de Frankfurter Schule. Desnoods met blonde vlechten. Iemand die Bach-piano speelt in de hooiberg.

M'n start is niet verkeerd: de familie Van/Von Eck uit Schenkenschans is mijn familie. De Van Reedens en de Crummen zullen niet van erg veel verder weg komen. Het 'brinkmanship' staat gewoon in het Engels woordenboek. Dus het ligt voor de hand dat je mij niet gek krijgt. Hier zijn de Saksen en de Schwaben weg. In Boekarest had je er toch al weinig. Een gewoon Indiaas meisje, ja het had slechter gekund natuurlijk. En onze kinderen zijn de mooiste van de hele wereld. Da's een positieve ontwikkeling.

Het is een raar verhaal, maar op wit-Roemeense vrouwen val ik geheel en al niet. Even lekker generaliseren: het zijn poppetjes. Of ze heten volgens de mannen 'kippetjes'. In alle gevallen word je er weinig wijzer van. Als fotomodellen iets gemeen hebben, dan is het wel dat ze niet mooi zijn. En zeker geen voortplantingswensen aanwakkeren. Het zijn Roemeense kanaries. Nee, die bestaan niet. Ze sterven ook nog razendsnel uit, want een lekker ding van 35+ tref je nergens aan. Dadelijk komt er een nieuwe op bezoek, ik ben reuze benieuwd. Iedereen mag m'n vooroordelen ontzenuwen.Graag zelfs. Als altijd houd ik m'n hart vast. De genen gieren door m'n keel. De bron van het bestaan.

Erickson heeft de levensfasen uitgevonden; nu pas ben ik toe aan integriteit.Terwijl ik juist nu m'n zaad ruim zou willen verspreiden. Ik heb er kijk op. Er gaat weinig boven een Oostenrijks-Hongaars-Joods ei. Vooruit: een nazaat van Paulus in Skopje. Skopje en Schenkenschans. Het is nog helemaal niet zo verkeerd dat Roemenen hier in de minderheid zijn als je goed telt. Niemand vraagt mijn mening, maar het zijn toch gemankeerde Italianen. Maar soms zit er iemand zomaar in de tram met een trek van Klein-Azië. Dan spelen de hormonen op. Ik hou me in, ik zou een Einstein willen maken, en dat gaat niet lukken met de Roemeense ganzen. Maar met m'n scherp waarnemingsvermogen moet het wat worden toch nog. Er is vast een lijn tussen Damascus, Athene en Frankfurt. Langs Vizuresti natuurlijk, postkoetshalte allertijde.

terug






Negatief reisadvies

We zitten bij de kachel. Hij is de enige in een straal van tachtig kilometer die zwaar tilt aan mijn mening. Hij denkt na - en ook over mij. Feeststemming: een baan bij de stadsreiniging! Tien miljoen + winkelbonnen.

Hij heeft op eigen kracht het rijbewijs gehaald. En een Opel met een Frans kenteken. Ik wil weten hoe het zit. Iemand reed tegen mijn auto en het liep goed af. Als jij dat doet, wat dan? Alleen al op het dorp ken ik vijf mensen die zo rondrijden - een wijd verbreide riskante bezigheid. De auto staat niet op zijn naam, ook niet op naam van wie hij 'em gekocht heeft. Op naam van iemand in Frankrijk. Hij heeft een officiële verklaring dat hij erin mag rijden.

Ik ben lang niet in Parijs geweest. Doe maar een deuk rechtsachter. Hij praat graag met mij omdat ik zeur over hoeveel winkelbonnen het olieverbruik van z'n auto kost, ook zonder te rijden. Om maar te zwijgen over een nieuwe distributieriem. Koop een Dacia Solensa, lummel! Geen geld voor Parijs? Dan beland jij in de gevangenis en niemand betaalt mijn schade. De kachel snort gezellig.

Hij pruttelt: 'Ik rij toch nooit tegen je aan?' En zo gauw hij de baan heeft, wil hij geld lenen. Ik zeg: 'He, schei uit, je bent een vrije jongen'. Een begrip dat hij niet kent. Z'n gastvrije Roemeense ouders willen hem uit huis hebben. Hij heeft er de smoor over in. Ik zeg: 'Laat ze de moord stikken, trek je plan en haal je vrachtwagenrijbewijs. Volgend jaar rij je op Nederland of Spanje met een vet salaris. Bouw geen huisje op je ouderlijk erf. Weggegooid geld, eeuwig gezeur.'

Zo komen we echt wel bij het levensthema: het reisa-advies. Duizenden moeten me bellen als ze op de weg zijn met hun Franse verzekering, dan blijf ik thuis. Maar Reisa overstijgt alles. Hij verzorgde de tuin en zocht geen contact. Daar pest ik 'm mee: gemiste kans joh! Ik viel meer op Rielle of de meid die dominee wil worden. Ik zeg: 'Stop je geld in Engels leren.' En zo mijmeren we voort. Je krijgt ons nog niet zomaar van fantasieën af. Hij gelooft er niet in, ik zeg het toch: ga de weg op, er zijn er meer zo mooi. Ik leef mee, want weet ook niet zo hoe je die meiden kunt overtreffen.

terug






Sinterklaas (2)

Toen was het zover. De kinderen hadden er naartoe geleefd. Opgepoetst - zelfs nog even in het belendende park, want we komen van modderige streken - maakten we onze opwachting. Meteen al sloeg de kredietcrisis om zich heen: zijn jullie lid?

Hoewel sommige mensen denken dat ik van gisteren ben, of vervelend, vroeg ik niet 'lid van Sinterklaas?'. Bovendien ben ik lid en die twee kleintjes zie je gemakkelijk over het hoofd. De bescheiden toelage had ik niet bij me, zelfs niet als twee voor één telde - het was al mistig en ik moest vast nog tanken. Ik bood Roemeens-geíntegreerd aan om het op de lat te schrijven. De vriendelijke poortwachtster ging accoord. Iedereen blij. Op naar het strooigoed. Alleen vandaag eet je van de grond.

Er waren meer zowel als minder kinderen dan ik had verwacht. Verschillende verwachtingen zijn bij mij standaard. 't Zelfde qua bekende en nieuwe gezichten. Het totale getal leek me minder, afname is een traditie. De bar werd niet stevig aangesproken, het buffet raakte niet leeg. De kinderen genoten volop. Bij thuiskomst ging het gerucht dat Sinterklaas een valse baard had. Ontzenuwd: een valse baard geeft geen cadeautjes.

Geen chocoladeletters. Maar erger werd de kredietcrisis zichtbaar bij de aankomst van Sint. Per scooter! En een topman zo snel ingehuurd als chauffeurpiet! Hij was niet eens zwartgemaakt. Alle kinderen vonden het geweldig. Mijn vrouw was er niet bij, want ze heeft weinig aanspraak. Of is verlegen. Ik praat bij zo'n gelegenheid ook met weinig mensen - er zijn te weinig die niks te vertellen hebben.

Ze wilde wel speculaas. De barbediendes beschikten erover en ze sprokkelende ook nog het mooist weggegooide cadeaupapier bijeen. Er is weinig voor nodig om de gratis speculaas in een pakket voor thuis te willen tot een kostbare zaak te maken. Ik blijf ongeschikt voor dat soort overleg. Ter plaatse zongen we uitbundig 'gooi wat in mijn schoentje'.

De opperpiet was zwarter dan ooit, zei ik, en daar kon hij wel om lachen. De ondoorgrondelijke wegen van Sint bezorgde ons een dvd 'Droomeiland' en laat ik nou net op Jodie Foster vallen. Het bleek een erg leuke film voor 9-plussers. En een cd van Cleopatra Stratan. Soms gaat Sint voorbij aan mijn wensen, ik heb de pest aan kindersterretjes. Maar onze Ana heeft ze al lang op haar verlanglijstje. Muziek voor onderweg. Haast blindelings: zware mist en ongemarkeerde wegen. Je hebt het er voor over.

terug






Sinterklaas

Zondag is het zo ver. Sint is er. Voor Roemeense kinderen ook geen onbekende. Je hoeft er geen Nicu voor te heten om 6 december toch snoepgoed in de bed te vinden. Maar het helpt wel. Zingen bij schoorstenen doen we niet.

Geklauter op daken zien we niet zitten. Veel dorpelingen zijn al gelovig. Dat wordt te druk. De daken kunnen niet veel hebben. En de hoofden niet. We hebben thuis een trage kalender: nog niemand komt op het idee de schoen te zetten. Ik zwijg. Via een vriend hebben we al pepernoten en ik hoop zondag op speculaas. Met amandelschaafsel. Er gaat weinig boven amandelschaafsel. Met speculaas.

Ons hoofdfestijn speelt zich af in Club Diplomatique, een uitspanning die niemand weet te liggen. We zijn in Roemenië nu eenmaal niet gek op bewegwijzeringen - je kunt het leven te simpel maken. Eenmaal gevonden heb je ook wat. En wat blanken die negers nadoen is ook niet verkeerd. Volgend jaar smokkel ik nog wat kinderen mee. Een ruimere horizon kan zelden kwaad. Omdat de grote kindervriend weinig Roemeens spreekt, leren we weinig liedjes. En 'sinterklaas kapoentje' kennen we wel en vertaal ik niet. Met z'n allen zijn we blij met sinterklaas en na zondag zetten we de schoenen met wortels. Als de hond er niet mee op de loop gaat. Die snaait altijd iets mee als je haar naar buiten stuurt. Ze weet ons te straffen.

Wat een beetje achterblijft is het pedagogisch effect van de Goedheiligman. Misschien waren we vroeger beter doordrongen van de ernst van zak en roe? Dat je mee moet naar Spanje dat vertel ik hier al helemaal niet: ze staan meteen in de rij... Ana die geen mening heeft, is kortaf deze keer: kom maar op, ik draai 'em zijn nek om, en de kerstman ook - ze gaat niet over een nacht ijs. Terwijl het een buitengewoon aardig kind is. Kinderen bang maken valt nog helemaal niet mee. Deze ene keer per jaar doen we toch ons best. En zijn we blij met de activiteit van nederland.ro.

Het mysterie van de schoen zetten dient bewaard te blijven. Franco is er nog steeds niet helemaal uit. Mooi. Omdat hij eerlijk is als alle kinderen, verklapte hij dit jaar wakker te willen blijven om Sinterklaas te zien 's nachts. 'Nee, zo moet je maar beginnen. Hij belt ook de kerstman en je zit vijf jaar zonder surprises.' Dat hielp, voor even.

terug






Prikbord

Ik heb geen Roemeen gehoord over het Nederlandstalige Prikbord. Als mensen zich er niet zo druk over zouden maken, kon het ook wel weg. Niet bestaan. Dan kon een poll over mij er gewoon niet zijn - mij is niks gevraagd. Deze column heeft een zeer vluchtig bestaan. 't Scheelt dat niemand me uit mijn eigen leven kan bannen.

Griezelig wel. Lange tijd had ik niet door dat je bij opinies in de Volkskrant ook je eigen opinie kon ventileren. Ik ben er niet aan begonnen. Tien mensen vullen de lezerskolommen. Vooral met elkaar. Soms komt er een interessant betoog langs, da's jammer dan. De rommel is slecht voor je geestelijke gezondheid. Bovendien is er ruim sprake van Marokkanen beschuldigen. Het lijken wel Joden.

En op het prikbord mag je gewoon schrijven dat Zigeuners geen Roemenen zijn. Tel Aviv schijnt goed toeven zijn, dus als we de Joden daar eruit gooien dan verhuis ik met m'n kinderen mee naar het beloofde zigeunerland. Nog beter weer - ik houd van mooi weer. Ik wil ook instellingen om een jaarverslag te vragen, maar dat vindt men op het prikbord een doodzonde. Wie SOS-RO om verantwoording vraagt, heeft zeker een gaatje in zijn hoofd. Wie nog iets te melden heeft vanuit Amnesty International verdient de kogel. Ik wilde ooit trouwens dat mensen op het Prikbord konden vragen hoe laat het is. Of dat de euro al is ingevoerd.

Vreemd wel dat ooit de hele handel van mij was (volgens de eigenaar) en SOS-RO ook nog zo'n beetje. Lotgevallen. Ik ben gek op lotgevallen. Geen lotgeval is mij te dol. Maar het is wel 'Securitate' als je niet kunt meedoen en niet kunt mailen en het wel over je gaat. En met een anoniem type-tje van doen hebt. Iemand die je niet eens zou willen kennen, inderdaad. Hij houdt van mannen die geen kritiek hebben op mijn land. En altijd maar bbq-en en altijd de mooie vrouwen opvoeren. Alsof er op het prikbord geen mooie vrouwen zijn. Alsof Nederland en Vlaanderen niet bestaan.

Een giftige biotoop. Het had zo mooi kunnen zijn, maar het is Prut. Het land zelf heeft de virtuele werkelijkheid weten te bereiken. Daar kijk ik van op en da's wel weer goed: ik hou ervan me te verbazen. Dat kun je van veel forabezoekers niet zeggen, die weten alles zeker. En beheerders weten alles nog zekerder. Zoveel wijsheid zag ik zelden verzameld.

terug






Paardenseks

Soms moet je deur uit, wat geen straf is in ons zonvergoten klimaat. Waarom ik geen fiets heb, of desnoods een brommer, is onnavolgbaar. Wat op moment x ontbreekt komt niet op moment y weer te voorschijn.

In de auto. Hoe klein het dorp, we hebben centra. Mijn eerste centrum is waar de rijke boswachter woont. Hij baat een winkel annex bar uit. Het getal maakt het centrum: pal er tegenover woont een ledenrijke familie in bordkartonnen huizen - tot voor kort. Het terrein is opgesplitst, verrijzen schuttingen en huisjes van gasbeton. Van iedere verkiezingstijd worden we beter. Lang leve de democratie.

Je moet een voorkeur hebben voor de PSD bij de komende verkiezingen. Aanplakbiljetten alom. Ook als je het aanplakbiljet niet kunt lezen. Makelaars verrijken zich aan vergaste Joden in Amsterdam. Credietbemiddelaars zijn als vanouds foute tollenaren. Jezus zag ze niet zitten. Ik probeer nog te ontdekken of de Roemeens-orthodoxe kerk iets heeft met Jezus' gedachtengoed. Ik vrees van niet - ze hebben iets met rites.Vandaag was het file. Een busje vol met ons dagelijks brood. Twee paardenkarren. Veel volk voor het tijdstip van de dag - wie niet werkt zal slapen. Met het oog op schapen, honden, kinderen, oude van dagen rijd ik langszaam. De overbuurman van de boswachter wenkt: wil je het niet zien? Wat dan? Hij heeft een lul van een halve meter! Ik ben van hier dus ik snap het.

Ik vergeet opslag alle politici met hun kleine piemeltjes. Al zou er eentje tussen kunnen zitten met meer dan 25 centimeter... Misschien selecteren ze zich uit op een grote bek en een kleinere piemel? De paarden zijn al even onwillig. Na de broodbesteller kan ik door en bij terugkomst is de toestand onveranderd. Ik opper dat de hengst misschien homo is, maar dat kan alleen in de steden. Je maakt een grapje, Frans - trakteer eens op een biertje. Ja zeg - jullie tracteren als die knollen nou eigenlijk iets doen! Ik wacht en blokkeer de straat.

Het is een seksuele voorlichting die menig kind in Nederland ontbeert. Zo ontstaan kinderen. En op deze zonnige dag als bijna altijd, slaan de paarden dat even over. Ik zei nog: ze willen wel seks maar even geen nageslacht. Maar da's blijkbaar alleen als je tegen de anti-abortus bent. Als laatste zeg ik dat misschien de merrie niet mooi genoeg is. Daar heeft men tot m'n schaamte opeens begrip voor.

terug






Autopraat

Het is twijfelachtig kachelweer. In het zuiden van Roemenië kwakkelen we. Een witte kerst is vaker niet dan wel. We stoken. We gaan niet te lang weg anders gaat het vuur uit, misschien. Op het terras bij de cafékruidenier ontspint zich een gesprek. Het is niet koud. Misschien is de wind gedraaid.

In en boven de Karpaten zou ik voor geen geld willen wonen. Een en al winterbanden en sneeuwkettingen. Kort seizoen voor groenteteelt, voor wie groenten wil telen. We komen toch op de antiroest van de Logan. Dat moet ik nog doen, hoort bij de garantie en is gratis en niemand vertelt je er iets over. Behalve hij dan. Iemand die mijn zwager niet is en toch de broer van mijn schoonzus. Ik heb respect voor hem want hij heeft een Logan en een Dacia van dertig jaar oud.

Verzinkt plaatwerk, dat klinkt niet best. Vanaf 2007 is een deel puur zink. Nee, daar val ik niet onder. Niks dan lof over de Logan - we hebben allebei gezinsvervoer te doen. Pakje boter is het wel. Maar goed, hij heeft zinken achterspatborden. Door de verhouding omvang en gewicht halen we geen vrachtwagens in nee. Och ja, die Seat van me, hij kent 'em nog. Met een vergelijkbaar motertje een bromtol van jewelste. Is van Porsche zeg ik, alsof daarmee alles gezegd is. Hij knikt instemmend. Ik heb geen weerwoord. Geen verstand van zaken.

We dwarrelen langs remschoenen en distributieriemen. Hij kijkt er van op dat ik de 60.000km riemwissel heb afgewezen. Zegt dat taxichauffeurs bij 90.000 vervangen. Ik zeg niks over zijn inconsequentie. Ik ben gewend aan alle gebrek aan logica. Taxichauffeurs zijn meester in de paradox. Ze zorgen voor hun auto. Aan klanten hebben ze schijt. Overal in de wereld hetzelfde: hoog gehalte aan anti-sociale persoonlijkheden. Ze hebben verstand van auto's, hun 'headquarter'. Ik ben de na?viteit nabij. Garantie geven staat gelijk aan je verplichten tot bejattende onderhoudsverplichtingen? En drie keer onderhoud leidt niet tot het advies van antiroest.

.Mijn autobanden zijn te klein. Nou dat weer. Net nieuw. Ze kunnen vier centimeter meer omtrek hebben met beduidend minder omwentelingen. Ja, dat weet ik ook nog van school. Er bestaat ook een betrekking tussen omtrek, profiel, snelheidsmeter, radar en bekeuringen. De wetten van de grote band. Gelukkig bemoeien andere cafékruidenierbezoekers zich ermee, zodat ik het niet hoef te begrijpen. De kilometerteller voorbij. Zatermiddaggebabbel. We bedanken elkaar voor de aandacht.

terug






Kaas en verkazing

Soms kom je op internet iets heel gezelligs tegen. Integreren in Nederland heet 'verkazen'. Ik hou het niet bij, lijkt me het leukste nieuwe woord sinds 1900. Omdat ik om kom in de kaas, delen we uit. Als brood en vis. Maar nu komt er wel een eind aan. Ooit ben je uitgekaasd.

Vooralsnog gooien we hoge ogen. Tot twee keer toe het halve dorp in rep en roer. Zolang de voorraad strekt - een pondje hier en een pondje daar. We gaan niet naar de witte Roemenen, die gaan zelf maar naar Kaufland. De zwarten zijn blij. Roemeense kaas is duur. Nederlandse kaas is extra duur. Gewoon iets weggeven is leuk. En lastig. Geven en ontvangen zijn ingewikkelde rollen. Krijgen vraagt om meer en schaamte. Geven om grenzen. Wanneer staat een cadeautje op zichzelf? In langlopende vriendschappen met niks meer te bewijzen tegenover elkaar.

Cultuur. Mijn verkazing heeft een onverwachte wending door tegelzetten bij een importeur. Annex bakker. Annex evangelisch hulpverlener. Als ik niet oppas, dans ik binnenkort op oranje klompen. Prikkers met vlag in m'n oren. Een boerenzakdoek op m'n kop. Een mond vol Wilhelminapepermunt. Het ligt meer in mijn aard om mijn rader scherp te stellen op de assistente in het domein van de poffertjes. Een schonere Frau Antje van Roemeense bodem zag ik nog nooit. Ze heeft er weinig kaas van gegeten. Maar haar ranke gestalte overvleugelt alle oliebollen.

Onze kinderen zijn multicultureel al weten ze dat zelf niet zo. Zoon van 9 heeft wel de jaren des onderscheids bereikt. Hij komt echt niet naar huis rennen met de boodschap 'Dadi, het is vandaag een kerkelijke dag. Je mag niet afwassen!' Dochter van 4 wel. De buurvrouw heeft het gezegd, dat ik het maar weet. Ik laat de borstel uit m'n handen vallen - geen dovemansoren. Stoffen en vegen valt ook onder haar theologie. Een echte sabbat. Stiekem rommel ik wat in kasten en laden, reinig een cd. Op zo'n dag is schrijven verplicht.

Het kaasgehalte in de EU is niet gering. Roemenië moet zich aanpassen. Dat had je gedacht. Ik ook ooit - optimistisch. Maar Italië, mede-aanstichter van de EU, heeft zich nooit aangepast. Het gewauwel in Noordelijk Brussel, en nog erger Nederland en omstreken, zal ze worst wezen. Geen degelijke van de Hema - daar ga ik weer met m'n verkazing. Over Grieken weet ik niks. Over Portugezen hoor ik bedenkelijke geluiden. Kaaskoppen: voor altijd een minderheid.

terug






God

Voor 99,9 procent van de Roemenen bestaat God. Voor 95% is dat de onnavolgbare alomafwezige Roemeens-orthodoxe God. Wat zou het ook: als je de vragen niet kent, zijn alle antwoorden goed. Die God wordt verdoezeld door de alomtegenwoordige kerk. Overal verrijzen kerken - ze verwijzen zonder schroom naar hiërarchie.

Ik heb niks met abstracte termen. God moet begrijpen dat ik hem niet begrijp. Woorden die in geestelijke sferen bestaan, maar menselijk als ze zijn daar geen functie hebben, daar schiet we niks mee op. God ook niet. God is kunnen vaststellen dat we denken. God is kunnen zien dat de kersenboom volop kersenboom is en nu met overgave bladeren laat vallen. Met trots en vertrouwen.

God is de monnik zowel als de zuipende, rokende, hoererende, ruzie makende, bijkans wanhopige mens die goede intenties heeft jegens zichzelf en anderen. Die mens heeft een splintertje niet-egocentrisch. God is een splinter. Iedere gedachte en handeling die anderen en de natuur niet belast. Vier aardappels per dag, drie kersen, twee walnoten, een glas water. Of zes eetlepels honig en een bruine boterham. En zo af en toe seks. Ik zeg tegen m'n zoon: luister eens mannetje, kinderen kiezen hun ouders, dus als het je niet bevalt ga je maar terug. Zoals je eens zei dat mensen terugkomen als paard of vogel? Ja, zoiets. Enig idee wie achter onze hond zit? (De puppy blijkt een wolfshond). Dat weten we samen niet. Die conversatie is God.

Alles wat dood is, is zonder God. Stenen leven als de kinderen ze meeslepen uit de rivierbedding. 'Wat doen die stenen op het aanrecht?', vraagt volk over de vloer. Ik zeg niet dat God erin zit - ze vinden me al gek genoeg. De kinderen waren enthousiast. Mijn God is immers verifieerbaar. Het is een God vooral van laten. Een negatief positieve God: laat nou eens na wat niet deugt. Altijd maar meer willen, zelfbevredigingen... Bij gevolg blijkt ze nogal antimilitaristisch.

Mijn god zoekt geen bekering maar afkering. Voor een alternatieve invulling geeft-ie geen thuis. Dat zoek je zelf maar op. Mijn God is de vierkantecentimeters grond onder mijn voeten. Daar sta ik als mens. Hoewel ik van andere afhankelijk ben, zegt mijn God dat ik onafhankelijk ben. Misschien bedoelt-ie: verantwoordelijk ben en kan werken aan keuzes. Daarover zijn mijn god en IK het eens. Je moet een ex-calvinist zijn voor zo'n relaas. De (r)evolutie van Roemenië heeft pijnlijke kanten.

terug






Boekarest

Er zijn Roemenen en buitenlanders en toeristen die Boekarest vermijden. Uitsnijden als een zwerende puist. Da's dom en kortzichtig. Zonder Boekarest en Târgovişte geen Roemenië. Resten gewesten die bij tsaren en Sissi horen. En de Ottomanen. Een land van iedereen - mij best.

Op de omslag van Duister licht prijkt een foto waar ik vandaag doorheen liep. Al snel liep ik langs gaten in de lengte. Geen uitholling overdwars. Ik was op planken wandelpaden. Steigers. Klein Venetië. De straten zijn weggegraven. 'Look at the gables', was een standaard grapje als ik met Engelse vrienden ergens in Nederland was. Succes verzekerd in een leeg polderlandschap. In Lipscani loont de blik omhoog. En om de hoek, naar de bewoners die er misschien uitgewalst worden. Het geheel overziend zou ik er als bewoner alle vertrouwen in hebben er tot in de lengte van dagen te kunnen wonen. Misschien bezwijk je voor geld en verkas je naar een flat in de flatwijken. Boekarest heeft geen buitenwijken. Of het moet een 'no go area' van welgestelden zijn.

Ik hou niet zo van steden. Te veel van het slechte. Maar als ik bij een vriend in Amsterdam ben en 's morgens een merel hoor fluiten en de zon over de Jordaanse gracht schijnt, ben ik verzoend met de hectiek. Door de wijs van de merel klinkt historie: duizend jaar mensen onder mijn voeten. Vandaag in goed gezelschap in localiteit 'Carul cu bere' kom ik er niet eens toe om de wonderschone strijksters te zien. Plekken die Roemenië gemaakt hebben tot wat het nu is.

Wie Transylvanië en Maramureş deel van Roemenië noemt, omarmt Boekarest. Er is geen keuze. Een reisadvies: ga naar Winschoten, niet naar Amsterdam. Vreemd geleuter. Of het moet zijn dat Cluj-Napoc toch in Hongarije ligt. Mij best. Voor mij is Roemenië als België. Geen land. Een constructie. De Elzas ligt nergens. Heel erg veel Roemenen leven direct met en om Boekarest - het schijnt toch wel te bestaan. De stad is een werkelijkheid.

Ik loop door de foto. Graaf mijzelf af. Er is veel realiteit hier. En diversiteit. Anders dan het geneuzel over de talloze eeuwenoude fresco's waar niemand in gelooft. Politiek-conservatief kunnen ze niet eens mee met Rembrandt of wel maar dan niet met Van Gogh. Boekarest brandt. Langdurig. Nu onder vuur van het neo-conservatisme, het ultra-liberale kapitalisme. Binnen tien jaar is Lipscani en de communistische hotspot Unirii e.o. gezellig down-town. Blijft over: Randstadproblemen.

terug






Ruimte en doel

Ooit hield ik meer van orde en planning dan tegenwoordig; Roemeense leerschool maakt alles losser. Vlijtig precies tekende ik goniometrische figuren. Sinus, cosinus en tangens waren gewoon lekker. Later tekende ik het studieboek voor anatomie bijkans geheel over.

Vakken waarin weinig te tekenen of te systematiseren viel, scoorden bij mij lange tijd laag en ik scoorde navenant. Behalve bij Nederlands en Duits. Dat kwam door de docenten. Een zachtaardige, wat excentrieke lobbes. En een vinnig manneke. Het vinnige manneke spijbelde klassikaal: op vrijdagmiddag geen 'mit, nach, bei, zeit...' maar filosofen. Met de idee dat je in de trein stil stond en de wereld om je heen bewoog,kon het weekend niet meer kapot. Een dijenkletser. Toch broeide belangstelling en respect. De plek van de grammatica bood onverwachte weidse vergezichten.

Later zouden multifunctionele plekken modern worden. Het geeft te denken dat er monofunctionele plekken bestaan. En mensen die ze met hand en tand verdedigen. Vroeger hadden we ook al ruimtes met één doel. Slapen. Mooi opzitten. Het begon te schuiven bij keuken, zolder en deel. Koken, eten, wassen, spelen, opslaan. Goed voor gezelligheid, dynamiek en geheimzinnigheid. Al licht hield ik later van sociometrische schema's. Nu raakt de boel meer en meer vermengd. Het portaal is klompenhok en hondenhuisvesting. De hal is keuken en episch centrum. In de winter slapen de (logé-)kinderen het liefst in de woonkamer - op de grond voor de kachel. Lege slaap- en speelkamer.

Roemeense plattelanders in flats doen hetzelfde als die in een dorpswoninkje. Een blik met roestige spijkers en inmaakpotten zure augurken in de badkamer. De kamers onderscheiden zich niet van elkaar: overal een divan, tafeltje en opklapbed. Geschikt voor diverse doeleinden. Een wanorde waaraan je moet wennen als Nederlandse allochtoon. Ook blindelings vinden is aanvankelijk lastiger. Maar driekwart van het jaar is de woonkamer zoals we die hebben totaal overbodig.

Woninginrichting is een religieuze attributie. Rituelen met stijlmeubeltjes en fraai opgestapelde handdoeken. Alles heeft zijn eigen plek. Ook de gebruiker. Gevangen in een eigen gevangenis. Onthutst als er iets scheef staat. Alles wat vandaag niet is gerepareerd is bron van grondige haat. Een ongebreidelde latente woede jegens het leven. Hoewel ik onze kinderen bovengemiddeld enige ordening bijbreng, bevalt me de ogenschijnlijke wanorde. Een ruimte zonder doel is een vrije bestemming. Als iedereen denk ik er weleens over van levenspartner te veranderen. Ik vrees de dag verliefd te worden op iemand die de ikea-doctrine aanhangt.

terug






Hout hakken

In hacken zijn Roemenenen goed. We hebben een roemruchte naam op te houden als ict-ontregelaars. De industriesteden zijn broeinesten van potentieel internetterrorisme en de meest belovende talenten vinden al gauw een baan buitengaats. Opgeruimd staat netjes. Allemaal zeepbellen als een fraaie prelude op de volgende kredietcrisis.

In hakken zijn Roemenen goed. Hout hebben. Stammen zagen. De doppen kloven. Het is een ritme wat in oktober langzaam op gang komt. In september wordt het nog nooit ooit winter. In oktober ook niet, maar dan is het goed zagen en hakken en stapelen in de zonneschijn. Het komt voor dat de zakkende zon kruist met opkringelende rook. Oranje licht en haardgeur. Windstil. De hond mijmert mee. Het geluid van aks en bijl gaat door. Een enkele boom kleurt geel. De meesten zijn gewoon groen. Misschien iets donkerder groen - rmisschien verbeelding.

Houthakken is een goede vervanger van de sportschool. Maar ik wil niet naar een sportschool. We mikken het uit dat we dunne stammen hebben die eenmaal gezaagd zo in de kachel kunnen. Hoe onheilspellend het geluid van een motorzaag in de verte, tijdens een boswandeling in de bergen! Ook thuis vraag ik me af hoe de bomen het bijbenen. Aardgas toont de vluchtigheid van een mensenleven. Dat heeft er lang over gedaan om met veel te zijn. Maar bomen zijn m'n tijdgenoten, m'n vrienden.

Een plank herinnert minder aan een boom dan gehakt aan een dier. Ik kloof aanmaakhout. Dat moet ook gebeuren en de zon schijnt voor iedereen. Bijl splijt licht en droog. Het is goed aanmaakhout. Knispert bij de eerste vlam. Geen rook waar vuur is. Het zagen liet ik aan anderen over. Een voertuig met ruimere gebruiksmogelijkheden. De motor en de wielen en de zaag zijn één maar ook drie. Ze tuffen weg, de herfstavondlucht in. Beetje dronken, ik ben niet hun eerste klant. Ze hebben al hun vingers nog. Wat een bewijs zou kunnen zijn van het bestaan van God.

Het langdurige mooie weer, de onophoudelijkheid suggererend, leidt ertoe dat ik een hekel aan de winter heb gekregen. De schoonheid van een hakkend dorp heeft een rauw doel: de winter overmeesteren. Voorbereiding op twaalf weken min twintig graden en sneeuw 1,5 meter hoog. Een opmerkelijke hysterie. Een levensinvulling. Een zinvolle dagbesteding. Maanden zijn we ermee bezig en de zon zakt. In februari zeggen we 'lekker weer he?' en doen alsof onze neus bloedt, tot eind oktober.

terug






Uitstapjes

Ik kom overal en nergens. Daar kunnen we kort en lang en breed over praten. Inmiddels heb ik me enigszins verzoend met de files bij Doamneşti. Je kunt er uitstekend skypen. De oversteek van de voorrangskruising is een finale als een Russische roulette. Onder dekking van een tegenliggende vrachtwagen steek ik over. Geluk bestaat uit een passerende goederentrein.

Op stap gaan in Roemenië is niet eenvoudig. Althans niet voor de toerist onder begeleiding. Die zit in de filtertrechter van de touroperator. Op eigen kracht kom je misschien wel eens geen plaatsnaambordje of richtingaanwijzer tegen. En dan moet je iets vragen aan een of andere eigenheimer. Een inlander. Dat is een charme van het land. Wie in een Club Med-achtige organisatie de autochtone bewoners wil vermijden, heeft het moeilijk. Hier moet je in negen van de tien gevallen iets vragen. Waar het museum is. Of het open is. Of het ook vandaag open is. Dan vind je een museum waarvan je dacht het te kunnen bezoeken, maar het is altijd dicht. Het bestaat wel. Een nieuwe ronde van vragen en dan blijkt dat het museum eigenlijk 7x24uur open is als je via via de beheerder weet te vinden. Je maakt veel vrienden!

Op weg naar een klooster zagen we een bordje 'klooster die kant op' - en daar bleef het bij. Dus ooit en ergens realiseerden we ons het klooster voorbij te zijn gereden. Misschien was het kleiner dan het bordje. Rechtsomkeerd gingen we niet. En dan beland je op plekken die Roemenië tot het meest favoriete Europese vakantieland in 2080 zullen maken. Een snelstromende riviertje in een ondiepe grintbedding. We scheren stenen over water. Met een gevulde koelbox en een bbq zou het de ultime locatie wezen om jezelf te zijn - en zo niet dan toch te verwennen. Onze handicap is dat we al onszelf waren. Dat leren we van de kinderen in ons gezelschap.

Braakliggende schoonheid. Nog geen touroperator heeft er een stap gezet. In de ongerepte natuur komen altijd wel wat plastic flessen langsdrijven. De beschaving is nooit ver weg. Vandaag hebben we weten te vermijden met wie dan ook te praten. Thuis wacht een verward uiltje in de woonkamer op onze komst. Ik spreek hem aan, maar hoewel ik veel met dieren op heb, zijn uilen eigenlijk wat te hoog gegrepen. Hij zwijgt zoals alleen een uil kan zwijgen. En houdt onze Roemeense reizen mysterieus.

terug






Bâldana-Texas

Het is mooi dat de plaatsnaam met i en a geschreven kan worden. Goed om te weten als je iets van www.cfr.ro wilt weten. Maar heen en terug beland je bij Doru. Scooterstalling en drankverkooppunt. Lokaal kosmisch centrum.

Soms moet je hem wakker bellen, want hij werkt bij gaande en komende treinen. Dat je eerst per auto, fiets of voet stofwolken hebt gemaakt of geslikt, daaraan heeft hij geen boodschap. Bij een vaag dag/nachtritme is hij om 05.00u paraat. En 22.00u. Hij beheert een primitief functioneel geheel. Hij zou best in een film als 'De Noordelingen' passen, maar hij ziet Nederland al als een deelstaat van Duitsland dus ik begin er niet over. Ik spreek niks tegen.

Wie zijn hofje betreedt geeft iedereen een hand. Zo doen we dat hier. Ik zet me schrap met mijn handen op een oude pottenbakkerssterkte. De eerstkomende trein stopt niet. Pas de derde zal stoppen en vrouw en kind uitladen. Dus hebben we ruim tijd voor de val van het kapitalisme. Hoewel Doru niet van gisteren is en dwars door z'n slonzige slaperige uiterlijk blijk kan geven van intellect, heeft de geldcrisis in de wereld zijn aandacht niet. Al die pedante ING-medewerkers zijn weer ambtenaar geworden - tja, wat lul ik nou: hier is het verschil tussen markt en overheid ook zeer diffuus. Hij vindt het interessanter om over zijn rashondjes te kletsen.

We zijn blij met de 'Indian summer'. Gezelligheid kent een grens en dus ga ik elders in de auto wachten. De Roemeense radio is als de Nederlandse staatsradio, dus goed. M'n klassieke muziek-zender moet het opnemen tegen de manele uit een andere auto en mijn dwarrelende gedachten. 'Je woont daar ook om antropologische redenen', zei iemand me laatst. Confronterend en zelf uitgelokt. Ik zei dat het waar was, maar niet dat het ook niet waar was: ons gezin is geen object.

Niet toevallig ontmoette ik een groep christenen waar Doru weinig mee zou ophebben. Ik zei dat ik een afvallige was en dat leidde tot een retorisch 'zijn we niet allemaal afvalligen'. Ik dacht aan psycholoog Pavlov en ds. Gremdaat en Reformatorisch Dagblad. Ik ken ze alle drie. Ik ben een echte Nederlander. Ik zie Roemenen onbekommerd afval uit de treinraampjes gooien. Doru zei wel iets over de geldcrisis: onze regering bestaat uit dieven. Dus zal het hier wel loslopen. Terwijl meer afhalers met paard en wagen aankwamen, kon ik er nog lange tijd nadenken.

terug






Roemeen worden

Na een jaar of twaalf denk je vanzelf of je over dertien jaar een bijna echte Roemeen kunt zijn geworden. Ik geef toe dat ik een hoge dosis rijpingskristallen eet. De bijsluiter van 'Old Amsterdam' rept echter niet over wanen en hallucinaties: de realiteit van kaas.

Het wordt een samenhangend verhaal als ik niet uitkijk. Maar het punt is dat het in de mode is dat Roemenen uit en thuis roepen dat Zigeuners ('Romi') geen Roemenen zijn. Logisch dat ik grijp naar de rijpingskristallen.Toen onze lieve heer op de achtste dag een kalender stichtte, werd haarscherp duidelijk wie er omstreeks het jaar 1000 niet in Nederland of Roemenië woonde. 'Verbleef' was ook toen al een vaag begrip voor ambtenaren en internet-krantenlezers-reacties. Ik hou het netjes.

Al te sentimenteel wil ik er niet over doen, maar als ik Roemeen word, moet ik echtscheiden en de kinderen aan de Roemeense Jeugdzorg overlaten. Die zorg is natuurlijk honderd keer beter dan in Nederland, zo moeilijk is dat niet als algemeen bekend, maar ja het is zo toch een hele stap. Onrust. Alsof Job Cohen ineens zou beweren dat Joden geen Nederlanders zijn. Iemand die ik niet zo goed ken en hoog acht, zei dat hij nimmer in een meer fascistisch land woonde en werkte dan Roemenië. Het is wel grappig dat toen Limburgers nog gewoon Duitsers waren, ze naar Braşov en omstreken togen. Blijkbaar had God een negende dag en zag nog een stukje woest en ledig. Ze moesten erheen, die internet-krantenlezers. Ik was familie met Marokkanen toen ze troetelallochtonen waren. Iedereen zat aan m'n levenspartner. Je snakt ernaar dat ze grondig verguisd worden. Ongetrouwd echtscheiden. Mijn conversatie met lifters en taxichauffeurs is verschoven. Dat duurde, maar ik heb het voor elkaar. Hoewel ik meer op heb met mensen die over zichzelf klagen - zeer sympathiek volk.

Voor God is een dag als duizend jaar en toen zond hij een Roemeense naar Nederland. Jawel. Op 18-jarige leeftijd ontvluchtte ze het regime van Ceauşescu. Ik ben zo dom dat ik wil weten hoe een 18-jarige dat uitvoert. Ik praatte met psychoten en psychopaten. Maar een regime ontvluchtten en allochtoon worden, dat zou ik toen niet hebben klaargespeeld. Mankement in mijn kennissenkring is dat niemand haar kent. Hindert niks. Dus op de elfde dag bracht hij mij in verwarring: als ik Roemeen word, wie ben ik dan? Je zou God niet zijn om zoiets te doen.

terug






Interessant

'Interessant, een vreemde titel - kent u die uitdrukking? U denkt dat is een titel, maar kan dat eigenlijk wel, zo'n titel? En als die dan zou kunnen, wat betekent die titel eigenlijk. Zoiets wil je dan weten toch hé?'

Ik verkeer in de gezegende omstandigheid dat ik mobiel ds Gremdaat kan bekijken. Als ik bij voorkeur koffie kan kopen met uitzicht op een stuwmeer. Daar zijn veel mensen die op busjes naar werk wachten. Anderen wachten op werk. Niemand heeft een laptop bij zich. Ik wacht niet op de bus. Soms kijkt iemand in m'n auto. Stiekem hoop ik dat mijn wat oudere hoofd en morsige autootje genoeg is voor een extra meisjesblik. Ik heb het niet zo op vrouwen. Of volwassenen in het algemeen. Nuance: op de meerderheid ervan. Die heeft geen fantasie, die tobt niet over essenties, die staat klaar met commentaar. Binnen een context: als je schrijft, wil je communiceren. Onbegrijpelijke schrijverij is overbodig. Nou, zouter heb ik het nog nooit gegeten. Kent u die uitdrukking? Als Einstein iedere millimeter van gewrijf over wiskundeknobbel had moeten communiceren, verkeerden we nu nog in het Stenentijdperk.

Realiteit, beschrijving, poëzie, interactie. Gepokt en gemazeld. Als ik schrijf 'opgehangen wasgoed houdt paarden weg' dan is dat vooreerst realiteit. Als de lezer de schrijver wantrouwt, wordt het pas echt leuk en ingewikkeld. Of simpel: de lezer komt de realiteit toetsen. Kent u trouwens die uitdrukking? 'Opgehangen wasgoed houdt paarden weg.' Overdrachtelijk niet eenvoudig, maar als ik de lakens buiten hang, begin ik bij het gat in de heg. Wij hebben alleen een hond. En ik wil geen hek, zoals alle Roemenen. Steen, gaas, prikkeldraad, glasscherven, camera's - ik gruw ervan. Ik heb een buitenlamp omdat de hond anders niet ziet wat ze moet bewaken en ik niet zie voor wie ik moet zorgen. De zorg buiten het afwezige hek interesseert me.

Geen vuile was. Er zijn mensen - ik ken ze met naam en toenaam en telefoonnummer - die Roemenië ophemelen of afkraken. Belangen, onwetendheid en misverstanden. Onbenul. Interessant is dat je een land leeft. Ik ben aan een tweede land begonnen. Da's wel genoeg waarschijnlijk voor in totaal honderd jaar. Tropen jaren tellen dubbel. O, die uitdrukking kent u. Tientallen zag ik gaan en komen. Met rugdekking en faciliteiten. Een enkeling leeft zomaar met vertrouwen en vallen en opstaan. De gaanden met rugdekking en faciliteiten vergeten het land - ze waren er niet.

terug