|
Mijmering
xxxx Kennis en geld
Bij de appel denken we aan kennis, dat is een oud verhaal. Hier is de appel groot, groter dan de kinderhand.
xxxx
Het geld is een briefje van 2.000. Er zit een gat in waar zonlicht doorheen valt, mits niet verduisterd als toen.
xxxx Grens en vak
Als iets torent dan wachten we met angst en beven of hooggespannen. Wie eraan voorbijkomt velt een laatste oordeel.
xxxx
Het vak is begrensd en gevuld; soms loopt het over van lief en leed. Het uitzicht is een wonderlijk landschap van vrede en onschuld.
xxxx Mens en kind
In de veelvormigheid van de mens telt alleen het doen en laten. Wie onvoorwaardelijk geeft, boekt winst.
xxxx
Waar we ouder zijn en jonger en kind vervalt de tijd. Daar denken we zindelijk aan de toekomst om het verleden te veranderen.
xxxx Spel en zijn
Veel prikkelt ons als nieuwgierige apen. Leidt ons af en verdwaalt - wie weet waar hij het zoeken moet?
xxxx
Alleen driest en met verve gespeeld is het leven ook mooi en menens en drevelig en draaglijk en tragisch en komisch.
xxxx Inzet en plezier
Het is mooi dat we zonder angst worden geboren. Geen tijd voor gevoelens, geen planning van verstandelijkheden.
xxxx
Hij roert de trom. De rok klokt. Het ritme lokt. 'Wie leeft, die danst', lacht het kind - zonder ruis.
|