< Terug
Rroma: verspreid, verdeeld, verdwaald?

© Frans Brinkman, Roemenië Bulletin, december 2003

In deze bijdrage schetsen we een beeld van Rroma in het moderne Roemenië. Een beeld als een mozaïek of een caleidoscoop. Moeten er steentjes bij elkaar worden gelegd en is het beeld dan klip en klaar? Of blijft het een beeld dat steeds wijzigt, al naar gelang het gekozen perspectief? Een mengeling van leeswerk, gedachten, discussies en dagelijkse ervaringen.

Geen land, geen natie
Het zou mooi zijn als u dit verhaal zou lezen en tegelijk naar de CD 'Payo Michto' van Thierry Titi Robin zou luisteren. Rromamuziek, Frans. Of naar de Spaanse klanken van The Gypsy Kings met hun fraaie versie van Eagles' topper 'Hotel California'. Of als u zou luisteren naar Nicolaie Guta's meer Oriëntaalse muziek uit Roemenië. Met deze zinnen is aangegeven dat Rroma een internationaal volk vormen en daarmee meteen ook geen volk zijn. Een volk heeft immers doorgaans land. Zelfs mét landsgrenzen kan het moeilijk zijn om van een nationale identiteit te spreken. Dit kwam bijvoorbeeld herhaaldelijk naar voren in het recente debat over waarden en normen in Nederland.
Voorgaande alinea kan het cliché oproepen dat alle Rroma muzikanten zijn. Ze variëren echter van landarbeiders, ketellappers, succesvolle paardenhandelaren tot ICT-ers in Canada. Genetisch stateloos en cultureel divers. Er zijn leden van deze bevolkingsgroep die zichzelf niet of nauwelijks als Rroma beschouwen, zoals Joden waar ook ter wereld weinig op kunnen hebben met Israëliërs of het Jodendom. Er zijn tevens Rroma die met hun identiteit in de weer zijn, als ware het een black is beautiful-beweging. Een groep die etnografisch niet in kaart is te brengen, bestaat uit nakomelingen uit gemengde huwelijken. Deze relaties komen voor en duiden erop dat niet alle Rroma zich afsluiten voor niet-Rroma. Of zij zich een (beetje) Rroma voelen, zal sterk afhangen van de omstandigheden waarin ze opgroeien. In het getto van Boekarest gebeurt dat stellig eerder dan in een villa in Corbeanca [een residentieel plaatsje net buiten Boekarest, red.].

Gezichtbepalend
In Roemenië wonen relatief veel Rroma. De tellingen variëren, maar aannemelijk lijkt zes tot tien procent van de bevolking. Dictator Ceauşescu heeft ooit beweerd dat er geen één Rrom in Roemenië woont. Wellicht had hij dat wel gewild in het kader van de politiek van gelijkvormigheid van alle burgers. Witte Roemenen denken daar vaak anders over. 'Geen een' is niet de discussie. Een 'te veel' is het terugkerende gespreksonderwerp. Neem Roemeense lifters mee en ze beginnen erover. Rroma zitten dermate in de Roemeense hoofden, dat moeilijk beweerd kan worden dat ze niet bestaan. Actueel zijn discussies wat te doen aan het feit dat Roemeense Rroma het land een negatief imago bezorgen. Ze vertonen zich in de centra van Europese hoofdsteden met bedelpraktijken en opdringerige verkoop van waren. Ook de link met illegaliteit, criminaliteit en zelfs kinderhandel is gauw gelegd. Zelf kwamen we in tamelijk onschuldig, maar toch wat merkwaardig loyaliteitsconflict toen Rroma een nep daklozenkrant verkochten. Ze beconcurreerden 'onze' daklozen en gaven bovendien een slecht imago vanwege de belabberde kwaliteit van het blaadje.*)
We komen nog terug op diversiteit en nuancering. Doorgaand op het negatieve beeld stellen we dat bepaalde Rroma blikvangers zijn. Er zijn bijvoorbeeld Rroma-mannen die een donkere huidskleur hebben, donker gekleed gaan en het geheel bekronen met een fikse snor en zwarte hoed. Er zijn Rroma vrouwen die er juist heel kleurrijk uitzien. Lange vlechten met lange linten, drie zeer bloemrijke plooienrokken over elkaar en als finishing touch blinkende gouden tanden. Er zijn Rroma die niet aan deze beschrijvingen voldoen, maar opvallen door slordige, niet passende, kapotte kleding. Toch lijkt dit uiterlijk niet doorslaggevend in het negatieve beeld. Nederlandse klederdrachten kunnen immers ook zeer in het ooglopend zijn.

Publieke omgangsvormen
Het begin van de beeldvorming ligt eerder in het feit dat bepaalde Rroma zich anders gedragen in het zogenaamde publieke domein. Ze maken daar meer lawaai, sociaal lawaai wel te verstaan. Zij hebben de neiging om in groepsverband op te trekken en dan veel met elkaar bezig te zijn in rad Romanes (hun taal). Voor de witte Europeaan, waaronder we uiteraard ook Roemenen rekenen, is dit gedrag al gauw onfatsoenlijk. Of bedreigend: h/zij kan niet peilen waar dat groepje Rroma mee bezig is. Als Rroma wel in contact treden met anderen, kan hun gedrag eveneens als grensoverschrijdend worden ervaren. Ze zeuren te lang, ze blijven te lang om de ander heen hangen bij bedelen of verkoop van waren. Een hele litanie afsteken om toch hun doel te bereiken, is niet ongewoon. De witte Europeaan vindt dit van weinig respect blijk getuigen voor zijn of haar 'nee', en lastig omdat de respons lastig kan zijn (doorlopen, schelden, toegeven) en het kan opnieuw bedreigend overkomen: wat moeten ze van me? Wat het er allemaal niet beter op maakt, is dat er altijd wel ergens een kindje op moeders armen bungelt. De op strategie lijkende aanwezigheid van het kind heeft een hoog ergernispotentieel.
We kunnen bij dit beeld nog twee andere zaken betrekken. Ten eerste lijken Rroma ongegeneerd. Plat uitgedrukt: ze lijken schijt te hebben aan de gadjo's, zoals de niet-Rroma genoemd worden. Ze praten hard, maken ruzie, geven hun baby de borst in het openbaar, laten hun kinderen poepen waar het niet hoort. Ze voeden hun kinderen eigenlijk helemaal niet op: verwennen hen met snoep, geven hun bier te drinken, laten hen op straat rondscharrelen. Ze nemen ruimte in en wekken de indruk voor buitenstaanders niet erg inschikkelijk te zijn. Anekdotisch is dat bij ons thuis zelden de bel gaat. Iemand roept vanaf de straat en mijn vrouw hoort dat altijd, hoewel we vijfhoog wonen. Zij heeft daar een antenne voor, ik niet. Ook illustratief is een ritje met een stoptrein. Stevig drinken, velletjes van zonnebloempitten op de vloer spugen, roken en zonder kaartje reizen - het mag geen van alle maar ze doen het gewoon toch.

Het algemeen heersende beeld
Ten tweede pakt het algemeen heersende beeld over Rroma in hun nadeel uit. Een Roemeen, en het zal in de andere Europese landen niet anders zijn, ziet Rroma in beginsel als vreemd, onbetrouwbaar, vies, zonder verantwoordelijkheidsgevoel, lui, onderontwikkeld en uiteindelijk als crimineel. Het recente huwelijk van het minderjarige dochtertje van Koning Cioba - de zogenaamde koning moeten we schrijven, want veel Rroma hebben niks met de goede man - versterkt zo'n beeld. Een eenvoudige optelsom: achterlijk + rijk = maffia. Het opgeroepen straatbeeld in combinatie met de vooroordelen, want dat zijn het, mag sociaal-maatschappelijk tamelijk desastreus genoemd worden: Rroma dien je te mijden als de pest, zo niet dan geef je ze extra lange gevangenisstraffen bij lichten vergrijpen, sla je op ze los of je brandt hun dorpen plat. We realiseren ons dat deze zin is geformuleerd als een spervuur. Toch verwijst ze naar feitelijke gebeurtenissen. Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch zijn bepaald niet positief over Roemenië en de mensenrechten.

Alledaags racisme
Hoe zit het met de nuancering? Het is verleidelijk eenvoudig om te beginnen met 'er zijn ook goede Rroma'. We menen dat het in een conferencegrap van Bram Vermeulen en Freek de Jonge zó ging: 'Oké, oké, de goede hangen we dan wel apart op.' (Handelde destijds over Turken in Nederland.) Er zijn echter andere ingangen tot nuancering. Als belangrijkste noemen we dat de positiebepaling van Rroma binnen de Roemeense samenleving geen eenrichtingsverkeer is. In de Roemeense cultuur lijkt de feodale samenleving van weleer nog door te leven, een samenleving waarin Rroma veelal horigen en slaven waren. Hun lage sociale status is gebleven en Rroma-werknemers zijn dan ook als eerste ontslagen na de omwenteling van 1989. Er heerst een vorm van alledaags racisme. Dat de vrouwen goed zijn in bed, neemt de douaneambtenaar voetstoots aan, hij vraagt er naar, maar heeft zelf het antwoord al klaar. Hij houdt ernstige twijfels bij het feit dat ze goed kunnen koken en poetsen en over andere kwaliteiten kunnen beschikken. Dit mag dan weer anekdotisch lijken, het zijn echter dagelijkse observaties, met vele varianten. Zoals winkelpersoneel dat onrustig wordt als duidelijk herkenbare Rroma een zaak binnenkomen. Incidenteel word ik als buitenlander herkend en komt een agent bezorgd vragen waarom die Zigeuners om me heen hangen (en dat zijn dan mijn vrouw en een van mijn zwagers, bijvoorbeeld).

Eén ras? Geen entiteit
Een andere belangrijke ingang tot nuancering is dat Rroma geen eenheid vormen. De Rroma bestaat eenvoudigweg niet. Er zijn volledig geassimileerde Rroma, die de taal niet meer spreken, die zich - al generaties lang - een louter Roemeense identiteit hebben aangemeten. Ze voelen, denken, doen als de meeste Roemenen. Aan de andere kant van een denkbeeldige lijn zijn er Rroma die weinig ophebben met 'de burgermaatschappij'. Dit wil niet zeggen dat ze automatisch maatschappelijk marginaal of crimineel zijn. Bij de zelfbenoemde Koning Cioba was een Roemeens ex-minister een van de bruiloftsgasten. Hierbij moet worden bedacht dat Rroma elkaar onderling ook discrimineren. De verschillen zorgen ervoor dat er onvoldoende machtsfactor is om de algemene maatschappelijk achterstand op te heffen. We stellen voorzichtig dat de overheid hier voordeel bij heeft. Er zijn diverse gesubsidieerde belangenorganisaties, maar wie vertegenwoordigen ze eigenlijk? Voor zo ver ons bekend zijn er geen overheidsinitiatieven voor subgroepen. Een beleid dat zich richt op de niet bestaande Rroma is vast vrijblijvender dan wanneer programma's voor specifieke groepen worden opgesteld. In RB schreven we eerder over de onderwijsachterstand en de problemen die voortduurden, ook omdat de NGO's mogelijk door interne verdeeldheid niet echt op stoom kwamen (RB, 4, 2002).
De onderlinge verschillen en onderlinge verdeeldheid zijn wellicht te verbinden met het ontbreken van een gezamenlijke historie. Op taalkundige gronden, overeenkomsten tussen Romanes en Sanskriet, wordt India veelal als herkomstgebied genoemd. Maar zelfs over de aanduiding Zigeuners, Tigani, Gitanes en Gypsies bestaan meningsverschillen. Sommigen beweren dat deze termen stammen uit het Griekse atinganoi (onaanraakbaar) en anderen dat het woord verwijst naar een Noord-Indiase bevolkingsgroep.**) Over wat er in de 12de eeuw met hen is gebeurd, is niets met zekerheid bekend. Eerder dan in de rest van Europa arriveren Rroma begin 13de eeuw in Roemenië, mogelijk als voetvolk bij de Mongoolse en/of Tartaarse invasielegers. Het eerste officiële document stamt uit 1385, als Prins Dan Voyvod veertig families cadeau doet aan een klooster. Er zullen eeuwen volgen van uitbuiting als horigen en slaven. Bij kloosterordes, de overheden of grootgrondbezitters. Er is sprake van verschillen in rechten en plichten, bijvoorbeeld met betrekking tot eigen huisvesting, grondbezit, belasting betalen, verkoopbaarheid en het uitoefenen van ambachten. Niemand weet of Rroma zichzelf ooit als een etnische eenheid beschouwden. Zo ja, dan zijn ze door de eeuwen heen uit elkaar getrokken.

Goede Rroma
Terugkerend naar de 'goede Rroma', rijst de vraag wat goede Rroma zijn. Zijn dat de geassimileerde (dus de ex-Rroma), of de geëmancipeerde Rroma, die vanuit hun eigen specifieke subculturele achtergrond een menswaardig bestaan hebben in een multicultureel Roemenië? Of zou 'simpelweg' de discriminatie moeten ophouden? In dat laatste geval ligt de verantwoordelijkheid om de levenssituatie van veel Rroma te verbeteren bij de Roemenen en de overheid. Uiteraard zijn deze vraagstellingen geheel gelijk aan hetgeen mensen in multicultureel Nederland bezig houdt. Als extra nuancering merken we op dat met name op het platteland Rroma en Roemenen in dezelfde modderige omstandigheden kunnen verkeren. Ze kunnen daar mogelijk harmonieus samenleven, omdat de armoede hen eerder gelijkschakelt en verbindt dan verdeelt. Daar zijn de goede Rrom en de goede Roemeen al lang uitgevonden?
Heden ten dage identificeren Rroma zich vooral met subgroepen. De aanduidingen van die groepen loopt langs werkzaamheden, ook als men die niet meer uitvoert. Dus is er sprake van berenleiders, lepelsnijders, kopersmeden, steenbakkers, muziekanten enzovoort. In totaal worden er zo'n veertiental groepen onderscheiden. Daarnaast worden gevestigden nog weer onderscheiden van semi-gevestigden. De laatstgenoemden trekken er in het zomerseizoen op uit - met de klassieke huifkar - om handelswaar te verkopen, dagloonarbeid te doen of handelswaar te verzamelen, bijvoorbeeld oud ijzer of flessen. Wie een romantisch zwerversbeeld van Rroma wil hebben, kan het best bij hen terecht. Nog geregeld te zien in Roemenië. Een stuk of wat karren bij elkaar op een veldje. Dommelende kinderen op de 'bovenverdieping'. Briesend paard en smeulend vuurtje. Moeder doet de was en vader rookt een sigaretje. Aan het beeld valt de eventuele maatschappelijke marginaliteit noch een mate van Rroma-bewustzijn af te lezen. Wellicht hebben ze een goed huis, een redelijk inkomen en gaan de kinderen buiten de zomerperiode gewoon naar school, waar ze ook lessen Romanes volgen. Wellicht ontbreek dat alles.
Goed burgerschap wordt doorgaans verbonden met dat mensen, de burgers, hun rechten en plichten kennen, zich aan de regels houden en dat ze participeren op de arbeidsmarkt. Een van de negatieve typeringen van Rroma is dat ze lui zijn. We vinden dit idee op gespannen voet staan met wat iedereen hier dagelijks kan waarnemen. In Boekarest, bijvoorbeeld, lijkt geen straat te worden geveegd als Rroma niet bij de Gemeentereinigingsdienst zouden werken. De bloemenveiling om de hoek is dag en nacht in bedrijf. Er komen (uitsluitend?) Rroma om te werken en op te kopen. De oud ijzerhandelaren lopen iedere week een Nijmeegse vierdaagse om hun spullen in te zamelen. Vast wat overdreven, maar er wordt hier geen muur gestuukt, geen dak bedekt, met geen een houten lepel in de soep geroerd en geen noot gespeeld, zonder dat er Rroma aan te pas komen. Voorts lijken de 'reizigers' eerder een hard bestaan te hebben dan een lekker lui leventje.

Irrelevantie van etnische achtergrond
Het is niet vergezocht om tegenwoordig binnen de Rroma-bevolking te spreken van enkele sociaal-economische groepen en het meer oorspronkelijke onderscheid op basis van werkzaamheden als achterhaald te beschouwen. Er zijn Rroma die absoluut aan de rand van de samenleving verkeren. Analfabeet, geen werk, geen vast inkomen. President Iliescu heeft ze ooit 'stateloos' genoemd en hij leek het niet eens verkeerd te bedoelen. In Nederland zouden we zeggen: mensen die maatschappelijk overbodig lijken, die geen binding hebben met de mainstream in de samenleving. Ook in de bureaucratische zin bestaan ze niet; ze beschikken niet over een woonregistratie en identiteitsbewijs. Dan zijn er Rroma die als zodanig (uiterlijk) duidelijk herkenbaar zijn - en zichzelf als Rroma beschouwend - en zich een goede plek in de Roemeense samenleving hebben verworven. Deze groep heeft een geleidelijke overgang naar de onzichtbare Rroma, de geassimileerden. Voorts hebben we de patsers, met lucratieve zaken, grote auto's en protserige villa's. Onder hen de bij Roemenen mateloos populaire zangers. De vijfde groep zijn Rroma die zich weinig gelegen laat liggen aan de Roemeense samenleving en zijn eigen boontjes dopt. Zonder last of overlast. De groepen lijken weinig onderlinge bindingen te hebben, noch extra solidair aan elkaar te zijn op grond van etniciteit of cultuur.
Rroma die maatschappelijk goed meekomen in de Roemeense samenleving, kunnen met discriminatie te maken hebben. Er zijn Roemenen die niet bij ons als Rroma-gelieerden over de vloer wensen te komen. Of die het gek vinden dat we ons kind niet verbieden het Romanes te leren. In verreweg de meeste gevallen is hiervan echter geen sprake. We poetsen hiermee het alledaagse racisme bepaald niet weg - je moet eerst de kans krijgen elkaar te leren kennen. Niettemin is de indruk dat huidskleur en etniciteit niet het allergrootste struikelblok vormen. Veeleer lijkt de sociaal-economische positie doorslaggevend. De armen zijn dus echt de klos. Zij voldoen het meest aan het clichébeeld: het eerste geld dat ze binnenkrijgen besteden ze aan sigaretten en drank, ze verwaarlozen (daardoor) hun kinderen, ze werken weinig en houden zich, naast het oplichten van instanties, bezig met kleine criminaliteit. Dit profiel komt overigens sterk overeen met dat van armen aan 'de onderkant van Nederland'. Mensen met een zeer broze maatschappelijke aansluiting, geen financiële middelen om hun situatie te verbeteren, zonder hoop op beter die kan motiveren tot veranderen. De ingezette overlevingsstrategieën kunnen daarbij tot meer problemen leiden, in plaats van dat ze wat oplossen. Een bepaalde culturele achtergrond lijkt daarbij irrelevant. Het Roemeense overheidsbeleid - waar we bij een volgende gelegenheid graag nader op in zullen gaan - vertoont navenant een parallel met het Nederlandse beleid: werkgelegenheidsprojecten, Melkert-achtige banen, stimuleren tot scholing, verbetering structuur sociale uitkeringen, aanspraak maken op zelfbewustzijn en eigen verantwoordelijkheid. Op de korte termijn hoeven we daar niet erg optimistisch over te zijn. Talloze maatregelen in Nederland hebben immers ook geen resultaat opgeleverd. Particulier initiatief, NGO's met kleinschalige projecten, dichtbij hun doelgroepen, kunnen binnen specifieke lokale omstandigheden wel van betekenis zijn. Nederlandse ervaringen kunnen hier heel goed van toepassing zijn. Roemenië ligt niet op een andere planeet en Rroma zijn geen aliens.

Rroma op internet
Het is onwaarschijnlijk dat Rroma die nu websites maken in Londen, Boekarest of Praag om Rromabelangen uit te dragen, ooit zullen e-mailen met Rroma die nu, analfabetisch, in een lemen hutje in Roemenië wonen. Alsof de Rromawereld al niet bont genoeg is, zijn er in de belangenbehartiging twee hoofdstromen te onderscheiden. Binnen de ene stroming streeft men naar een Transnationale identiteit. De Amerikaanse Gypsies zouden zich meer moeten vereenzelvigen met de Spaanse Gitanes. Binnen de andere stroming streeft men (eerst) naar een identiteit per land of regio. Het zal de armen vermoedelijk worst wezen. We houden het erop dat een richtingenstrijd normaal is als meerdere organisaties zich met hetzelfde onderwerp bezighouden. Van meer belang is de constatering dat Rroma (en gadjo's) die zich kunnen en willen verdiepen in cultuur, achtergronden en actuele vraagstukken op internet veel naar hun gading vinden. En het is hoopgevend dat er een intellectuele voorhoede is die van grote waarde kan zijn voor de komende generaties. We geven hier ter informatie enkele webadressen - het lijstje is verre van compleet [zie elders op deze website, fb].

*) De auteur is mede-oprichter van Straatmagazine Impuls (een daklozenkrant) en in Roemenië gehuwd met een vrouw uit een Rroma-bevolkingsgroep.
**) We gebruiken de aanduiding 'Rroma' (= mensen) in navolging van de Algemene Unie van Rroma in Roemenië, opgericht in 1933, die met dit alternatief de negatieve associaties met 'Zigeuner' (Ţigan) wenst te verminderen.

< Terug

Voor Roemenië Bulletin zie de website.